Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.9. Intrekking

Artikel 3.1.9. Intrekking

Onderdeel van Huisvestingsverordening Gemeente Papendrecht 2019

Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning tot omzetting als bedoeld in artikel 3.1.2 intrekken, indien: Niet binnen één jaar, nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot omzetting; De vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; De aan de vergunning verbonden voorwaarden niet worden nagekomen; Vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat niet voldaan wordt aan de leefbaarheidstoets als bedoeld in artikel 3.1.4; Binnen een periode van 12 maanden, het college van burgemeester en wethouders twee maal heeft geconstateerd dat er geen sprake meer is van omzetting in onzelfstandige woonruimte, waarbij geldt dat tussen deze twee constateringen een periode van tenminste zes hele kalendermaanden dient te zitten; In het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel