Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Vaststellen afstanden en vergoeding ten behoeve van fietsvergoeding en begeleiding kinderen speciaal basisonderwijs

Onderdeel van Nadere regels verordening leerlingenvervoer gemeente Hardinxveld-Giessendam

Basis: artikel 10, 11, 13 en 17 van de Verordening Nadere regels: 4.1 vaststellen afstanden ten behoeve van de fietsvergoeding Voor kinderen die regulier Basisonderwijs bezoeken geldt er een maximale afstand woning-school waarvan in principe wordt geacht dat zij deze afstand kunnen fietsen, deze is als volgt: Zit het kind in groep 8: maximale afstand 13 km Zit het kind in groep 7: maximale afstand 11 km Zit het kind in groep 6: maximale afstand 9 km Zit het kind in groep 5: maximale afstand 7 km In al deze gevallen moet het kind op 1 augustus (begin schooljaar) minimaal 9 jaar zijn, omdat het college er vanuit gaat dat een kind onder de 9 jaar nog niet in staat geacht mag worden zelfstandig de genoemde afstand te fietsen. Voor kinderen die speciaal Basisonderwijs bezoeken geldt er een maximale afstand woning-school waarvan in principe wordt geacht dat zij deze afstand kunnen fietsen, deze is als volgt: Zit het kind in de laatste groep: maximale afstand 13 km Toelichting: Als er kan worden aangetoond dat een kind door zijn handicap niet in staat is te fietsen, kan er een afwijkend besluit worden genomen. 4.2 vaststellen vergoeding begeleiding kinderen Speciaal Basis Onderwijs Voor kinderen die het SBO (Speciaal Basis Onderwijs) bezoeken die geen recht hebben op aangepast vervoer geldt, voor wat betreft het vaststellen of er begeleiding nodig is, in aanvulling op de verordening dat: een kind dat negen jaar of ouder is en niet in de laatste groep van het SBO zit en gebruik maakt van het openbaar vervoer, of van een vervoersstichting, recht heeft op een vergoeding op basis van openbaar vervoer met een begeleidersvergoeding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel