Dit resultaatgebied gaat over het gebruik van de woning. Men moet normaal gebruik kunnen maken van de woning waarover men beschikt. Primair betreft het de daadwerkelijke gebruiksruimtes waarbij de ruimtes die noodzakelijk zijn om in te verblijven, het lichaam te kunnen reinigen, te kunnen eten en te kunnen slapen vooral van belang zijn. Deze ruimten moeten bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar zijn.
4.2.1Afwegingskader
Om voor een woonvoorziening in aanmerking te komen moet er een woning zijn. Als er geen woning is, is het niet de taak van de gemeente om voor een woning te zorgen. Een eigen woning kan zowel een gekochte woning, als een huurwoning zijn. Ook een woonwagen met vaste standplaats en woonboot met vaste ligplaats worden gezien als een woning. Woningen die niet geschikt en bedoeld zijn om het gehele jaar te bewonen (zoals vakantiewoningen, hotels en pensions) en Wlz-erkende instellingen of instellingen die gericht zijn op het verstrekken van zorg vallen niet onder het begrip ‘eigen woning’.
Bij de keus voor een woning is het in algemene zin vanzelfsprekend dat een inwoner rekening houdt met zijn eigen situatie. Dat betekent ook dat het college in alle redelijkheid van de inwoner mag verwachten dat hij met bestaande of te verwachten beperkingen rekening houdt bij de keuze voor een woning. Als de woning dan nog niet geschikt is kan het college ondersteunen.
Als de belemmeringen voortvloeien uit de aard van de gebruikte materialen zoals bijvoorbeeld het gebruik van zeer gladde tegels op de badkamervloer, dan is de woningeigenaar verantwoordelijk. De ondersteuningsplicht betreft het opheffen of verminderen van belemmeringen die voortkomen uit de bouwkundige of woon technische staat van de woning.
4.2.2Eigen kracht
Eerst wordt onderzocht wat de eigen mogelijkheden binnen dit resultaatgebied zijn. Soms kan het probleem worden opgelost door bijvoorbeeld herinrichting van de woning of het opruimen van een bepaalde ruimte. In geval van renovatie zijn de aanpassingen in principe algemeen gebruikelijk en dus voor eigen rekening. Onder renovatie verstaan we dat de aan te passen woonruimte (badkamer, keuken, toilet) economisch is afgeschreven ten tijde van een vervanging. De afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op het Beleidsboek Huurverhoging na Woningverbetering van juni 2017. Voor de afschrijvingstermijn van een badkamer wordt 25 jaar aangehouden, voor een keuken 15 jaar.
Uitgangspunt is dat verhuizen en de kosten van een verhuizing algemeen gebruikelijk zijn. Bijna iedereen verhuist wel een of meerdere keren in zijn leven, bijvoorbeeld bij het vinden van een nieuwe werkkring, gezinsuitbreiding of omdat een woning met meerdere verdiepingen op oudere leeftijd minder geschikt en/of te groot is. Voor de kosten van een verhuizing is in principe geen voorziening mogelijk. Dit is slechts anders als de verhuizing plotseling noodzakelijk is, bijvoorbeeld als gevolg van een plotseling optredende ziekte of een ongeluk. Er is dan sprake van een medische noodzaak om te verhuizen. In dat geval kan de inwoner in aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding
Over het algemeen komt een verhuizing niet uit de lucht vallen en denkt men er al langer, soms jaren, over na. Het feit dat men rekening houdt met mogelijke toekomstige ontwikkelingen en hierop inspeelt om problemen te voorkomen mag algemeen gebruikelijk genoemd worden. Het komt voort uit een eigen verantwoordelijkheid. Deze verantwoordelijkheid kan en mag in alle redelijkheid van de inwoner gevraagd worden.
Als men in de wetenschap van de eigen aandoening en beperkingen verhuist naar een ongeschikte woning is dit ook een eigen verantwoordelijkheid. Men had immers kunnen weten dat er zich problemen zouden kunnen gaan voordoen. Deze keuze hoeft niet ondersteund te worden.
Verder zijn er nog allerlei voorzieningen denkbaar die het probleem in het normale gebruik van de woning kunnen oplossen en die algemeen gebruikelijk zijn. Het gaat dan om voorzieningen die in een normale winkel, bouwmarkt of thuiszorgwinkel verkrijgbaar zijn, zoals bijvoorbeeld een verhoogde toiletpot, een tweede trapleuning, een thermostaatkraan ofeen inductiekookplaat.
4.2.3Sociaal netwerk
Na het beoordelen van de eigen kracht, komt het sociaal netwerk aan bod. Wat kan het sociaal netwerk betekenen in het oplossen van het probleem? Zo kan de buurman wellicht helpen met het monteren van een beugel bij het toilet. Betreft het een vraag voor een mantelzorgwoning dan kan er, wanneer er sprake is van intensieve zorg en/of ondersteuning en waarin de mantelzorg een belangrijke rol speelt, vergunning vrij gebouwd worden. Er moet in dat geval een indicatie worden afgegeven door de gemeente, een huisarts of wijkverpleegkundige.
4.2.4Algemene en voorliggende voorzieningen
Een voorbeeld van een algemene voorziening is een (woon)voorziening opgenomen in een pool van voorzieningen in een wooncomplex voor ouderen.
Een voorliggende voorziening is bijvoorbeeld een uitleenhulpmiddel voor kortdurend gebruik via de Zorgverzekeringswet.
