Naar hoofdinhoud
4.6.1Inleiding Een inwoner kan op één of meerdere leefgebieden problemen ervaren door het ontbreken van regie en structuur in het dagelijks leven. De inwoner komt in aanmerking voor ondersteuning indien dit bijdraagt aan het behouden of mogelijk verbeteren van diens zelfredzaamheid en participatie. Op deze wijze wordt de inwoner in staat gesteld om te functioneren binnen de persoonlijke levenssfeer. Binnen dit resultaatgebied zijn 5 sub resultaten te onderscheiden: Sociaal en persoonlijk functioneren de inwoner heeft een gezond sociaal netwerk en vervult daarbinnen een passende sociale rol de inwoner is in staat een beroep te doen op personen in zijn/haar sociaal netwerk de inwoner kan eigen problematiek in relatie tot sociaal netwerk hanteren de inwoner heeft het vermogen tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis, in relatie met familie en andere sociale contacten de inwoner is in staat oplossingsgericht en situatie adequaat te handelen Huishoudboekje op orde de inwoner kan omgaan met geld en heeft een gezond bestedingspatroon de inwoner heeft overzicht van administratie/administratie op orde de inwoner betaalt tijdig de rekeningen de inwoner is bij schuldenproblematiek in staat om dit kenbaar, beheersbaar te maken Zelfzorg en gezondheid de inwoner is in staat zich zelf te verzorgen de inwoner draagt schone kleding de inwoner neemt de medicatie op tijd in de inwoner komt afspraken met zorgprofessionals na de inwoner is in staat de algemene handelingen voor het functioneren in de dagelijkse leefsituaties uit te voeren Regie bij het voeren van een huishouden de inwoner heeft inzicht in de huishoudelijke taken die uitgevoerd moeten worden de inwoner kan prioritering aanbrengen bij het uitvoeren van de belangrijke huishoudelijke taken de inwoner heeft structuur bij het voeren van een huishouden Hebben van een zinvolle daginvulling de inwoner heeft een zinvolle dagbesteding, gericht op behoud of ontwikkeling van vaardigheden de inwoner heeft een evenwichtig dag-nacht ritme en een wekelijkse structuur de inwoner vormt geen overlast 4.6.2Afwegingskader Bij het vaststellen van de sub resultaten dient beoordeeld te worden of de begeleiding gericht is op het overnemen van taken of op het aanleren van vaardigheden teneinde de zelfredzaamheid daadwerkelijk te vergroten. Indien de inwoner niet leerbaar is heeft de begeleiding tot doel de situatie stabiel te houden of niet te laten verslechteren. Als een inwoner de vaardigheden mist om bepaalde taken en activiteiten zelfstandig uit te voeren, maar wel leerbaar is dient de begeleiding aantoonbaar aan de gestelde doelen te werken. Daarnaast wordt in de afweging gebruik gemaakt van de systematiek van de piramide eigen kracht toegepast. 4.6.3Eigen kracht Ten aanzien van de eigen kracht kan bezien worden of de inwoner bepaalde zaken anders kan organiseren of inrichten of vaardigheden kan aanleren. Denk hierbij aan het hanteren van een duidelijke vaste structuur in dagelijks terugkomende taken of het gebruik maken van een kalender voor de dag/weekplanning. Om deze zaken op te pakken of aan te leren kan (tijdelijk) ondersteuning van buitenaf nodig zijn. 4.6.4Sociaal netwerk Mogelijk kunnen familie/kennissen ondersteuning bieden door bepaalde taken samen met de inwoner op te pakken, te zorgen dat de administratie gedaan wordt of op bepaalde momenten (telefonisch) contact op te nemen met de inwoner om hem er aan te herinneren dat er medicijnen ingenomen moeten worden of dat er gegeten moet worden. Bij het aanleren van bepaalde taken kan het sociaal netwerk de inwoner ondersteunen. Van huisgenoten wordt in sommige situaties verwacht dat zij bepaalde taken van elkaar overnemen. Zo is het gebruikelijk dat huisgenoten de administratie of de schoonmaakwerkzaamheden van elkaar overnemen als iemand dit vanwege beperkingen niet meer kan. Dit noemen we gebruikelijke hulp. Wat onder gebruikelijke hulp valt staat uitgewerkt in bijlage 4. 