De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, of voor het publiek openstaande gebouwen en/of daarbij horende erven in een bepaald gebied, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar haar oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.
4.1 Categorie 1: Criminaliteit die de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid aantast
De volgende criminele activiteiten zullen in ieder geval worden aangemerkt als een gevaar voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid, wanneer zij in of vanuit een voor publiek toegankelijk gebouw plaatsvinden:
heling of handelen in strijd met hoofdstuk 2, afdeling 12 van de APV1Voor heling wordt aansluiting gezocht bij de beleidsregels Digitaal Opkopersregister Loon op Zand 2019;
witwassen;
zedendelicten;
geweldsincidenten;
aantreffen van (een) wapen(s) in de zin van de Wet Wapens en Munitie;
handel in wapen(s) in de zin van de Wet Wapens en Munitie;
arbeidsuitbuiting;
(de aanwezigheid van slachtoffers van) mensenhandel;
illegale gokactiviteiten;
het faciliteren van criminele activiteiten.
Deze lijst is niet limitatief.
4.2 Categorie 2: Bijzondere omstandigheden; zware overlast
Op grond van artikel 2:49a van de APV kunnen voor publiek openstaande gebouwen ook (gedeeltelijk) worden gesloten indien er sprake is van bijzondere omstandigheden. Bij bijzondere omstandigheden moet bijvoorbeeld worden gedacht aan gevallen van zware overlast. Daarvan is sprake bij aanhoudende en ontoelaatbare overlast. Deze overlast heeft tot gevolg dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het betreffende pand te zwaar onder druk staat.
Ontoelaatbare overlast moet los gezien worden van de effecten die redelijkerwijs van (een) voor publiek openstaand gebouw(en) mogen worden verwacht, zoals het geluid van het op normale wijze komen en gaan van bezoekers, al dan niet gebruik makend van (gemotoriseerde) vervoermiddelen. Met de aanwezigheid van bepaalde bedrijven is in planologisch opzicht al rekening gehouden. Op dit punt kunnen vaak maatregelen worden opgenomen via het stellen van een nadere eis aan de vergunning voor het bedrijf op grond van de milieuregelgeving dan wel horecaregelgeving.
Ontoelaatbare overlast is in veel gevallen afkomstig van komende en vertrekkende bezoekers. Voorbeelden van factoren bij ontoelaatbare overlast zijn o.a. het hard dichtslaan van portieren, geschreeuw, toeteren, wegscheurende gemotoriseerde voertuigen, geruzie, licht handgemeen, het bij herhaling ledigen van maag- of blaasinhoud in de omgeving van het gebouw of bedrijf. Daarnaast kan er sprake zijn van intimidatie van (de buurt)bewoners.
Bij meldingen van zware overlast is het van belang een zo goed mogelijk feitelijk beeld te hebben van de situatie en de gebeurtenissen. In geval van (klachten over) overlast moet het volgende in ieder geval duidelijk zijn:
er moet sprake zijn van effecten op de woon- en leefomgeving die – gelet op de situering van het gebouw of bedrijf en het karakter van de omgeving – inderdaad als ontoelaatbaar moeten worden gekwalificeerd;
de overlast moet aanhoudend zijn. Het gaat hier niet om incidentele gevallen van overlast;
de overlast moet te herleiden zijn tot het gebouw of bedrijf of meerdere gebouwen waarop de klachten betrekking hebben en
het moet gaan om objectiveerbare overlast.
Wanneer dergelijke overlast vanuit een woning plaatsvindt, is dit gereguleerd in artikel 2:79 APV en de beleidsregels Aanpak woonoverlast gemeente Loon op Zand. Voor het definiëren van de (ernstige) overlast wordt aansluiting gezocht bij de beleidsregels Wet aanpak woonoverlast 2019.
Artikel 4.