Naar hoofdinhoud
Sinds 1 november 2007 wordt in artikel 13b Opiumwet gesproken over zowel lokalen als woningen. Hiermee wordt het mogelijk op te treden tegen dealers die vanuit woonhuizen opereren. Het gaat hierbij om het verkopen, afleveren, verstrekken of daartoe aanwezig hebben van softdrugs of harddrugs. Woningcorporaties hebben in de huurcontracten bepalingen opgenomen m.b.t. overlast en hennep e.d. waarbij het huurcontract wordt ontbonden. De burgemeester hoeft in dat geval niet over te gaan tot sluiting van de woning, maar hij kan dit wel doen. Indien sluiting van een woning door de burgemeester noodzakelijk wordt geacht, bijvoorbeeld aanvullend bij ontbinding of bij particuliere verhuur, kan de burgemeester besluiten dat de sluiting wordt opgeheven op het moment dat het huurcontract met de betreffende overlastgevende huurder is ontbonden. Bewoners woning Het uiteindelijk sluiten van een woning is een uiterst middel om de openbare orde te herstellen. De overheid maakt hiermee inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM). De mogelijkheid tot woningsluiting brengt met zich dat alle bewoners van de woning, dus ook minderjarige kinderen, gedurende een bepaalde periode niet meer ter plekke kunnen verblijven. Gelet het Verdrag van de rechten van het kind, zal er indien tot sluiting wordt besloten, extra aandacht zijn voor kinderen die bij de situatie betrokken zijn. Overtredingen softdrugs Indien in woningen of bij de woningen behorende erven een middel als bedoeld in lijst II van de Opiumwet (softdrugs) wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is, met een handelsvoorraad vanaf 6 planten of 30 gram of bij aanwezigheid van indicatoren van enige professionaliteit, worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen: Overtredingen/andere bepalingen Politie/toezichthouder OM Bestuur Softdrugs verkoop, aflevering of verstrekking, dan wel daartoe aanwezig; Hoeveelheid: ≥ 6 planten of ≥ 30 gram. Constatering overtreding en inbeslagname van de drugs. De politie maakt een bestuurlijke rapportage op conform de beleidsafspraken tussen OM en politie. Deze rapportage wordt binnen vijf werkdagen aan de burgemeester gestuurd. Onderzoek en waar mogelijk strafrechtelijke vervolging instellen conform de Aanwijzing Opiumwet. 1e keer: Sluiting voor de duur van 3 maanden 2e keer: Sluiting voor de duur van 6 maanden 3e keer: Sluiting voor onbepaalde tijd. In beginsel sluit de zwaarte van de sanctie aan op de ernst van de overtreding. Het gaat om de proportionaliteit van de sanctie ten opzichte van de overtreding. Indien de situatie dermate ernstig is, kan de burgemeester besluiten de eerste stap te laten vervallen en direct overgaan naar stap twee. De burgemeester kan ook overgaan naar stap 1 uit de matrix, indien er minder dan 6 planten of minder dan 30 gram softdrugs wordt aangetroffen. In beide situaties zijn de volgende aanvullende indicatoren van belang bij de afweging: Indicatoren van enige professionaliteit: de professionaliteit wordt afgemeten aan de aanwezigheid van attributen in het lokaal die wijzen op regelmatige handel in verdovende middelen - zoals weegschalen, grote hoeveelheden cash geld, verpakkings- en versnijdingsmaterialen etc. – of attributen die wijzen op beroeps- of bedrijfsmatige teelt; Antecedenten bij de eigenaar, bewoner of (ver)huurder; Overlast gerelateerd aan handel in drugs of in de onmiddellijke nabijheid van de woning; Overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband. De genoemde indicatoren zijn niet limitatief: ook andere hier niet genoemde indicatoren kunnen meewegen bij de beslissing af te wijken van de matrix. Overtredingen harddrugs Indien in woningen of bij de woningen behorende erven een middel als bedoeld in als bedoeld in lijst I van de Opiumwet (harddrugs) wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is, met een handelsvoorraad vanaf 0,5 gram of 5 ml, waarbij geen sprake meer is van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik, worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen: Overtredingen/andere bepalingen Politie/toezichthouder OM Bestuur Harddrugs verkoop, aflevering of verstrekking, dan wel daartoe aanwezig. Hoeveelheid: ≥ 0,5 gram 3 Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt: 0,5 gram harddrugs (bijv. cocaïne/amfetamine), 1 pil/tablet (bijv. XTC), 1 bolletje, 1 wikkel en 5 ml (bijv. 1 ampul/buisje/consumptie-eenheid GHB). Dit op basis van de Aanwijzing Opiumwet. Constatering overtreding en inbeslagname van de drugs. De politie maakt een bestuurlijke rapportage op conform de beleidsafspraken tussen OM en politie. Deze rapportage wordt binnen vijf werkdagen aan de burgemeester gestuurd. Onderzoek en waar mogelijk strafrechtelijke vervolging instellen conform de Aanwijzing Opiumwet. 1e keer: sluiting voor 4 maanden 2e keer: sluiting voor 6 maanden. 3e keer: Sluiting voor onbepaalde tijd Sluiting is gerechtvaardigd ter bescherming van de openbare orde en het woon– en leefklimaat. Om de naamsbekendheid teniet te doen en de aanloop eruit te krijgen is een termijn van twaalf maanden nodig. In beginsel sluit de zwaarte van de sanctie aan op de ernst van de overtreding. Het gaat om de proportionaliteit van de sanctie ten opzichte van de overtreding. Indien de situatie dermate ernstig is, kan de burgemeester besluiten de eerste stap te laten vervallen en direct overgaan naar stap twee. De burgemeester kan ook overgaan naar stap 1 uit de matrix, indien er minder dan 0,5 gram harddrugs wordt aangetroffen. In beide situaties zijn de volgende aanvullende indicatoren van belang bij de afweging: Indicatoren van enige professionaliteit: de professionaliteit wordt afgemeten aan de aanwezigheid van attributen in het lokaal die wijzen op regelmatige handel in verdovende middelen - zoals weegschalen, grote hoeveelheden cash geld, verpakkings- en versnijdingsmaterialen etc. – of attributen die wijzen op beroeps- of bedrijfsmatige teelt; Antecedenten bij de eigenaar, bewoner of (ver)huurder; Overlast gerelateerd aan handel in drugs of in de onmiddellijke nabijheid van de woning; Overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband. De genoemde indicatoren zijn niet limitatief: ook andere hier niet genoemde indicatoren kunnen meewegen bij de beslissing af te wijken van de matrix. Wet Victoria Naast artikel 13b van de Opiumwet geeft ook artikel 174a van de Gemeentewet de burgemeester de bevoegdheid om een woning te sluiten bij (ernstige vrees) voor verstoring van de openbare orde (wet Victoria). Bij gebruik van artikel 13b Opiumwet hoeft er bij de dossiervorming geen overlast aangetoond worden, bij gebruik van artikel 174a Gemeentewet moet dit wel. Er moet sprake zijn van langdurige vormen van overlast. Naast drugsoverlast kan er ook sprake zijn van activiteiten zoals gokken, wapenhandel, prostitutie, geweldsdelicten, burengerucht of andere illegale dan wel overlastveroorzakende activiteiten. Hiervoor kan het stappenplan voor de procedure tot sluiting van een woning o.g.v. artikel 174a Gemeentewet van het centrum criminaliteitspreventie veiligheid (CCV) worden gevolgd. Wet Victor De wet Victor (artikel 14 Woningwet) regelt het natraject van een sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet dan wel artikel 174a Gemeentewet. Leegstaande panden kunnen aantasting van de leefbaarheid in de omgeving veroorzaken. De wet Victor geeft mogelijkheden hier tegen op te treden. Er worden geen beleidsregels vastgelegd voor het natraject. Welke stappen in het natraject worden ondernomen zal afhangen van de specifieke situatie. Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen De burgemeester is op grond van de Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen verplicht om een besluit tot sluiting, dat is gegrond op artikel 13b Opiumwet dan wel op artikel 174a Gemeentewet, zo spoedig mogelijk in te schrijven in de openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (Kadaster).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel