Naar hoofdinhoud

Artikel 5.7

Zeetankschepen met gevaarlijke stoffen buiten petroleumhavens

Onderdeel van Havenverordening NORTH SEA PORT NETHERLANDS 2019

Het is verboden om zich met een tankschip te bevinden op een ligplaats buiten de petroleumhavens indien zich een gevaarlijke stof als lading of ladingresidu aan boord bevindt, tenzij: het tankschip beladen is of was met een brandbare vloeistof met een vlampunt van 55 graden Celsius of hoger, kaliumhydroxide, natriumhydroxide, fosforzuur of stoffen genoemd in de IMDG Code, klasse 9, of; kortstondig ligplaats wordt genomen op een aangewezen autoafzetplaats om een auto onmiddellijk af te zetten of aan boord te nemen. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden om zich met een zeetankschip te bevinden op een ligplaats buiten de petroleumhavens indien zich een gevaarlijke stof als lading of ladingresidu aan boord bevindt, tenzij het een zeetankschip betreft dat beladen is of was met een brandbare vloeistof met een vlampunt lager dan 55 graden Celsius die zich niet bevindt in een direct aan de scheepshuid grenzende ladingtank of sloptank en deze tanks een inerte atmosfeer of maximaal 20% van de laagste explosiegrens brandbare dampen bevat, en: door een gasdeskundige een verklaring is afgegeven waaruit blijkt dat de ladingsituatie van het zeetankschip in overeenstemming is met de in dit onderdeel gestelde voorschriften; er uitsluitend overslag plaats vindt van de in het eerste lid, onder a, genoemde stoffen; ladingtanks of sloptanks gesloten blijven, tenzij het openen van de ladingtanks of de sloptanks noodzakelijk is voor de overslag van de in het eerste lid, onder a, genoemde stoffen; er geen schoonmaakhandelingen van ruimten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, en; er maximaal één schip langszij ligt. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het college gebieden aanwijzen waar het nemen van ligplaats met een zeetankschip indien zich een gevaarlijke stof als lading of ladingresidu aan boord bevindt, is toegestaan. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel