4.3.1Inleiding
Dit resultaatgebied richt zich op het zich verplaatsen in en om de woning. Dat betekent dat het buitenshuis om verplaatsingen gaat die direct vanuit de woning worden gedaan. Het gaat om de inwoners die voor het verplaatsen zijn aangewezen op een voorziening die het lopen vervangt en waarbij dit dagelijks nodig is.
4.3.2Afwegingskader
Wanneer iemand beperkt is in de mobiliteit kunnen voorzieningen voor het verplaatsen in en om de woning gebruikt worden. Richtlijn is dat de inwoner in staat gesteld moet worden om zich binnenshuis en in de directe omgeving van de woning te kunnen verplaatsen. Dit betekent verplaatsingen rond het huis, naar de buren of bestemmingen in dorp of wijk die op loopafstand liggen. Ook kan een voorziening worden gebruikt voor het zich verplaatsen op de plek van bestemming, zoals een winkelcentrum of een park waarbij de cliënt zich zelf kan voortbewegen of kan worden geduwd door een ander. In hoeverre een rolstoel aan de orde kan zijn voor het zich verplaatsen op de plek van bestemming, is vooral afhankelijk van de vraag in hoeverre dit bijdraagt aan zijn zelfredzaamheid of participatie.
4.3.3Eigen kracht
Het college onderzoekt welke eigen mogelijkheden de inwoner heeft om het verplaatsingsprobleem op te lossen. Er zijn diverse hulpmiddelen die de inwoner behulpzaam kunnen zijn. Hierbij valt te denken aan een wandelstok, een looprek of een rollator. Deze voorzieningen zijn algemeen gebruikelijk. Ook het gebruik van een buggy bij kinderen tot 4 jaar is algemeen gebruikelijk. Daarnaast is het denkbaar dat een inwoner besluit zelf een (tweedehands)rolstoel aan te schaffen.
4.3.4Sociaal netwerk
Het college onderzoekt wat het sociaal netwerk van de inwoner kan betekenen om het verplaatsingsprobleem op te lossen.
4.3.5Algemene en voorliggende voorzieningen
Levert het bovenstaande geen oplossing op dan zal het college beoordelen of het resultaat kan worden bereikt met een algemene of voorliggende voorziening.
Is er slechts tijdelijk een oplossing nodig, dan kan gebruik worden gemaakt van de tijdelijke uitleen via de Zvw voor bijvoorbeeld een rolstoel, trippelstoel of rollator.
Woont de inwoner in een verzorgingshuis en betreft het kortdurende verplaatsingen buiten het appartement (verplaatsingen van appartement naar koffiekamer bijvoorbeeld) dan is de instelling verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de transportrolstoel vanuit hun outillage of er kan gebruik gemaakt worden van een rolstoelpool.
4.3.6Maatwerkvoorziening
Als al het voorgaande niet heeft geleid tot een oplossing dan kan er worden ondersteund met een maatwerkvoorziening. Ter ondersteuning van de beperkingen kan gedacht worden aan rolstoelen voor dagelijks zittend verplaatsen, zowel door lichaamskracht als elektrisch voort te bewegen. Ook een aangepaste buggy voor kinderen valt onder dit resultaatgebied.
Bij de selectie van het type rolstoel wordt gekeken naar de volgende aspecten:
hoe vaak en voor welk doel wordt de rolstoel gebruikt;
de fysieke mogelijkheden van de inwoner om een rolstoel zelf voort te bewegen;
of de inwoner de rolstoel zelf moet kunnen voortbewegen of dat het volstaat als een ander de rolstoel voortbeweegt;
of, als een elektrische rolstoel is aangewezen, de inwoner in staat is om deze te besturen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3