Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Algemeen

Onderdeel van Damoclesbeleid Leudal 2019

1. Als beleidsuitgangspunt wordt als regel gekozen voor het opleggen van een last onder bestuursdwang en niet voor het opleggen van een dwangsom. Een last onder bestuursdwang is een directer middel dat in tegenstelling tot de dwangsom binnen een concreet gesteld begunstigingstermijn tot feitelijke beëindiging van de overtreding leidt. 2. Bij het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt in principe gekozen voor sluiting van de woning/het lokaal. Dit moet als de meest effectieve maatregel worden beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen. Bij wijze van uitzondering kan in concrete gevallen, waar het middel van sluiting niet adequaat of niet evenredig is, bekeken worden welke andere bestuursrechtelijke maatregel dient te worden toegepast. 3 . De sluitingsbevoegdheid van de burgemeester op basis van artikel 13b Opiumwet en de overige daarmee samenhangende maatregelen kan uitsluitend toepassing krijgen op basis van schriftelijke bewijsstukken. 4 . Als begunstigingstermijn wordt (behoudens spoedeisende gevallen en harddrugs) een periode van 72 uur aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid is om gehoor te geven aan de opgelegde last. Bij lokalen geldt dat binnen het eerste uur van deze 72 uur de klanten uit de inrichting dienen te worden verwijderd. 5 . Indien er feitelijk tot sluiting wordt overgegaan zal de woning/het lokaal voor eenieder ontoegankelijk worden gemaakt (bijvoorbeeld door het dichttimmeren, het aanbrengen van sloten en/of verzegelen). Betreft het een omsloten erf/terrein dan kan dit worden afgesloten. Het onderliggende besluit wordt in verkorte vorm aan de voorgevel van het pand of hekwerk kenbaar gemaakt. 6 . De duur van de sluiting is afhankelijk van de overtreding en van de vraag of de woning/het lokaal reeds eerder gesloten is geweest en varieert van een sluiting voor drie maanden tot een sluiting voor onbepaalde tijd. Hierbij wordt verwezen naar de handhavingmatrices onder artikelen 3 en 4. 7 . De bestuurlijke maatregelen zijn in dit beleid weergegeven. In beginsel wordt er overeenkomstig dit beleid besloten. De burgemeester kan op basis van feiten en omstandigheden, in bijzondere gevallen, gemotiveerd afwijken van de maatregelen zoals hierin is vastgelegd. De afwijking kan zowel een lichtere als ook een zwaardere maatregel zijn. De burgemeester houdt (niet limitatief) rekening met het volgende: Proportionaliteit en subsidiariteit; Antecedenten bij de exploitant, huurder, verhuurder/eigenaar danwel bewoner; Aanwezigheid van andere strafbare feiten; Aanwijzingen die duiden op professionele handelingen, zoals grote sommen contant geld, weegschaal, verpakkings- en versnijdingsmateriaal e.d.; Feiten of omstandigheden die duiden op georganiseerde criminaliteit. 8. Voor het toepassen van de bevoegdheid voortvloeiende uit artikel 13b Opiumwet wordt verwezen naar aanwezigheid van verdovende middelen op lijst I en II van de Opiumwet. Op lijst II is hennep in al zijn verschijningsvormen opgenomen, hiervan zijn alleen zaden uitgesloten. 9. Met betrekking tot de omschrijving van het “verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben” van verdovende middelen dan welvoorwerpen of stoffen ter voorbereiding van telen of produceren van drugs, volgt uit het woord “daartoe” dat de enkele aanwezigheid van verdovende middelen – waaronder hennep in al zijn verschijningsvormen – ten behoeve van verkoop, aflevering of verstrekking dan wel de voorbereidingen tot telen of bereiden van drugs, de bevoegdheid verschaft tot sluiting. Teneinde een last onder bestuursdwang te kunnen opleggen is het niet vereist dat de verdovende middelen daadwerkelijk zijn verhandeld. 10. Bij toepassing van de bevoegdheid voortvloeiende uit artikel 13b Opiumwet wordt aansluiting gezocht bij de artikelen 2, 3, 10 en 11 Opiumwet en de Aanwijzing Opiumwet. Concreet betekent dit dat er sprake is van een overtreding in de zin van dit beleid bij een hoeveelheid softdrugs van meer dan 5 gram en bij een hoeveelheid harddrugs van meer dan 0,5 gram, dan wel de aanwezigheid van bepaalde apparatuur, chemicaliën en versnijdingsmiddelen, die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs. 11. Een wijziging in de huursituatie wordt als niet ter zake doende beschouwd indien deze wordt aangebracht nadat het voornemen tot opleggen van een last onder bestuursdwang is uitgegaan. De ratio hierachter is dat de verhuurder niet met het plaatsen van andere huurders onder de genoemde last kan uitkomen. Het is immers op dat moment nog steeds noodzakelijk de loop van een dergelijk pand af te halen. Het enkel plaatsen van nieuwe huurders leidt niet tot het voorkomen van herhaling van een met de Opiumwet strijdige situatie. 12. De burgemeester bevordert dat woningcorporaties in hun huurcontract bepalingen opnemen over het tegengaan van bereiden, verwerken, verkopen, afleveren of verstrekken van middelen als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet, waaronder mede begrepen hennepplanten. 13. De burgemeester bevordert dat, al dan niet plaatselijke hypotheekverstrekkers, in hun akte bepalingen opnemen over het tegengaan van bereiden, verwerken, verkopen, afleveren of verstrekken van middelen als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet, waaronder mede begrepen hennepplanten.

Rechtspraak bij dit artikel