Basis: artikel 12 en 18 van de Verordening
Nadere regels:
5.1. bepaling handicap
Ouders die aanspraak willen maken op aangepast vervoer, dienen bij de eerste aanvraag eenverklaring met bewijsstukken mee te zenden van de toekenningscommissie, waarin wordt onderbouwd waarom voor de leerling aangepast vervoer noodzakelijk is. Aanvullende bewijsstukken kunnen zijn: een recente verklaring van een arts, specialist of andere deskundige over de aard van de handicap van de leerling. Deze verklaring is vereist bij elke eerste aanvraag.
Daarnaast zal bij de overgang naar een ander schooltype of van speciaal onderwijs naar voortgezet speciaal onderwijs een dergelijke verklaring moeten worden overlegd.
Zonder deze bewijsstukken wordt een aanvraag niet in behandeling genomen.
Een handicap moet structureel zijn. Structureel is minimaal 6 maanden
5.2. extra informatie
Het college behoudt zich het recht voor om een onafhankelijk advies aan te vragen.
Toelichting
In de artikelen 12 en 18 wordt aangegeven dat leerlingen op basis van hun handicap aanspraak kunnen maken op aangepast vervoer. In beide artikelen gaat het om leerlingen die, gelet op hun lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap, niet in staat zijn – ook niet onder begeleiding – van het openbaar vervoer gebruik te maken.
De toelichting bij de verordening stelt dat de toekenningscommissie, ambulante begeleider of andere deskundigen dienen te adviseren over de noodzaak van het gebruik van het aangepast vervoer dan wel openbaar vervoer met begeleiding.
Artikel 5.
Beoordeling noodzaak aangepast vervoer op basis van handicap
Onderdeel van Nadere regels verordening leerlingenvervoer gemeente Hardinxveld-Giessendam