Naar hoofdinhoud
Handhavingsarrangement In geval van het verkopen, afleveren of verstrekken van een middel dan wel daartoe aanwezig hebben als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven en/of woningen en behorende erven geldt in beginsel het handhavingsarrangement als te vinden in bijlage 1. Verjaring Wanneer er tussen opeenvolgende constateringen meer dan vijf jaar verstreken is wordt de nieuwe constatering gezien als een eerste constatering. Lijst 1 van de Opiumwet bevat een overzicht van harddrugs met een onaanvaardbaar risico. Het bezit van meer dan 0,5 gram harddrugs wordt aangemerkt als een handelshoeveelheid en is strafbaar gesteld als een misdrijf. Op lijst II staan met name de hennepproducten die als softdrugs worden aangemerkt. Bezit van softdrugs tot 30 gram is een overtreding. Bezit tot 5 gram zal veelal worden afgedaan met een politiesepot, bij meer dan 5 gram bezit is strafrechtelijke vervolging mogelijk. Bezit van meer dan 30 gram softdrugs wordt aangemerkt als handelshoeveelheid en is een misdrijf met bijbehorende zware sancties. Gedeeltelijke sluiting/overige bewoners Bij een sluiting moet beoordeeld worden of kan worden volstaan met gedeeltelijke sluiting van het betreffende pand en/of erf. Ook kan het voorkomen dat er vanuit een op het erf van de woning gelegen bijgebouw (bijvoorbeeld schuur of garage) de handel plaatsvindt en niet in de woning zelf. In dat geval wordt bekeken of alleen het bijgebouw te sluiten is. Als het om een pand gaat dat aan verschillende personen wordt verhuurd, zoals kamerverhuurpanden, kan worden overgegaan tot gedeeltelijke sluiting door afzonderlijke kamers of een gedeelte van een pand te sluiten. Op die wijze blijft voor derden de rest van het pand toegankelijk. Medebewoners, waarvan bekend is dat zij niet met de overtreding te maken hebben, worden daardoor niet onnodig getroffen. Gelet op het bepaalde in artikel 8 van het EVRM (recht op ongestoord woongenot) zal er, indien tot een sluiting wordt besloten, tevens aandacht dienen te zijn voor de vraag of voor een bewoner vervangende woonruimte aangeboden dient te worden. Dit behoeft extra aandacht indien er kinderen bij betrokken zijn. Spoedeisende situaties Als de situatie dit vereist kan de burgemeester overgaan tot een spoedsluiting. Artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht biedt de mogelijkheid om in spoedeisende gevallen de zienswijzemogelijkheid achterwege te laten. Ook kan in geval van een hoge spoedeisendheid mondeling een sluiting worden aangezegd, die zo spoedig mogelijk op schrift wordt gesteld. Per geval wordt bepaald of in lijn met de ernst van bovengenoemde situaties sprake is van een dermate bijzondere situatie waarbij onmiddellijk optreden vereist is. Het enkel aantreffen van een handelshoeveelheid drugs of een hennepkwekerij valt hier niet onder. Mede aan de hand van de indicatorenlijst (bijlage 2) wordt bepaald of men tot een spoedsluiting over moet gaan. De spoedsluiting duurt voort, met een maximum van twee weken, totdat de burgemeester een definitief besluit ten aanzien van het pand neemt en effectueert de sluiting middels overdracht van de sleutels, verzegeling van het pand en het aanbrengen van een biljet met daarop de tekst dat dit drugspand op last van de burgemeester is gesloten (kennisgeving). Aan een ernstige situatie is inherent dat spoedeisende bestuursdwang zal moeten worden toegepast en de overtreder niet in de gelegenheid gesteld wordt de overtreding en de vrees voor toekomstige voortduring zelf weg te nemen. Definitief besluit Tegen de definitieve besluiten staat bezwaar open. Een besluit tot het sluiten van een woning, lokaal en/of daarbij behorend erf op grond van artikel 13b Opiumwet wordt op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) ingeschreven in het gemeentelijke beperkingenregister. Niet betreden Na de sluiting is het verboden de woning of het lokaal te betreden op basis van artikel 2:41 lid 2 van  de APV. Het pand zal voor een ieder ontoegankelijk worden gemaakt. Het gebouw mag alleen worden betreden als de burgemeester daartoe ontheffing heeft verleend, als bedoeld in datzelfde lid 1 van artikel 2:41 APV. In de regel wordt slechts ontheffing van het verbod verleend in geval van een dringende en/of zwaarwichtige reden. Om voor een ontheffing in aanmerking te komen zal een schriftelijk en gedetailleerd verzoek om ontheffing moeten worden ingediend, waaruit in ieder geval duidelijk moet blijken voor wie de ontheffing moet gelden, voor welk doel en voor welke periode. Overtreder betaalt Ingevolge artikel 5:25 van de Awb geschiedt de toepassing van een last onder bestuursdwang op kosten van de overtreder. In de last onder bestuursdwang wordt dit aan de overtreder medegedeeld. Verwijtbaarheid van betrokken personen De last onder bestuursdwang wordt bekendgemaakt aan de overtreder en aan de rechthebbenden op het gebruik van het pand. Dit houdt in dat de last onder bestuursdwang wordt opgelegd aan de eigenaar en de eventuele huurder(s) van het betreffende pand. Bestuursdwang op grond van lid 1 van artikel 13b Opiumwet is in de praktijk een (tijdelijke) sluiting van het pand. De persoonlijke verwijtbaarheid van de betrokkenen van een illegaal verkooppunt speelt geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet waarin de burgemeester kan optreden. De burgemeester kan uitgaan van het feitencomplex zoals hem bekend. Strafrechtelijke bewijsregels hoeven daarbij niet in acht te worden genomen. Artikel 6, lid 2 van het EVRM (onschuldpresumptie) geldt alleen voor strafrechtelijke of daarmee vergelijkbare procedures. De sluiting van een pand heeft geen verdergaande strekking dan het beëindigen van de overtreding (van artikel 2, aanhef en onder b en c van de Opiumwet) en herstel     van de openbare orde, veiligheid en rechtsorde en is niet gericht op toevoeging van verdergaand     leed of nadeel. Het is derhalve geen punitieve sanctie, zodat artikel 6, lid 2 van het EVRM niet van toepassing is. Het kan zijn dat zaken worden meegevoerd en opgeslagen om de last onder bestuursdwang toe te kunnen passen, als bedoeld in artikel 5:29 van de Awb. Zolang de verschuldigde kosten niet zijn voldaan kan de teruggave van zaken opgeschort worden. Verzoek opheffen sluiting Door een belanghebbende kan aan de burgemeester tussentijds schriftelijk en gemotiveerd worden verzocht de sluiting op te heffen. Bij zijn beslissing op een verzoek neemt de burgemeester onder meer in overweging of de te realiseren doelen van de sluiting zijn behaald. Deze afweging kan mede gemaakt worden op basis van een door de politie te overleggen bestuurlijke rapportage met een advies over een eventuele opheffing. Tevens wordt hierbij de indicatorenlijst (bijlage 2) betrokken. Van belang bij de besluitvorming hierover is de bereidheid en de bekwaamheid van de eigenaar om aantoonbaar en daadwerkelijk maatregelen te nemen om herhaling van feiten te voorkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel