Hiermee wordt bedoeld dat het college de inwoner een voorziening verstrekt, die hij, kant-en-klaar ontvangt. Met deze voorziening in natura wordt het probleem voldoende opgelost. De voorzieningen worden geleverd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier.
De voorzieningen worden meestal in bruikleen aan de inwoner verstrekt. Onderhoud en
reparatie van in bruikleen verstrekte voorzieningen worden door de leverancier uitgevoerd.
5.3.1Natura maatwerkvoorziening Begeleiding
De toekenning van de maatwerkvoorziening Begeleiding, is gebaseerd op de te behalen resultaten. De geformuleerde resultaten zijn primair gebaseerd op de mogelijkheden van de inwoner. Dit wordt door aanbieder en inwoner vertaald in activiteiten, waarvan duidelijk is wat deze inhouden, wie verantwoordelijk is en waar de activiteit toe leidt en hoe vaak deze plaatsvindt. Dit wordt verwerkt in een ondersteuningsplan wat overlegd wordt aan de gemeente. Het ondersteuningsplan kent een looptijd (duur van de indicatie). Binnen deze looptijd moet het resultaat behaald worden. Tegen het eind van de looptijd zal de inzet geëvalueerd worden. Maar ook tussentijds kunnen evaluatiemomenten worden afgesproken, bijvoorbeeld jaarlijks of half jaarlijks. De frequentie is afhankelijk van de situatie van de inwoner. Ook kan er op aangeven van de inwoner, zijn omgeving of de hulpverlener geëvalueerd worden. Op basis van de resultaten van de evaluatie kan het ondersteuningsplan worden bijgesteld.
De evaluatie wordt uitgevoerd door de inwoner (indien deze daar toe in staat is), de hulpverlener en bij voorkeur ook iemand uit het netwerk van de inwoner. Als verwacht wordt dat de evaluatie tot een aanpassing van het ondersteuningsplan zal leiden wordt ook de gespreksvoerder vanuit het sociaal wijkteam uitgenodigd.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3