De gemandateerde vraagt zich steeds af of het gebruik van de gemandateerde bevoegdheid past binnen de uitoefening van zijn functie waarin hij door het college is benoemd.
De gemandateerde vraagt zich steeds af of hij het gebruik van de aan hem gemandateerde bevoegdheid kan verantwoorden, gelet op zijn opleiding en ervaring.
De gemandateerde vraagt zich steeds af of de politiek/bestuurlijke context besluitvorming in mandaat onwenselijk maakt.
In geval van twijfel of een ontkennend antwoord op de vragen genoemd in de vorige leden, ziet de gemandateerde af van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2