Het doel van de Wet Bibob is het waarborgen van de integriteit van het bestuursorgaan en het voorkomen van onbewust faciliteren van criminele activiteiten. Uitgaande van dat doel zijn hieronder beleidsuitgangspunten geformuleerd van gevallen waarin de aanvraag voor een vergunning of een reeds verleende vergunning aan een Bibob-toets wordt onderworpen.
A. Bibob -toets bij een aanvraag voor een vergunning
Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu en een omgevingsvergunning beperkte milieutoets.
B. Bibob -toets bij een reeds verleende vergunning
De Wet Bibob kan worden toegepast op een reeds verleende omgevingsvergunning milieu of beperkte milieutoets indien:
de officier van justitie gebruikmaakt van zijn in de wet verankerde tipfunctie en het college adviseert een Bibob-advies aan te vragen;
concrete informatie van de gemeente of informatie van één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC hiertoe aanleiding geeft; of
bekend wordt dat tegen betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets een ernstige mate van gevaar is geconstateerd en aan betrokkene alhier een soortgelijke beschikking is verstrekt.
C. Uitzondering
Bij een aangevraagde of een reeds verleende omgevingsvergunning milieu of beperkte milieutoets zal de Wet Bibob in beginsel niet worden toegepast, in het geval dat de aanvraag afkomstig is van:
overheidsinstanties;
semioverheidsinstanties.