Naar hoofdinhoud
Het onderzoek wordt in principe uitgevoerd door een Wmo-consulent van het betreffende wijkteam. Onderdeel van het onderzoek is een gesprek met de inwoner waarvoor de melding is gedaan. Meestal is dit een gesprek bij de inwoner thuis (het zogeheten keukentafelgesprek). In het geval de ondersteuningsvraag helder en niet complex is, volstaat een telefonisch gesprek. Voorafgaand aan het gesprek onderzoekt de consulent welke gegevens er al bekend zijn bij de gemeente over de inwoner, zodat al bekende gegevens niet opnieuw gevraagd hoeven te worden. Tijdens het onderzoek is aandacht voor 11 leefgebieden, te weten lichamelijke gezondheid, geestelijke gezondheid, huisvesting, huiselijke relaties, financiën, tijdsbesteding, activiteiten dagelijks leven, sociaal netwerk, maatschappelijke participatie, verslaving en justitie. Wanneer de inwoner op een bepaald leefgebied geen problemen ervaart is verdere behandeling van de melding (op dat leefgebied) niet nodig. Op de leefgebieden waar de inwoner wel problemen ervaart, wordt besproken welke oplossingen gewenst en beschikbaar zijn. Ook wordt beoordeeld of de problematiek valt onder een resultaatgebied van de Wmo. Als dit niet het geval is, dan zal de inwoner doorverwezen worden. De consulent onderzoekt of het probleem op eigen kracht, met hulp van het sociaal netwerk of door gebruik te maken van algemene en voorliggende voorzieningen, kan worden opgelost. Wanneer dit geen of onvoldoende oplossing biedt, onderzoekt de consulent of een maatwerkvoorziening verstrekt kan worden. Het aanvragen van (medisch) advies kan onderdeel uitmaken van het onderzoek. Hiervoor is toestemming nodig van de inwoner. Om helder te krijgen in welke situaties er wel sprake is van ondersteuning op grond van de Wmo, is de opdracht uit de wet vertaald naar een zevental resultaatgebieden. Deze resultaatgebieden zijn: wonen in een geschikt huis verplaatsen in en om de woning lokaal verplaatsen per vervoermiddel voeren van een huishouden hebben van regie en structuur in het dagelijks leven beschikken over mantelzorg die het kan volhouden beschermd wonen en opvang Wanneer de ondersteuningsvraag van de inwoner breder is dan de Wmo en ook raakvlakken heeft met de Jeugdwet of Participatiewet, dan vraagt de Wmo consulent toestemming om de ondersteuningsvraag van de inwoner te bespreken in het wijkteam. Het kan ook voorkomen dat de Wmo consulent de vraag overdraagt naar een collega of dat er 2 consulenten samen op huisbezoek gaan. Het uitgangspunt is om integraal te werken volgens de visie; 1 gezin, 1 plan. In complexe situaties waarin ook andere organisaties dan de gemeente verantwoordelijk zijn voor het bieden van zorg en ondersteuning, en deze zorg op elkaar afgestemd moet worden, wordt aan de inwoners toestemming gevraagd de ondersteuningsvraag te bespreken met deze organisaties.

Rechtspraak bij dit artikel