Aan deze mandatering zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • - Ondermandaat van de bevoegdheden in artikel 1, leden 1 tot en met 12 is toegestaan, ondermandaat van de bevoegdheid genoemd in artikel 1 leden 13 tot en met 15 is niet toegestaan.
  • - Het mandaat onder artikel 1 lid 9 wordt uitgeoefend met inachtneming van het bepaalde in ”de instructie heffing en inning rechten standplaatsen woonwagens” van 19 december 2017.
  • - Het mandaat onder artikel 1, lid 1 tot en met 12 omvat:
    • - het vaststellen van de gevorderde rechten en belastingen,
    • - het vaststellen van het bedrag van de ontheffing in die gevallen waarin de belastingplicht eindigt voor het einde van het belastingtijdvak en conform de daarvoor in de bij de Verordening leges behorende tarieventabel opgenomen bepaling.
  • - De behandeling van bezwaarschriften tegen opgelegde belastingnota’s en ontheffingsbeschikkingen is, voor zover niet anders vermeld, uitgesloten van dit mandaat.