De raad is het bevoegde orgaan voor het vaststellen, bijstellen en afsluiten van grondexploitaties. De budgethouder verstrekt die informatie die nodig is voor het opstellen van de paragraaf Grondbeleid in de Raadsprogramma begroting, de jaarlijkse en tussentijdse rapportages.
Budgethouder is bevoegd tot het doen van uitgaven ter hoogte van de op hoofdverzamelkostenplaats ingerichte grondexploitatiebegroting. Conform de in artikel 5 lid 2 vastgelegde drempelbedragen.
Ten aanzien van grondexploitatiebudgetten gelden de volgende spelregels
Verschuivingen tussen kostensoorten blijvend binnen het totale Raadskader is een bevoegdheid van de budgethouder.
Verschuivingen tussen opbrengstensoorten blijvend binnen het totale Raadskader is een bevoegdheid van de budgethouder.
In de jaarrekening wordt over deze budgetverschuivingen gerapporteerd aan College en Raad.
Budgetverschuivingen die tot gevolg hebben dat het door de raad vastgesteld geprognotiseerde exploitatieresultaat van een grondexploitatie wijzigt, worden separaat aan Raad voorgelegd.
Indien de grondexploitatie niet meer binnen het door de raad vastgestelde financiële kader kan worden afgerond, wordt het benodigde financiële kader opnieuw bepaald door middel van het opstellen van actuele kosten- en opbrengstramingen. Deze actuele ramingen worden vertaald in een nieuwe grondexploitatiebegroting. Deze nieuwe grondexploitatiebegroting en de daarbij behorende (aanvullende) kredietaanvraag wordt ter vaststelling aangeboden aan de raad.
Toelichting artikel 9
Artikel 9 regelt de budgetten m.b.t. grondexploitaties. Voor grondexploitaties gelden dezelfde drempelbedragen als opgenomen in artikel 5 lid 2, hoofdlijnen drempelbedragen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 9