In de regel betreft het kleinschalige, statische en eendaagse evenementen zoals een straatfeest of buurtbarbecue. Het aantal bezoekers is beperkt, er is een laag risicoprofiel en inzet van de hulpdiensten is niet bij voorbaat vereist. De administratieve lasten die een evenementenvergunning teweegbrengt, staan niet in verhouding en in het belang van de burger is daarom in artikel 2:25, vierde lid, APV gekozen voor een meldingsplicht en hoeft er geen evenementenvergunning te worden aangevraagd. Om in aanmerking te komen voor een meldingsplicht dient het evenement te voldoen aan de voorwaarden zoals deze zijn opgenomen in artikel 2:25, vierde lid, APV.
Deze criteria zijn reeds weergegeven op pagina 3 van deze beleidsregel in paragraaf 2.4 “Afbakening begrip evenement” en subparagraaf “Meldingsplichtig evenement”.
De voorwaarden zijn cumulatief; zodra er aan één of meerdere van bovenstaande voorwaarden niet wordt voldaan, is het evenement niet meldings- maar vergunningplichtig.
De burgemeester kan het meldingsplichtige evenement binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding verbieden met een beroep op de toetsings- c.q. weigeringsgronden. In alle andere gevallen wordt de melding geaccepteerd en mag het evenement plaatsvinden. Ondanks het ontbreken van een vergunning kan de gemeente toezicht houden op het naleven van de voorwaarden en, bij het constateren van een overtreding, handhavend optreden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2.2.