Onderscheid harddrugs en softdrugs
In onderhavige aanpak maken we onderscheid tussen harddrugs en softdrugs. Dit omdat de activiteiten die gerelateerd zijn aan harddrugs een grotere negatieve impact hebben op het woon- en leefklimaat in de gemeente dan bij de handel in softdrugs het geval is. Een langere sluitingstijd is bij de handel in de middelen genoemd op lijst I noodzakelijk om de situatie te normaliseren.
Geen drugs, wel gebruik ten behoeve van productie, verkoop, aflevering of verstrekking
Het kan voorkomen dat een hennepkwekerij wordt opgerold die vlak voor de inval is geoogst of een pand waarvan uit onderzoek door de politie blijkt dat het gebruikt wordt als knooppunt van waaruit men handelsafspraken maakt ten behoeve van verkoop, aflevering of verstrekking van drugs. Een andere mogelijkheid is dat een geringe hoeveelheid drugs wordt aangetroffen (niet zijnde een handelshoeveelheid) maar dat de overige zaken in de woning (of het pand) wel wijzen op een grotere hoeveelheid of productie, bijvoorbeeld hoeveelheid aangetroffen apparatuur zoals lampen of afval.
In dergelijke gevallen worden geen handelshoeveelheden drugs aangetroffen, maar valt het betreffende pand wel onder de werking van artikel 13b Opiumwet. Het is immers gebruikt ten behoeve van de productie, verkoop, aflevering of verstrekking van drugs. De voorbereidingshandelingen zijn opgenomen in de handhavingsmatrix.
Begunstigingstermijn en herstelmaatregelen
In de last onder bestuursdwang wordt volgens artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht een begunstigingstermijn geboden aan betrokkene(n). De betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om op vrijwillige basis het pand in oorspronkelijke staat te herstellen. Dat stelt de betrokkene in staat om persoonlijke spullen, huisraad, bederfelijke waar en dergelijke uit de woning te verwijderen. Deze begunstigingstermijn is niet van toepassing in geval van een spoedsluiting.
Onderscheid lokalen en woningen
Voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is een schriftelijke machtiging vereist. Op basis van de Awb is het bestuursorgaan dat een last onder bestuursdwang toepast bevoegd tot het geven van een dergelijke machtiging. In het geval van artikel 13b Opiumwet is aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Hij kan een schriftelijke machtiging verlenen als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden.
Is er in het geval van een woning sprake van spoedeisendheid dan wordt deze direct gesloten. In overige gevallen zal bij een woning in de vooraankondiging tot beschikking de overtreder bekend worden gemaakt met de intentie om een last onder bestuursdwang op te leggen. De overtreder wordt hierbij enige tijd geboden om tegemoet te komen aan het verzoek van de burgemeester de overtreding te beëindigen. Dit vanuit het proportionaliteitsbeginsel.
Uitgangspunt voor lokalen is dat bij het aantreffen van voor de handel bestemde drugs vanaf een bepaalde hoeveelheid altijd direct wordt gesloten.
Tijdsverloop
Het kan voorkomen dat er enig tijdsverloop optreedt tussen de constatering van de overtreding en het besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Dit vloeit voort uit de ingrijpende strekking van het besluit en de gehoudenheid van de burgemeester om een besluit tot sluiting zorgvuldig voor te bereiden.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur/zienswijze
Op het moment dat artikel 13b Opiumwet door de burgemeester wordt toegepast moet er worden voldaan aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Bij vermoedens van drugshandel wordt daarom overlegd met de eigenaar en de overtredende bewoner indien dit een ander is. In het kader van een goede belangenafweging wordt aan alle belanghebbenden de mogelijkheid gegeven een zienswijze bekend te maken ten aanzien van het voornemen van de burgemeester om het betreffende pand te sluiten. Belanghebbenden zijn in ieder geval de eigenaar en de gebruiker van het pand. De zienswijze kan schriftelijk worden ingediend maar kan ook worden ingediend tijdens een gesprek. Het gesprek kan zowel telefonisch als in persoon plaatsvinden en vindt plaats met een vertegenwoordiger die namens de burgemeester optreedt en eventueel een vertegenwoordiger van de politie. De kennisgeving c.q. uitnodiging wordt voorafgaand aan het gesprek aangetekend verstuurd. Het is afhankelijk van de situatie hoeveel tijd aan de belanghebbende kan worden gegeven voor het indienen van de zienswijze. Aan de waarschuwingsplicht bij sluiting van woningen wordt uitvoering gegeven door de gemeente als men met de eigenaren en overlastgevers (indien bereikbaar) om de tafel zit. Het inzetten van de procedure op basis van artikel 13b Opiumwet vindt plaats als laatste middel en nadat aannemelijk is geworden dat vanuit een lokaal of woning drugs verhandeld wordt.
Artikel 3.
Algemene beleidsuitgangspunten
Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet 2019 gemeente Molenlanden