Geen mandaat wordt verleend voor bevoegdheden:
waarbij mandaat op grond van een wettelijk voorschrift is uitgesloten;
de aard van de bevoegdheid zich tegen mandatering verzet;
voor het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften;
voor het nemen van besluiten die met een versterkte meerderheid moeten worden genomen;
tot het vernietigen of het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan.
Geen mandaat wordt verleend voor besluiten die om een bestuurlijke afweging vragen. Voor het in mandaat te nemen besluit gelden de volgende criteria:
het besluit is in overeenstemming met wet- en regelgeving;
het besluit is in overeenstemming met beleid;
voor de verplichtingen die volgen uit het besluit bestaat financiële dekking;
het besluit valt niet onder de werking van het protocol actieve informatieplicht;
het besluit gaat de gemandateerde niet rechtstreeks of middellijk aan;
het nemen van het besluit vormt onderdeel van de functie van de gemandateerde.
Besluitvorming door de gemandateerde in strijd met de criteria genoemd in het vorige lid leidt niet tot een ongeldig besluit, tenzij uit de gepubliceerde mandaatlijst blijkt dat een bevoegdheid wordt uitgeoefend waarvoor in het geheel geen mandaat is verleend of dat de uitoefening van het mandaat functie specifiek is.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1