1.. Indien er een (digitaal) formulier voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie beschikbaar is, dient de subsidieontvanger daarvan gebruik te maken.

2.. De subsidieontvanger dient de aanvraag tot vaststelling van een subsidie in binnen drie maanden na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend.

3.. Het college kan bij de verlening bepalen dat het een meerjarige subsidie jaarlijks vaststelt. In dat geval dient de subsidieontvanger jaarlijks binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar een aanvraag tot tussentijdse vaststelling in.

4.. De volgende stukken moeten bij de aanvraag tot vaststelling van een subsidie worden ingediend:

  • - een inhoudelijk verslag;
  • - de financiële verantwoording, en
  • - een controleverklaring voor subsidiebedragen groter dan € 125.000.

5.. In afwijking van het vierde lid kan het college bij de subsidieverlening een ander bedrag bepalen waarboven de subsidieontvanger een controleverklaring overlegt.

6.. Indien de subsidieontvanger ingevolge een wettelijk voorschrift verplicht is tot het opstellen van een jaarrekening, dient hij in afwijking van het tweede en derde lid de aanvraag tot vaststelling in binnen een maand nadat hij de jaarrekening moet hebben opgesteld.

7.. Indien het college artikel 16 heeft toegepast, dient in de balans met toelichting als onderdeel van de jaarrekening per subsidie inzichtelijk te zijn welk gedeelte van de reserves, waaronder eigen vermogen en bestemmingsreserves, is gevormd met subsidiegelden die het college heeft verstrekt.

8.. Indien voor de beoordeling van de aanvraag andere of aanvullende gegevens of bescheiden nodig zijn, kan het college deze opvragen.

9.. Het college kan in bijzondere gevallen uitstel verlenen van de verplichting om voor een bepaalde datum rekening en verantwoording af te leggen.