Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.
In overeenstemming met artikel 8.1.4, eerste lid, van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening of een pgb herzien dan wel intrekken, indien het college vaststelt dat:
de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen;
de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten;
de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de aan de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb verbonden voorwaarden; of
de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is.
In overeenstemming met artikel 8.1.4, tweede lid, van de wet bepaalt het college in de beslissing als bedoeld in het tweede lid het tijdstip waarop de beslissing in werking treedt.
Hoofdstuk 8:
Artikel 30
- Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening en intrekking
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Hollands Kroon 2019