1.. Een urgentieverklaring vervalt van rechtswege:

  • - nadat de geldigheidsduur als bedoeld in artikel 14, vierde lid, is verstreken,
  • - de woningzoekende een woonruimte toegewezen heeft gekregen en daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend.

2.. Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring intrekken indien:

  • - de woningzoekende naar hun oordeel niet langer als urgent woningzoekende als bedoeld in artikel 11, eerste lid, is aan te merken,
  • - de woningzoekende bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren,
  • - de woningzoekende een aanbod van een woning heeft geweigerd die naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoet aan het zoekprofiel als bedoeld in artikel 14, tweede lid onder d,
  • - de feitelijke omstandigheden niet overeenstemmen met de beschrijving van die omstandigheden in de gemeentelijke basisadministratie,
  • - de woningzoekende daarom verzoekt.