Artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bepaalt dat het verboden is om een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking, of het in werking hebben van een inrichting (omgevingsvergunning milieu).
In artikel 2.20, eerste lid, respectievelijk artikel 5.19, vierde lid en onder b, van de Wabo is geregeld dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu (deels) kan worden geweigerd respectievelijk een verleende vergunning (deels) kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
Artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i van de Wabo bepaalt dat het verboden is om een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van een andere activiteit die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving (omgevingsvergunning beperkte milieutoets). Deze activiteiten zijn nader bepaald in artikel 2.2a van het Besluit Omgevingsrecht.
Artikel 2:17 van de Wabo bepaalt dat voor zover de aanvraag betrekking heeft op omgevingsvergunning beperkte milieutoets, de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend of geweigerd op de gronden die zijn aangegeven in de betrokken algemene maatregel van bestuur. In artikel 5:13b van het Besluit Omgevingsrecht is voorts bepaald dat een omgevingsvergunning voor de categorieën activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, eerste lid, onder b, en tweede lid, onder c tot en met f, van het Besluit Omgevingsrecht, kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 3 van die wet, voor zover het de wet betreft, onder betrokkene mede wordt verstaan degene die op grond van feiten en omstandigheden redelijkerwijs met de aanvrager van de omgevingsvergunning gelijk kan worden gesteld.
In artikel 5.19, vierde lid en onder b, van de Wabo is geregeld dat een verleende omgevingsvergunning beperkte milieutoets (deels) kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
Het van toepassing verklaren van de Wet Bibob op aangevraagde en reeds verleende omgevingsvergunningen milieu en beperkte milieutoets betekent dat de gemeente zowel bij de verlening van de vergunning als bij het toezicht op de naleving ervan, in de aangegeven gevallen steeds zal onderzoeken of er sprake is van gevaar dat de beschikking mede zal worden gebruikt om:
uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten (witwassen); of
strafbare feiten te plegen.
Indien ernstig gevaar wordt vastgesteld, heeft het college op grond van artikel 3 van de Wet Bibob de bevoegdheid om een vergunning te weigeren of in te trekken. Bij een mindere mate van gevaar kan het college aan de vergunning voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.