4.6.5Algemene en voorliggende voorzieningen Bij algemene en voorliggende voorzieningen wordt gedacht aan (lijst is niet uitputtend); Openbaar vervoer Vrijwilligers Algemeen maatschappelijk werk MEE Welzijn Deelname aan sport Kinderopvang Hulp bij Huishouden Activiteiten in dorpshuizen of woonzorgcentrum Verrichten vrijwilligerswerk Zorgverzekeringswet Wet langdurige zorg Bij het doorlopen de piramide wordt bekeken of er mogelijkheden zijn om het probleem binnen een ander wettelijk kader te verminderen of op te lossen. Denk hierbij aan behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet. Deze is voor bepaalde problematiek voorliggend aan het verstrekken van een maatwerkvoorziening. Ook is het in sommige situaties mogelijk om behandeling en begeleiding naast elkaar in te zetten. Ook zijn er voorliggende arbeidsvoorzieningen (mogelijkheden voor aangepast werk en/of dagbesteding) op grond van de; Ziektewet, WIA, Wajong en Participatiewet (PW). Mensen met een arbeidsvermogen van meer dan 20% vallen onder de verantwoordelijkheid van de PW. Wanneer het inwoners betreft ouder dan de pensioengerechtigde leeftijd, is de mate van het arbeidsvermogen niet meer relevant. 4.6.6Maatwerkvoorziening Als al het voorgaande niet of slechts deels heeft geleid tot het beoogde resultaat, kan hiervoor als maatwerkvoorziening begeleiding worden ingezet. Dit betreft individuele begeleiding, die bij de inwoner thuis wordt uitgevoerd, en/of begeleiding in groepsverband (dagbesteding). Het is aan de inwoner en zorgaanbieder om hier de meest passende vorm in te bepalen. Uit het onderzoek zullen één of meerdere sub resultaten naar voren komen. Naar aanleiding hiervan zal de consulent een aantal doelen formuleren gebaseerd op de mogelijkheden van de inwoner. Dit wordt door de zorgaanbieder en inwoner vertaald in activiteiten, waarvan duidelijk is wat deze inhouden, wie verantwoordelijk is, waar de activiteit toe leidt en hoe vaak deze plaatsvindt. Het staat de zorgaanbieder vrij om bij het behalen van de gestelde doelen gebruik te maken van algemene en voorliggende voorzieningen. Zo kan de zorgaanbieder een vrijwilliger inzetten of de inwoner naar vrijwilligerswerk toe leiden zodat er sprake is van een zinvolle daginvulling. Indien tijdens de evaluatie met de zorgaanbieder blijkt dat de ondersteuningsbehoefte van de inwoner mede wordt ondersteund vanuit een lager niveau van de piramide, en deze ondersteuning een duurzaam karakter heeft, dan neemt de consulent die ondersteuning mee in de afweging bij de herindicatie. Indien bij de evaluatie blijkt dat de inwoner en zorgaanbieder, verwijtbaar, niet werken aan de gestelde doelen, dan heeft de consulent de mogelijkheid om de inwoner te verwijzen naar een andere zorgaanbieder, dan wel de begeleiding stop te zetten. De normering die van toepassing is op onderdelen van dit resultaatgebied is te lezen in bijlage 2. Vervoer bij dagbesteding In principe is de inwoner zelf verantwoordelijk voor het vervoer van en naar de dagbesteding. Indien de inwoner geen eigen mogelijkheden heeft om naar de dagbesteding te gaan kan georganiseerd vervoer van en naar de dagbesteding noodzakelijk zijn. De consulent bepaalt of er vervoer nodig is. Als er sprake is van een noodzaak voor resultaatgebied het hebben van een zinvolle daginvulling, gecombineerd met een noodzaak voor vervoer, dient de zorgaanbieder dit vervoer voor de inwoner te regelen. Het staat de zorgaanbieder vrij het vervoer op een creatieve manier te organiseren. Zo zou de zorgaanbieder tijdelijk begeleiding in kunnen zetten om te oefenen met het gebruik van het openbaar vervoer.

Rechtspraak bij dit artikel