In artikel 13b lid 1 van de Opiumwet (hierna: ‘artikel 13b van de Opiumwet’) is aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend om een last onder bestuursdwang op te leggen, indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven, een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Sinds 1 januari 2019 is dit artikel uitgebreid en kent artikel 13b van de Opiumwet aan de burgemeester tevens de bevoegdheid toe om een last onder bestuursdwang op te leggen indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
Gelet op de tekst van artikel 13b van de Opiumwet beschikt de burgemeester bij de uitoefening van de in artikel 13b van de Opiumwet neergelegde bevoegdheid over beleidsruimte. Dit Damoclesbeleid bevat de kaders die de burgemeester van Harderwijk in acht neemt bij de toepassing van zijn bevoegdheden op grond van artikel 13b Opiumwet.
Het Damoclesbeleid vervangt het vorige Damoclesbeleid dat was neergelegd in het “Damoclesbeleid artikel 13b van de Opiumwet woningen, lokalen en erven” (vastgesteld op 14 juli 2011 en nadien gewijzigd vastgesteld op 12 februari 2014). Allereerst vraagt de recente uitbreiding van artikel 13b van de Opiumwet om aanpassing van het beleid. Deze uitbreiding van artikel 13b van de Opiumwet is in dit Damoclesbeleid verwerkt. Daarnaast is een herziening van het beleid wenselijk gelet op de ontwikkelingen in de rechtspraak. Tot slot vragen ook de opgedane ervaringen in de gemeente Harderwijk bij de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet om aanpassing van het beleid.
1.1 Doelstelling
Het algemene doel van de Opiumwet en artikel 13b in het bijzonder is de preventie en beheersing van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico's voor de volksgezondheid en het tegengaan van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden, onder meer bezien vanuit het perspectief van de openbare orde.1Kamerstukken II 1996/97, 25 324, nr. 3, blz. 5; ABRvS 29 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3251. De toepassing van de bevoegdheid op grond van artikel 13b strekt er concreet toe om de verkoop, de aflevering of de verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van drugs in of vanuit een woning of lokaal (definitief) te beëindigen en beëindigd te houden, herhaling daarvan te voorkomen en – voor wat betreft voorbereidingshandelingen – de aanvang van drugshandel- en/of productie te beletten.
Aan deze algemene doelstelling van de bevoegdheidstoepassing van artikel 13b van de Opiumwet kunnen de volgende subdoelen worden ontleend die met dit Damoclesbeleid worden nagestreefd:
te bewerkstelligen dat door de gekozen maatregel een definitief einde komt aan de geconstateerde overtreding van de Opiumwet;
te verhinderen dat de woning of het lokaal opnieuw gebruikt gaat worden ten behoeve van drugshandel en het drugscircuit (voorkoming van herhaling van het geconstateerde);
te realiseren dat de geconstateerde overtreding wordt opgevolgd door een reactie van de burgemeester die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de aard en de ernst van de overtreding (proportionaliteit en subsidiariteit);
dat aan betrokken drugscriminelen en aan buurtbewoners een signaal wordt afgegeven dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit in de betrokken woning of het betrokken lokaal;2Vgl. ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3481.
de eventuele bekendheid van de woning of het lokaal als drugspand te doorbreken;
de eventuele loop naar de woning of het lokaal eruit te halen;
aantasting van het woon- en leefklimaat en het veiligheidsgevoel in de omgeving van de woning of het lokaal te herstellen;
de verstoring of dreiging daarvan van de openbare orde, leefbaarheid en veiligheid – o.a. door gevaren van het handels- of productiepunt3Het kan daarbij gaan om bijvoorbeeld brandgevaar omdat de stroominstallatie is gemanipuleerd. Daarnaast kan het gaan om gevaren die in de regel verbonden zijn aan een crimineel drugscircuit, zoals bedreiging, intimidatie of geweld, waaraan ook derden kunnen worden blootgesteld. Het gaat er niet om dat dit concreet gebeurd moet zijn, maar dat het risico daarop bestaat of bestaan heeft. – te herstellen.
Deze subdoelen zijn niet uitputtend. Ook hoeven de subdoelen niet allemaal in iedere kwestie aan de orde te zijn. De subdoelen gelden daarom niet cumulatief maar alternatief. Uitgangspunt is dat de burgemeester van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet gebruik maakt als daarmee een of meer van deze subdoelen of een daaraan verwant doel zijn gediend.
