Naar hoofdinhoud
Er zijn twee momenten waarop een inwoner een voorziening kan aanschaffen vóór het moment van beschikken. De inwoner schaft de voorziening aan vóór het moment van melden en realiseert de voorziening vóór de melding. De rechtbank heeft geoordeeld dat er dan geen te compenseren beperkingen zijn. De inwoner heeft zijn eigen beperkingen immers al zelf opgelost. Er vindt geen ondersteuning meer plaats op grond van de Wmo tenzij de inwoner niet kan worden verweten dat hij zich niet eerst bij de gemeente heeft gemeld. De inwoner realiseert de voorziening na de melding maar vóór het beschikken. In deze situatie zal de noodzaak voor het realiseren van de voorziening vastgesteld moeten worden. Wanneer de noodzaak aangetoond kan worden, komt de voorziening in aanmerking voor vergoeding op grond van de Wmo.

Rechtspraak bij dit artikel