Naar hoofdinhoud
Hoofdverblijf De hoofdregel is dat een aanvraag voor bekostiging van de vervoerskosten kan worden ingediend, voor het adres waar de leerling feitelijk en structureel verblijft. Inschrijving in de gemeente is hierbij niet relevant. De gemeente toetst deze aanvraag aan de verordening. Beleidsregel Bij uitzonderlijke gevallen kan er een uitzondering op de hoofdregel worden gemaakt indien de leerling: van leerlingenvervoer gebruik maakt in gemeente A; en een korte periode (maximaal zes weken) in een andere gemeenten (B) verblijft; en de oude school blijft bezoeken; en na die korte periode terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente (A). Opmerking Deze uitzondering geldt niet voor een leerling die vanwege een vakantie van de ouders elders verblijft. In alle andere situaties dat een leerling tijdelijk ergens verblijft, geldt de hoofdregel. Dit betekent overigens niet dat de aanvraag toegekend wordt. Mogelijk wordt de aanvraag afgewezen, omdat de gemeente het geen “woning” vindt (onvoldoende structureel, of niet als hoofdverblijf kan worden aangewezen) of dat het vervoer niet naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school is. Tweede opstap- of afzetadres Beleidsregel De gemeente stemt in met het vervoer naar een tweede opstap-, of afzetadres als dit op de route is waar de taxi of bus standaard langs rijdt en het opstap- of afzetadres structureel van aard is. Structureel betekent in dit verband dat er sprake moet zijn van een vast, (twee-) wekelijks terugkerend patroon bijv. alle dagen van de week met uitzondering van dinsdag- en vrijdagmiddag naar adres 1, dinsdag en vrijdagmiddag naar adres 2 en voor een periode van minimaal 3 maanden. Tijdelijk verblijf Voor een leerling die gebruik maakt van het leerlingenvervoer en die tijdelijk in onze, of in een andere gemeente verblijft, gelden de volgende beleidsregels: Beleidsregel Wanneer er sprake is van tijdelijk verblijf, korter dan 3 maanden, bekostigd de gemeente van herkomst het vervoer. Wanneer er sprake is van tijdelijk verblijf langer dan 3 maanden, kan de opvanglocatie worden aangemerkt als hoofdverblijf. Na een termijn van 6 weken, moet er een aanvraag ingediend worden. Vanaf dat moment wordt de criteria gehanteerd uit de verordening van de gemeente waarin het hoofdverblijf is gevestigd. Internaten Het komt nogal eens voor dat ouders het college vragen hun kind af en toe ook door de week naar huis te vervoeren. Beleidsregel Dergelijke verzoeken kunnen worden afgewezen. Voor internaten geldt immers weekeinde- en vakantievervoer. Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor vervoer buiten schooltijden. Crisisplaatsing Het komt voor dat kinderen om verschillende redenen uit huis geplaatst worden. De gemeente Vijfheerenlanden acht het noodzakelijk om hier beleidsregels voor op te stellen. Onder crisisplaatsing verstaan we een plotselinge uithuisplaatsing van een kind in een pleeggezin of gezinsvervangend tehuis. Deze plaatsing is van tijdelijke aard en heeft tot doel om de leerling zo snel mogelijk (bij voorkeur binnen 6 weken) terug te plaatsen in het ouderlijk huis dan wel in een andere definitieve huisvesting onder te brengen. Beleidsregel Leerlingen die vanwege een crisissituatie in het ouderlijk huis, tijdelijk in de gemeente Vijfheerenlanden wonen, kunnen rekenen op tijdelijke steun van de gemeente. Omwille van de rust voor de leerling zal er een vergoeding worden verstrekt naar de oorspronkelijke school voor de duur van maximaal zes weken, indien de uithuisplaatsing onverwacht van de één op andere dag geschiedt. Gedurende deze periode wordt veelal duidelijk waar de leerling definitief gaat wonen. De gemeente zal in deze periode onderzoeken of de oude gemeente bereid is een financiële bijdrage te leveren voor het vervoer van “hun” leerling. De verzorgers van de leerling dienen de periode van 6 weken te benutten, om bij een langduriger verblijf in de gemeente Vijfheerenlanden een andere school te zoeken. Als de leerling na het verstrijken van deze termijn in de gemeente Vijfheerenlanden blijft wonen, moet er een nieuwe aanvraag worden ingediend. Deze aanvraag wordt dan op dezelfde wijze beoordeeld, als de aanvragen van andere leerlingen uit de gemeente. De eventuele vergoeding zal gebaseerd worden op de kosten van het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Dagcentrum: twee woningen Het uitgangspunt van de verordening leerlingenvervoer is, dat slechts het vervoer van de woning naar de onderwijsinstelling en vice versa wordt bekostigd. In het geval een leerling vanuit een ouderlijke woning een school bezoekt en vanuit die school, omwille van een medische of sociale indicatie, naar een dagcentrum reist, is de gemeente niet verplicht het vervoer van school naar het dagcentrum te bekostigen. Als het vervoer naar het tweede adres geen financieel nadeel oplevert voor de gemeente en de overige kinderen ook niet benadeeld worden kan de gemeente hiervoor wel toestemming verlenen. Beleidsregel Als het dagcentrum als structureel feitelijk (eventueel tweede) verblijf aangemerkt kan worden, kan een gemeente ervan uitgaan dat het kind twee woningen in de zin van de verordening heeft, te weten de ouderlijke woning en het dagcentrum en daarom toch besluiten het vervoer te bekostiging, wanneer het dagcentrum zich binnen de gemeente bevindt. De gemeente bekostigt dan het vervoer van huis naar school en van school naar het dagcentrum. Het dagcentrum wordt dan aangemerkt als tweede woning. Het vervoer van het dagcentrum naar huis valt dan niet onder het leerlingenvervoer.

Rechtspraak bij dit artikel