Naar hoofdinhoud

Artikel 5.8

Toegelaten schepen in petroleumhavens

Onderdeel van Havenverordening NORTH SEA PORT NETHERLANDS 2019

Het is verboden zich met een schip in een petroleumhaven te bevinden, tenzij: het schip van de havenwerken gebruik maakt, heeft gemaakt of zal maken om te lossen, te laden, ladingstanks schoon te maken of te bunkeren; het een tankschip betreft dat dient te wachten; de aanwezigheid van dat schip in de haven in verband met de aankomst, het verblijf of het vertrek van een schip als bedoeld in onderdeel a of b, uit een oogpunt van de uitoefening van het scheepvaartbedrijf noodzakelijk is; het schip in dienst is van een publiekrechtelijk lichaam of van de havenbeheerder; het schip zich rechtstreeks en zonder onderbreking begeeft naar of van havenwerken in een aangrenzend en buiten de petroleumhaven liggend gedeelte van de haven en uit de nabijheid blijft van in de petroleumhaven aanwezige schepen; het een dienstverlenend schip betreft; het een passagiersschip betreft, dat in het bezit is van geldige certificaten op grond van de Binnenvaartwet en dat uitsluitend personen haalt of brengt op verzoek van een walbedrijf in die petroleumhaven en zijn route en verblijfsduur zo kort mogelijk houdt; het een werkschip betreft waarvan de aanwezigheid in de haven noodzakelijk is in verband met onderhoudswerkzaamheden aan de haveninfrastructuur; het een schip betreft betrokken bij het communicatievaren, of; het een schip betreft dat baggerwerkzaamheden uitvoert; het een LNG-bunkerschip betreft. Het is verboden zich met een schip, gebouwd of gebruikt voor de recreatievaart, in een petroleumhaven te bevinden. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel