Mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid houdt in om:
zowel begunstigend als afwijzend te besluiten;
om aan het besluit voorschriften en termijnen te verbinden;
om het besluit voor te bereiden;
om het besluit in te trekken, inbegrepen intrekking als sanctie.
Het bepaalde in het eerste lid onder a geldt niet voor het portefeuillehoudersmandaat. Dit kan slechts uitgeoefend worden als in overeenstemming met het ambtelijk advies wordt besloten. Wenst de portefeuillehouder contrair te besluiten, wordt het mandaatvoorstel geagendeerd voor de eerstvolgende collegevergadering.
De gemandateerde is namens het bestuursorgaan tekenbevoegd voor de door hem genomen besluiten.
De Procuratieregeling geldt onverlet de mandaatregeling.
HOOFDSTUK 2
Artikel 4