In afwijking van de artikelen 16, 17 en 19 wordt jaarlijks een bijdrage verleend in de onderhoudskosten van de molens in de gemeente met dien verstande, dat geen subsidie wordt toegekend in de onderhoudskosten, indien de molen tot woning is ingericht of door verbouwing definitief niet maalvaardig is.
De onder het eerste lid genoemde bijdragen zijn:
voor de Oukoopse molen en de Weijpoortse molen: 25% van de jaarlijkse werkelijk gemaakte onderhoudskosten tot een maximum van € 1.250,- per molen;
voor molen De Arkduif: een bijdrage in de jaarlijkse werkelijke gemaakte onderhoudskosten van maximaal € 7.000,- zolang uit de jaarrekening van Stichting De Arkduif blijkt dat de stichting deze kosten niet kan dragen.
De stichtingen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de genoemde molens dienen jaarlijks door een verantwoording achteraf over de gemaakte kosten een beroep te doen op deze subsidie.
Artikel 18, aanhef en onder b, c, e en f zijn van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 5.
Artikel 20.