4.7.1Inleiding
Binnen dit resultaatgebied gaat het om het hebben van mantelzorgers die hun taken vol kunnen blijven houden.
Doelstellingen binnen dit resultaatgebied zijn:
het ontlasten van de mantelzorger;
de mantelzorger kan de zorg (langer) volhouden;
er is evenwicht tussen draagkracht en draaglast.
4.7.2Afwegingskader
Het gaat hier over inwoners woonachtig in de gemeente Altena. De woonplaats van de inwoner is bepalend, niet die van de mantelzorger. Het gaat over alle taken die mantelzorgers verrichten binnen de 7 genoemde resultaatgebieden binnen de Wmo.
Een risico is dat mantelzorgers overbelast raken. Om dat te voorkomen kan ondersteuning aan de mantelzorger worden geboden. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door de inwoner voor één of meer dagdelen per week naar de dagbesteding te laten gaan, zodat de mantelzorger even iets voor zichzelf kan doen. Ook respijt zorg is mogelijk, bijvoorbeeld als de mantelzorger op vakantie gaat. In dat geval wordt de mantelzorg tijdelijk overgenomen.
Onder voorwaarden kan een inwoner ook één of meer etmalen per week worden opgenomen in een instelling. De belangrijkste voorwaarde daarbij is dat de inwoner permanent toezicht nodig heeft.
De inzet van dit resultaatgebied richt zich op ondersteuning en ontlasting van de taak van mantelzorgers. Om de belastbaarheid van de mantelzorger te bepalen kunnen gegevens van een arts noodzakelijk zijn en opgevraagd worden.
4.7.3Eigen kracht
Eigen kracht gaat in dit resultaatgebied over zowel de eigen kracht van de inwoner als de eigen kracht van de mantelzorger. Wat kunnen beide partijen zelf doen om er voor te zorgen dat de mantelzorger zijn taken vol kan blijven houden? Is het beroep wat de inwoner op zijn mantelzorger doet reëel? Is de mantelzorger in staat om zijn grenzen aan te geven? Soms kan er een kortdurende interventie nodig zijn om inwoner en mantelzorger hierin verder op weg te helpen.
4.7.4Sociaal netwerk
In hoeverre zijn de taken die de mantelzorger verricht te verdelen over andere beschikbare personen? Onderzocht zal moeten worden hoe groot het sociale netwerk van de inwoner is, hoe de taakverdeling binnen dit netwerk is en of hierin verandering mogelijk is. Zijn er meer mensen binnen het sociale netwerk te activeren zodat de (dreigend) overbelaste mantelzorger in staat is de taken langer vol te houden.
Mantelzorg kan geboden worden door personen van zowel binnen als buiten de leefeenheid. Daar waar de zorg vanuit de leefeenheid wordt geboden spreek je over mantelzorg als de geboden zorg de gebruikelijke hulp van huisgenoten aan inwoner overstijgt. In het kader van dit resultaatgebied dient onderzocht te worden of alle mogelijke gebruikelijke hulp wordt benut. Ook moet gekeken worden of het een kortdurende of langdurende situatie betreft. Zie voor verdere richtlijnen hieromtrent bijlage 4.
4.7.5Algemene en voorliggende voorzieningen
In deze trede wordt onderzocht of een algemene of voorliggende voorziening de mantelzorger kan ondersteunen of ontlasten. De algemene of voorliggende voorziening kan, afhankelijk van de ondersteuningsvraag die voortkomt uit het onderzoek, worden ingezet op een van de volgende onderdelen:
Informatie en advies aan de mantelzorger
Denk aan informatie en advies over het ziektebeeld, over de omgang met de inwoner en mogelijkheden om werk en zorg te combineren. Organisaties/disciplines die hiervoor ingeschakeld kunnen worden zijn bijvoorbeeld:
MEE/cliëntondersteuning
Algemeen maatschappelijk werk
ergotherapie
dementieconsulent
wijkverpleegkundige
Emotionele ondersteuning
Denk hierbij bijvoorbeeld aan mantelzorgondersteuning vanuit Trema, lotgenotencontact of een luisterend oor.
Praktische ondersteuning
Hierbij gaat het om overname van taken door een vrijwilliger/maatje, zodat de mantelzorger de mogelijkheid heeft om iets voor zichzelf te ondernemen. Ook kan een vrijwilliger worden ingezet om bijvoorbeeld:
een boodschap te doen
de inwoner te begeleiden bij een ritje naar het ziekenhuis
kortdurend overnemen van de toezicht (“oppassen”)
Bij het doorlopen van alle lagen van de piramide zal ook aan bod komen of er sprake is van mogelijkheden, die binnen een ander wettelijk kader kunnen worden verminderd of opgelost.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inzet van wijkverpleging vanuit de Zvw.
4.7.6Maatwerkvoorziening
Wanneer het voorgaande niet leidt tot oplossing van het probleem, kan een maatwerkvoorziening ingezet worden. Welke maatwerkvoorziening van toepassing is verschilt per situatie.Zo kan de inzet van Hulp bij Huishouden de mantelzorger ontlasten die naast alle regel- en zorgtaken ook het huishouden van de inwoner overneemt.
Het verstrekken van een Wmo-deeltaxipas kan de mantelzorger ontlasten die met grote regelmaat gevraagd wordt voor het vervoer van een inwoner en dit niet meer vol kan houden.
Ook het inzetten van dagbesteding of kortdurend verblijf is een mogelijkheid. Het criterium voor kortdurend verblijf is dat de inwoner is aangewezen op ondersteuning gepaard gaand met permanent toezicht (24 uurs zorg met toezicht in de nabijheid).
Het gaat om:
het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar
het verlenen van zorg op ongeregelde en/of frequente tijden, omdat de inwoner zelf niet in staat is om hulp in te roepen
het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar)
De normering behorende bij dit resultaat gebied is te lezen in bijlage 1 als het Hulp bij Huishouden betreft en bijlage 2 als het begeleiding betreft.
De maatwerkvoorziening wordt altijd toegekend aan de inwoner met als doel de mantelzorger te ontlasten. De maatwerkvoorziening wordt dus niet aan de mantelzorger toegekend.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.7