1.2 Verhouding tot andere (beleids)terreinen en bevoegdheden
Om een goed beeld te hebben van de positionering van dit Damoclesbeleid worden hieronder andere (beleids)terreinen besproken die een rol kunnen spelen bij de constatering van overtre-dingen van de Opiumwet. Deze andere (beleids)terreinen vallen buiten de reikwijdte van dit beleid.
Coffeeshopbeleid
De burgemeester heeft voor de exploitatie van een coffeeshop in de gemeente Harderwijk, die in het bezit is van een geldige gedoogverklaring, afzonderlijk beleid opgesteld: het “Coffeeshopbeleid Harderwijk”. Dit Damoclesbeleid is niet van toepassing op de gedoogde coffeeshop in Harderwijk. Een coffeeshop die niet beschikt over een geldige gedoogverklaring valt wél onder dit Damoclesbeleid.
Strafrecht
Het bezitten, in- en uitvoeren, telen, bereiden, verwerken, verkopen, verstrekken, afleveren en vervoeren van drugs is in de Opiumwet strafbaar gesteld. Dat geldt ook voor handelingen ter voorbereiding van deze gedragingen. Degene die zich schuldig maakt aan bovengenoemde gedragingen kan daarvoor strafrechtelijk worden vervolgd door het Openbaar Ministerie en uiteindelijk door een strafrechter worden bestraft met een geldboete of gevangenisstraf. Dit staat los van de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De toepassing van artikel 13b van de Opiumwet heeft geen strafrechtelijk, maar een bestuursrechtelijk doel. Het betreft geen punitieve sanctie (met als doel leed toe te voegen) maar een herstelsanctie. De systematiek van het bestuursrecht is een andere dan die van het strafrecht. Het doel van het bestuursrecht is het wegnemen van de illegale/ongewenste situatie en niet het opleggen van een sanctie.4ABRvS 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4046.
Concreet wordt met de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet – zoals gezegd – beoogd de in de woning of het lokaal geconstateerde overtreding van de Opiumwet te beëindigen en herhaling ervan te voorkomen. De toepassing van 13b van de Opiumwet is dan ook niet gericht op de persoon die (vermoedelijk) de overtreding heeft begaan of daarvoor verantwoordelijk is, maar op het object van de woning of het lokaal of het daarbij behorende erf. Daarom kan een besluit om toepassing te geven aan artikel 13b van de Opiumwet niet worden aangemerkt als een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 EVRM. Omdat de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet een ander doel heeft, en losstaat van de bevoegdheden van het Openbaar Ministerie, kan bij een overtreding van de Opiumwet tegelijkertijd bestuursrechtelijk (door de burgemeester) en strafrechtelijk (door het Openbaar Ministerie) worden opgetreden.
Privaatrecht
Een overtreding van de Opiumwet in een huurwoning of gehuurd lokaal en/of een daarbij behorend erf kan in een privaatrechtelijke (huur)relatie, zoals met een woningcorporatie, leiden tot een procedure die gericht is op de ontbinding van de huurovereenkomst. Het recht om ingeval van een dergelijke overtreding een huur- of gebruiksovereenkomst (buitengerechtelijk) te ontbinden komt toe aan de eigenaar/verhuurder van het pand waarin de overtreding heeft plaatsgevonden en staat eveneens los van de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De toepassing door de burgemeester van artikel 13b van de Opiumwet heeft een van de ontbinding van huur- of gebruiksovereenkomst te onderscheiden functie, ter voorkoming van verdere overtredingen in de betrokken woning of lokaal.5ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3481.
Als het gaat om een koopwoning, is het mogelijk dat er gevolgen zijn voor de hypotheek. Dit kan leiden tot (gedwongen) verkoop van de woning. De hypotheekverstrekker kan via het Wkpb-register (verderop in het beleid staat hierover meer informatie opgenomen) zien of er in de woning een overtreding van artikel 13b Opiumwet heeft plaatsgevonden. Ook deze gevolgen staan los van de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet.
Artikel 1.
Inleiding
Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Harderwijk houdende regels omtrent drugs (Damoclesbeleid Harderwijk 2019)
Verwijzingen
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 10a
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b
- artikel 11a
- artikel 13b
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 13b van de Opiumwet