Onverminderd artikel 8.1.4, derde lid, van de wet kan het college, als het een beslissing aangaande een individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb op grond van artikel 30, tweede lid, onder a van deze verordening, heeft ingetrokken of herzien, van degene die de onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. Het college kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen.
Het college kan, als het een beslissing aangaande een individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb op grond van artikel 30, tweede lid, onder b, c, d of e van deze verordening heeft ingetrokken of herzien, van de jeugdige of zijn ouders geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb.
Het college kan het pgb dat anderszins onverschuldigd is betaald terugvorderen, voor zover de jeugdige of diens ouders redelijkerwijs hadden kunnen, althans moeten, begrijpen dat sprake is van een onverschuldigde betaling door de gemeente.
Indien de jeugdige of zijn ouders van wie de geldwaarde van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb wordt teruggevorderd een uitkering op grond van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigheden van het college ontvangen, dan kan het college de vordering met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen met voornoemde uitkering.
Hoofdstuk 8:
Artikel 31
- Terugvordering
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Hollands Kroon 2019