4.2.5Maatwerkvoorziening
Is voor het normale gebruik in de woning een woonvoorziening noodzakelijk dan zal beoordeeld worden wat de goedkoopst adequate oplossing is om het resultaat te bereiken. Dit geldt zowel voor bouwkundige als niet bouwkundige voorzieningen. Betreft het een noodzakelijke woningaanpassing die minder kost dan € 15.000,- inclusief btw dan kan deze verstrekt worden onder de voorwaarde dat de woning na de aanpassing nog langdurig geschikt is voor de inwoner om in te kunnen blijven wonen. Is het de verwachting dat de woning niet langdurig geschikt zal zijn om in te kunnen blijven wonen en/of is de woning onvoldoende aanpasbaar dan wordt beoordeeld of verhuizen naar een meer geschikte woning aan de orde is (het primaat van verhuizen). Dit geldt ook als de kosten van de aanpassing het bedrag van € 15.000,- inclusief btw zullen overstijgen.
Afwegingsfactoren primaat verhuizen
Voordat het primaat van verhuizen wordt opgelegd, onderzoekt de consulent de volgende punten:
De medische situatie van de inwoner. Om inzicht te krijgen in de medische situatie van de inwoner kan, indien nodig, een medisch advies aangevraagd worden. De medisch adviseur objectiveert de aandoening en de progressie ervan. Tevens kan bepaald worden of verhuizen medisch gezien verantwoord is en binnen welke termijn verhuizen medisch gezien noodzakelijk is.
De mate van professionele zorg die de inwoner nodig heeft en in relatie hiermee ook de aanwezigheid en de mate van afhankelijkheid van mantelzorgers in de nabije omgeving.
De beschikbaarheid van de benodigde mantelzorg in de nieuwe woonsituatie.
De bereikbaarheid van voorzieningen.
De binding aan de woonplaats.
Welke voorzieningen, al dan niet via de Wmo, zijn er aanwezig en is verhuizen gezien de aanwezigheid van deze voorzieningen mogelijk?
Wat zijn de financiële consequenties voor de inwoner?
Verhuizen
Is verhuizen na het beoordelen van de bovenstaande aspecten een optie dan zal het primaat verhuizen als goedkoopst adequate oplossing worden voorgesteld. De inwoner kan, wanneer de verhuizing niet algemeen gebruikelijk is, worden ondersteund met een verhuiskostenvergoeding. Om het verhuizen binnen een redelijke termijn te kunnen realiseren heeft het college een convenant met de wooncorporaties gesloten. Een (noodzakelijke) verhuizing kan over het algemeen binnen een redelijke termijn gerealiseerd worden, dat wil zeggen binnen een jaar. Bij het bereiken van het resultaat wordt van de inwoner ook een inspanning gevraagd. Deze zal zich moeten inschrijven als woningzoekende en zal in samenwerking met de wooncorporatie een geschikte woning moeten accepteren. Hierbij kan het gaan om een woning zowel binnen als buiten zijn eigen woonkern in de gemeente Altena. Een programma van eisen wordt opgesteld door de consulent en aan de inwoner en de wooncorporaties verstrekt, zodat gericht gezocht kan worden naar een geschikte woning. Als de inwoner in een koopwoning woont kan van hem verwacht worden om een huurwoning te betrekken.
Wanneer het primaat van verhuizen wordt opgelegd of vastgesteld maar de inwoner wil niet verhuizen dan is dit een eigen keuze. Er is dan geen reden meer voor het college om verdere ondersteuning te bieden.
Voor verhuizen naar een zorginstelling wordt geen verhuiskostenvergoeding verstrekt, evenmin voor verhuizingen naar woningen die niet adequaat zijn.
Aanpassen
Mocht een verhuizing na afweging van de bovenstaande factoren geen optie zijn dan zal de inwoner ondersteund worden door het realiseren van een woningaanpassing.
De vergoeding wordt afgestemd op het niveau van de sociale woningbouw en de (minimum) eisen zoals opgesteld in het Bouwbesluit. Het staat de inwoner vrij om te kiezen voor een hoger afwerking niveau. De meerkosten komen dan voor eigen rekening.
Bij het vaststellen van de woningaanpassing wordt een programma van eisen opgesteld. Met behulp van dit programma van eisen kunnen één of meerdere offertes worden opgevraagd. Uitbetaling van de kosten vindt plaats aan de woningeigenaar.
Als het gaat om een uitbreiding van ruimten wordt onderzocht welke benodigde ruimteoppervlakte aangehouden moeten worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de benodigde hulpmiddelen die de inwoner gebruikt en ruimte die nodig is voor degene die zorg verleent. Bij de vaststelling van de ruimten wordt gebruik gemaakt van Woonkeur en van het Handboek voor toegankelijkheid.
Verhuisintentie
Als er sprake is van het realiseren van een grote woningaanpassing bij een huurwoning, wordt aan de huisgenoten van de inwoner voor wie de woning is aangepast, een verhuisintentie opgelegd. Dit houdt in dat wanneer degene voor wie de woonvoorziening is gerealiseerd komt te overlijden of verhuist, de overige bewoners binnen een redelijke termijn de desbetreffende woning beschikbaar stellen voor een andere inwoner met beperkingen. In dit geval kan verhuiskostenvergoeding worden toegekend.
Ook wanneer een inwoner na vaststelling van het primaat verhuizen een aangepaste woning krijgt toegewezen, wordt de verhuisintentie opgelegd. Op deze manier blijft het aanbod van aangepaste woningen beschikbaar voor de doelgroep voor wie het bedoeld is: mensen met beperkingen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2