In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Handel: het verkopen, afleveren van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig hebben in woning of lokaal; beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt.
Voorbereidende handelingen: het in een lokaal of woning aanwezig hebben van voorwerpen of stoffen die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs, zoals, niet limitatief, bepaalde apparatuur, chemicaliën en versnijdingsmiddelen.
Lokaal: Al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen, dan wel in of bij zodanige lokalen behorende erven. Het betreft panden zoals winkels, horecabedrijven, loodsen, schuren, magazijnen of (andere) bedrijfsruimten.
Woning: elk voor bewoning bestemd gebouw of bouwwerk (een voor mensen toegankelijk overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte); een woonkeet (een loods, keet of ander soortgelijk bouwwerk, bestemd om te voorzien in een tijdelijke behoefte aan woongelegenheid); een woonwagen (voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst); het bij een woning behorende erf en opstallen. Hieronder worden ook begrepen woningen in eigendom van woningcorporaties.
Harddrugs: middelen vermeld op lijst I en lijst II behorende bij de Opiumwet, met uitzondering van softdrugs.
Softdrugs: hennep (en elk deel van de plant, waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden) zoals omschreven inlijst II behorende bij de Opiumwet, ook wel aangeduid als hash, marihuana, weed, wiet of stuff;.
Softdrugs klein: Aanwezigheid van de middelen zoals deze zijn benoemd onder vorig lid en een hoeveelheid hebben van meer dan 5 gram en minder dan 50 gram of meer dan 5 hennepplanten en minder dan 50 hennepplanten.
Softdrugs groot: Aanwezigheid van de middelen zoals deze zijn benoemd in lid 5 en een hoeveelheid hebben van 50 gram of meer, of 50 hennepplanten of meer.