Naar hoofdinhoud
In situaties van een ordeverstoring, die concreet voorzienbaar is en een actuele dreiging vormt voor de ordelijke gang van zaken, biedt de Gemeentewet (artikel 174) ook uitkomst. De gemeenteraad heeft de burgemeester met artikel 2:49a van de APV een meer specifieke bevoegdheid willen geven, ook in het kader van de aanpak van ondermijnende criminaliteit, voor situaties die zij in haar gemeente ontoelaatbaar acht. In artikel 174 van de Gemeentewet wordt aan de burgemeester een bevelsbevoegdheid verleend om op te treden ter (onmiddellijke) handhaving van de openbare orde. Als gevolg van dat ‘onmiddellijkheidskarakter’ wordt in de praktijk vaak ook een betrekkelijk korte sluitingstermijn gehanteerd, terwijl de aard en ernst van de overtreding een ruimere sluitingsperiode zouden kunnen rechtvaardigen. Artikel 2:49a van de APV, in combinatie met dit beleid, biedt daar de ruimte voor. De specifieke omstandigheden waaronder deze bevoegdheid wordt toegepast, wordt onder de reikwijdte nader toegelicht. Als langere sluiting is gewenst of wanneer sluiting op grond van de Gemeentewet niet mogelijk is, biedt artikel 2:49a van de APV hiertoe dus de bevoegdheid. Sluiting op deze grond is niet mogelijk voor zover dat reeds mogelijk is op een andere grond genoemd in de APV, artikel 13b van de Opiumwetgeving of (nood)bevoegdheden staande in de Gemeentewet. Bij de uitvoering van deze sluitingsbevoegdheid wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de beleidsregels 13b Opiumwet gemeente Loon op Zand 2019.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel