Naar hoofdinhoud
Wangedrag binnen het vervoer Nadere regel (artikel 25) Bij wangedrag van een kind in de taxi of taxibus hanteren wij een stoplichtmodel (3 stappen). Er wordt er een brief of mail gestuurd naar de ouders/verzorgers van het kind. Ook vindt er een gesprek plaats tussen de chauffeur en de ouders/verzorgers. De chauffeur maakt hier een verslag van. Het doel is verbetering van het gedrag van de leerling. Wanneer dit niet leidt tot verbetering van het gedrag stuurt de gemeente een schriftelijke waarschuwing (per brief of mail) naar de ouders/verzorgers. Er wordt hen dan de gelegenheid geboden het kind in het aangepast vervoer te (laten) begeleiden. Hiertoe biedt de gemeente de ouders/verzorgers een zitplaats aan in het voertuig. Als het probleem aanhoudt, krijgen ouders/verzorgers een laatste schriftelijke (per brief of mail) waarschuwing dat het vervoer wordt beëindigd indien het gedrag van de leerling niet verbetert. Indien het gedrag van de leerling niet verbetert, het gedrag niet verwijtbaar is aan de aandoening/handicap van de leerling en indien ouders/verzorgers geen begeleiding verzorgen, kan de gemeente besluiten het aangepaste vervoer te beëindigen. Dit geldt ook wanneer het gedrag van de leerling niet verbetert, er een medische oorzaak is aan te geven voor het ontoelaatbare gedrag en dit met begeleiding onder controle is te houden. In alle gevallen zijn het de ouders/verzorgers die de begeleiding van het kind moeten organiseren, niet de gemeente. Individueel vervoer Beleidsregel Met individueel vervoer is bedoeld, dat een leerling om medische en/of psychosociale reden niet samen met andere leerlingen kan worden vervoerd. In beginsel is er echter geen individueel vervoer. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling om medische en/of psychosociale reden individueel vervoerd moet worden. Individuele reistijd Beleidsregel Onder individuele verblijfstijd wordt verstaan: de tijd die een leerling in het voertuig doorbrengt vanaf het moment dat de leerling in het voertuig stapt tot het moment dat hij uitstapt bij afzetadres (woon-/ huisadres/op- c.q. uitstapplaats of school/stage). De individuele reistijd per leerling in het voertuig is gelimiteerd tot 90 minuten per enkele reis tenzij het door de afstand niet mogelijk is om binnen deze maximale tijdsduur te blijven. (Medische) begeleiding Beleidsregel Indien een leerling om (medische) redenen begeleiding nodig heeft, zijn de ouders verantwoordelijk voor deze begeleiding. Hiervoor kan over het algemeen een vergoeding worden verkregen op basis van de Zvw of Wlz. Door de gemeente zal de zitplaats voor de begeleider beschikbaar worden gesteld. Voor de terugweg heeft de begeleider recht op een vergoeding openbaar vervoer. Jeugdhulp vervoer Beleidsregel De Verordening leerlingenvervoer bepaald dat er een duidelijk onderscheid is tussen schoolvervoer en zorgvervoer. Het leerlingenvervoer is bedoelt voor vervoer van- en naar de school, vanaf het vooraf opgegeven thuisadres én op de schooltijden die zijn opgenomen in het schoolplan. Vanuit het leerlingenvervoer kan hier alleen van afgeweken worden als d.m.v. een medische verklaring blijkt dat van de vaste schooltijden afgeweken moet worden door de structurele beperking van de betreffende leerling. Dit betekent bijvoorbeeld dat opbouw van schooluren van tijdelijke aard is. Bij positief resultaat zullen het immers steeds meer uren worden. Er ligt dus geen structurele beperking aan de vervoersbehoefte ten grondslag. Dit moet daarom gezien worden als zorgvervoer. Hetzelfde geldt eveneens voor verzoeken om een leerling voorafgaand aan een schooldag, of na afloop daarvan op te halen of af te zetten op een andere locatie dan het thuisadres. Dit valt niet onder het leerlingenvervoer, want het leerlingenvervoer vervoert alleen van het thuisadres van- en naar de school. Stage vervoer Stage vormt een onderdeel van het onderwijsprogramma. Bij de decentralisatie van de rijksregeling naar gemeenten in 1987 is er met succes voor gepleit, dat dit vervoer onder het leerlingenvervoer bleef vallen. De kosten van dit vervoer zijn echter hoog, omdat de stageplekken altijd buiten de schoollocaties staan. Daarnaast wijken de stagetijden regelmatig af van de schooltijden. De aanvragen voor stagevervoer brengen in de regel (onevenredige) hoge kosten met zich mee. Met het oog op de door het Rijk gewenste ontwikkeling, dat alle leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs, die het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel hebben/krijgen, stage gaan lopen, is een toename van dit type vervoer en de daarbij horende kosten te verwachten. Er is geen wetgeving en voor zover bekend ook geen jurisprudentie die de mogelijkheden van het kostbare stage vervoer beperken. De gemeente heeft de ruimte om hierover afspraken met scholen te maken. Beleidsregel Als stageplek wordt gezien: de werkplek waarvoor ten behoeve van de leerling een stage-overeenkomst is opgesteld. Hierin is onder meer beschreven met welk doel de leerling stage loopt, wat de werkzaamheden zijn en voor welke periode de stage is afgesproken. Een vergoeding voor de vervoerskosten van en naar de stageplek vindt plaats in aansluiting op de schooltijden tenzij de branche waarin stage gelopen wordt, deze aansluiting niet mogelijk maakt. Daarnaast zal de vergoeding zijn afgestemd op de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en de stageplek en vice versa. Tenzij aantoonbaar niet aanwezig, zal de stage altijd plaatsvinden binnen het reistraject tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school. Bij voorkeur wordt de stageplek gezocht in de nabijheid van de woning, waardoor leerlingen minder lang hoeven te reizen en hun maatschappelijke betrokkenheid met de gemeente Vijfheerenlanden wordt vergroot. Er wordt geen vervoerskostenvergoeding toegekend indien er niet ook recht bestaat op vervoerskostenvergoeding naar de school. Voor de stageplek geldt hetzelfde afstandscriterium als voor de school en er vindt geen vergoeding plaats als de stageplek binnen de afstandsgrens staat. Ter voorbereiding op deelname in het maatschappelijk verkeer door de leerling en het vergroten van de zelfredzaamheid wordt voor het stage vervoer gekeken naar de mogelijkheden van het reizen met de (brom-)fiets en/of het openbaar vervoer. Er wordt een zo maximaal mogelijke zelfstandige manier van reizen van en naar het stageadres nagestreefd. Dit vormt de basis van de verstrekte vergoeding. Wanneer stagevervoer na 18.00 uur plaatsvind vervalt taxivervoer en kan de leerlingen aanspraak maken op een kilometervergoeding. Vervoer na schooltijd De gemeente heeft de zorgplicht voor het vervoer tussen huis en school en terug. De gemeente is niet verantwoordelijk voor het vervoer naar naschoolse activiteiten, buitenschoolse opvang, een oppasadres, of medische behandeling, etc. Hiervoor is het leerlingenvervoer niet bedoeld. Beleidsregel De basisregel is, dat het door de gemeente georganiseerde vervoer, plaatsvindt van de woning dan wel de opstapplaats naar de school en vice versa. In enkele gevallen, waarin het alternatieve uitstapadres op de route ligt en er geen meerkosten aan dit vervoer vast zitten, kan de gemeente de ouders tegemoet komen, door de leerling te laten uitstappen op een ander gewenst adres dan hun huisadres. Hieraan kunnen ouders geen enkel recht ontlenen. Indien het alternatieve uitstapadres door een wijziging in het vervoersplan niet meer op de route ligt of tot een kostenverhoging leidt, zal de leerling op het opstapadres worden afgezet. Afstand en reistijd bepalen Nadere regel (artikel 10 lid 1, artikel 11 lid 2, artikel 18 lid 4) Voor de beoordeling van aanvragen voor leerlingenvervoer moet de afstand worden bepaald van het huisadres van de leerling naar de school van de leerling. Het gebruik van opstapplaatsen veranderd niets aan deze afstand. Voor alle voorzieningen uit het leerlingenvervoer geldt de kortst gemeten afstand tussen de woning en de school. Deze wordt bepaald met behulp van de routeplanner van de ANWB: http://route.anwb.nl/routeplanner/. Bij afstanden tot 6 kilometer wordt gebruik gemaakt van de optie kortste afstand per fiets. Het vaststellen van de reistijd per openbaar vervoer vindt plaats op basis van de Reisinformatiegroep bv via 0900-9292 of www.9292ov.nl. Voor het vaststellen van de reistijd per taxivervoer wordt de vervoerder geraadpleegd. Bij een negatieve beschikking op grond van het afstandscriterium, of op grond van de reistijd, zal een uitdraai ter onderbouwing worden meegestuurd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel