Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Toekennen vervoersvoorziening

Onderdeel van Nadere regels verordening leerlingenvervoer gemeente Hardinxveld-Giessendam

Basis: artikel 4, 10, 11, 12, 13, 14, 17, 18, 19, 22 en 23 van de Verordening Nadere regels: 3.1. Uitbetaling van de bekostiging Een schooljaar wordt gesteld op 200 schooldagen of 40 schoolweken. De vergoeding voor het eigen vervoer per auto wordt per half jaar achteraf uitgekeerd. Hiervoor dienen de ouders een declaratie in waaruit blijkt op welke dagen de school is bezocht. De vergoeding voor het eigen vervoer per fiets wordt bij aanvang van het schooljaar voor 40 weken uitgekeerd. Bij een toekenning lopende het schooljaar wordt de vergoeding naar rato uitgekeerd. De bijdrage voor het openbaar vervoer wordt bij aanvang van het schooljaar op basis van de kosten van een jaarabonnement (in prijs gelijk aan 10 maandabonnementen) vergoed. Bij een toekenning lopende het schooljaar wordt de vergoeding naar rato uitgekeerd. Waarbij een schooljaar op maximaal 200 schooldagen wordt gesteld; In de bijdragen genoemd onder b tot en met d is de eventuele eigen bijdrage al verwerkt. 3.2. Co-ouderschap Voor het in aanmerking komen voor een bekostiging naar de adressen van beide ouders dienen de ouders afzonderlijk een aanvraag indienen voor de dagen dat het kind tijdens weekdagen bij hen verblijft. Toelichting Co-ouderschap is geen wettelijke term maar wordt in deze Nadere regels als volgt omschreven. Ouders, al dan niet gescheiden, die niet bij elkaar wonen, kunnen afspreken om hun kind(eren) gezamenlijk te (blijven) verzorgen en opvoeden. Er is sprake van co-ouderschap als zowel de moeder, als de vader in een regelmatige afwisseling de zorg voor het kind of de kinderen hebben. Bij co-ouderschap kan er recht zijn op bekostiging van leerlingenvervoer voor de dagen dat de leerling bij de betreffende ouder verblijft. 3.3. Vaststellen kosten openbaar vervoer Het vaststellen van de kosten van openbaar vervoer en de daaraan gerelateerde vergoeding vindt plaats op basis van de door de Reisinformatiegroep BV beschikbaar gestelde informatie via 0900-9292, https://9292.nl/ of de informatie van de afzonderlijke vervoerders op het moment van toetsing. Bij een toekenning lopende het schooljaar wordt de vergoeding naar rato uitgekeerd waarbij een schooljaar gesteld wordt op maximaal 200 dagen.` 3.4. Volgorde van toekenning leerlingenvervoer Als de verordening aangeeft dat er een vergoeding in het kader van het leerlingenvervoer mogelijk is dan is dat in principe in de volgende volgorde: Als het kind kan fietsen dan is de vergoeding een fietsvergoeding Als het kind onder begeleiding kan fietsen, dan is de vergoeding een fietsvergoeding voor de begeleider en het kind. Kan het kind zonder begeleiding met het OV reizen, dan wordt er een vergoeding OV uitgekeerd. Kan het kind onder begeleiding met het OV, dan wordt er een vergoeding voor zowel het kind, als de begeleider vergoedt. Als bovenstaande opties allemaal niet van toepassing zijn voor het kind, dan pas komt een kind in aanmerking voor aangepast vervoer (lees: taxivervoer of besloten busvervoer) Als ouders zelf rijden, kunnen zij, na toestemming van het college, een vergoeding ontvangen. Deze vergoeding is afhankelijk van het soort vervoer waar een kind voor in aanmerking komt. 3.4.1. hoogte vergoeding Reisregeling binnenland Als er een beroep wordt gedaan op de Reisregeling binnenland dan geldt voor de vergoeding fiets een vergoeding van € 0,09 per kilometer volgens de kortst vastgestelde route. Als een leerling recht heeft op aangepast vervoer kan het college toestemming geven om eigen vervoer te bekostigen. De vergoeding is dan € 0,37 per kilometer volgens de kortst vastgestelde route. Deze vergoeding geldt alleen voor de ritten waarin de leerling ook in de auto zit. Wanneer de gemeente de voor het leerlingenvervoer noodzakelijke vervoersbewegingen van de chauffeur vergoedt, dan rekent de gemeente met het gehalveerde bedrag van € 0,19 per kilometer van de kortst vastgestelde route met een maximum van 4 dagelijkse ritten. Toelichting Met de diverse samenwerkingsverbanden is afgesproken dat zelfredzaamheid en ouderparticipatie belangrijk is. Hierbij wordt opgemerkt dat vooral de mogelijkheden van het kind de basis zijn voor het toekennen van de vergoeding. 3.5. vervoersstichtingen Als de kosten voor het aangepast vervoer aan een stichting moeten worden vergoed, dan is de berekening als volgt. De berekening van de kosten voor het aangepast vervoer gaat uit van de kosten van het meest logische voertuig op basis van de gegunde aanbesteding tenzij anders is afgesproken. Bij een toekenning lopende of een deel van het schooljaar wordt de vergoeding naar rato uitgekeerd. Waarbij een schooljaar op maximaal 200 schooldagen wordt gesteld. Als de kosten voor Openbaar Vervoer aan een stichting moeten worden vergoed, dan wordt er door de gemeente jaarlijks een bedrag berekend en vooraf met de stichtingen gecommuniceerd. Voor ouders van kinderen die een SBO-instelling bezoeken, die gezamenlijk een vervoersstichting oprichten, om zelf een vervoerder in te huren, is een extra jaarlijkse bijdrage voor de stichting mogelijk van maximaal € 4.000,-- per jaar onder de volgende voorwaarden: Er moet gebruik gemaakt worden van een bus die niet onder het taxivervoer valt. De kosten die de stichting moet maken om de leerlingen te vervoeren moeten hoger zijn dan de totale vergoeding die door de gemeente wordt betaald voor de betreffende leerlingen. Om dit vast te stellen zal er contact gelegd worden met de stichting aan het begin van het schooljaar. Voor ouders van kinderen die een SBO instelling bezoeken, die zich verenigen binnen een stichting, en met eigen auto’s het vervoer regelen geldt een vergoeding voor alle schooldagen voor het door de gemeente vastgestelde aantal kilometers op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, voor zover zij de kosten voor het openbaar vervoer (eventueel met een begeleidersvergoeding) met niet meer dan 5% overschrijden. 3.6. overige vervoersvormen een elektrische fiets. Er wordt maximaal € 500,-- vergoed. Voorwaarden: De leerling moet recht hebben op een voorziening leerlingenvervoer; De vergoeding is een vergoeding voor minimaal 4 jaar. Bij een minder aantal jaren zal een verrekening plaatsvinden naar rato. De gemeente is niet aansprakelijk voor het gebruik van de fiets. De onderhouds- en verzekeringskosten zijn voor de ouders. Daarnaast is het ook mogelijk om andere vormen van vervoer toe te laten. Het stimuleren van zelfstandigheid en ouderparticipatie is hierin bepalend. Echter de kosten mogen niet substantieel uitstijgen boven de volgens de verordening toegekende vergoeding. 3.7 drempelbedrag Als er sprake is van een fietsvergoeding, wordt de eigen bijdrage berekend door het in artikel 10 van de verordening Leerlingenvervoer Hardinxveld-Giessendam genoemde afstandscriterium als drempel aan te merken. Als er sprake is van een vergoeding voor eigen vervoer, wordt de eigen bijdrage berekend door het in artikel 10 genoemde afstandscriterium als drempel aan te merken. Toelichting De eigen bijdrage is bedoeld om (het door de raad vastgestelde afstandscriterium) de eerste 6 kilometer te overbruggen. Afhankelijk van het vervoermiddel wordt gekeken naar de kosten van de eerste 6 kilometer. Hierbij wordt niet bedoeld de bijkomende kosten van bijvoorbeeld een pont.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel