Uitbetaling van de subsidie door burgemeester en wethouders vindt plaats nadat de werkzaamheden waarvoor de subsidie is verleend, door de eigenaar schriftelijk gereed zijn gemeld onder overlegging van de daarop betrekking hebbende afrekening met betalingsbewijzen.
In aanvulling op het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders de uitgevoerde werkzaamheden controleren en pas tot uitbetaling overgaan nadat de werkzaamheden akkoord zijn bevonden.
Uitbetaling geschiedt uitsluitend op een door aanvrager op te geven bankrekening.
Indien de voortgang van de werkzaamheden dat rechtvaardigt kan een voorschot op de subsidie worden uitbetaald. Het voorschot kan ten hoogste 60% van de subsidie bedragen.
Paragraaf 5.
Artikel 19.