Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2.

Maatwerkvoorzieningen Artikel 3.2.1

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Almelo 2019

De volgende maatwerkvoorzieningen kunnen worden verstrekt: a. Ondersteuning zelfstandig leven b. Ondersteuning maatschappelijke deelname c. Ondersteuning mantelzorg door kortdurend verblijf d. Huishoudelijke ondersteuning e. Woonvoorzieningen f. Vervoersvoorzieningen g. Beschermd wonen h. Maatschappelijke opvang a. Ondersteuning zelfstandig leven (OZL) De voorziening ondersteuning zelfstandig leven is individuele begeleiding, waarbij er wordt gewerkt aan de zowel in het ondersteuningsplan als in het zorgplan opgenomen te behalen doelen. De doelen opgenomen in het zorgplan zijn een uitwerking van de doelen die omschreven zijn in het ondersteuningsplan. Het deel van de persoonlijke verzorging die samenhangt met het zich niet kunnen verzorgen in verband met zintuiglijke, cognitieve en/of psychiatrische beperkingen kan ook vallen onder ondersteuning zelfstandig leven. Voor het overige deel is de functie persoonlijke verzorging overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet. Ondersteuning zelfstandig leven wordt in uren per week geïndiceerd en kan niet gelijktijdig worden ingezet met ondersteuning maatschappelijke deelname. De ondersteuning dient plaats te vinden in de directe nabijheid of leefomgeving van de cliënt. Ondersteuning zelfstandig leven bestaat uit 2 niveaus: Ondersteuning zelfstandig leven niveau 1 De persoon kan communiceren en zelf om ondersteuning vragen. De ondersteuning is voornamelijk gericht op stimuleren, toezicht en helpen bij waardoor de persoon in staat is om zijn of haar (sociale) leven zelfstandig vorm te geven; Er is doorgaans geen primaire noodzaak tot het overnemen van taken, bijvoorbeeld bij de dagelijkse routine. In voorkomende gevallen kan de ondersteuning zich wel richten op het overnemen van de taken door een professional. Het gaat in deze vorm van ondersteuning om planbare zorg. De persoon is zich ervan bewust dat de begeleiding op vaste dagen en tijdstippen langs komt om de ondersteuning te verlenen. De persoon kan zijn hulpvraag uitstellen. Indien er sprake is van een ad hoc situatie dan weet de persoon hier zelf mee om te gaan of bespreekt dit bij de volgende afspraak met de begeleider. Ondersteuning zelfstandig leven niveau 2 De communicatie gaat niet altijd vanzelf doordat de persoon soms niet goed begrijpt wat anderen zeggen en/of zichzelf niet voldoende begrijpelijk kan maken. De persoon kan (nog) niet zelfstandig problemen oplossen en/of besluiten nemen. Voor de dagstructuur en het voeren van regie heeft de persoon ondersteuning van anderen nodig. Ondersteuning wordt geboden bij het oplossen van problemen, het zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine (gebrek aan dag- en nachtritme) die voor de persoon niet vanzelfsprekend zijn. De ondersteuning kan zich ook richten op het, tijdelijk, overnemen tot en met aanleren van taken door een professional. Het kan dan vooral gaan om ondersteuning bij voor de persoon complexere activiteiten. Dit kan ook voor eenvoudige taken gelden. In de ondersteuning wordt er rekening mee gehouden dat er mogelijk meer interventies nodig zijn vanwege gedragsproblemen. Het gaat in deze vorm van ondersteuning om zowel planbare als niet planbare zorg. De persoon heeft naast een of meerdere tijdstippen begeleiding ook ondersteuning nodig wanneer zich een ad hoc situatie voordoet. De persoon heeft dan direct ondersteuning nodig (telefonisch/oproepbaar). b.Ondersteuning maatschappelijke deelname (OMD) Ondersteuning maatschappelijke deelname wordt over het algemeen geboden in groepsverband. Er moet minimaal 1 professional zijn op maximaal 6 cliënten. Een dag kent twee dagdelen. Een dagdeel kent 4 uur en bevat minimaal 3,75 uur directe zorgverlening. Tijdens de dagbesteding kan niet gelijktijdig individuele begeleiding (OZL) worden ingezet. Dagbesteding kan worden geïndiceerd in hele en halve dagdelen. De dagbesteding dient plaats te vinden in de directe nabijheid of leefomgeving van de cliënt. Bij het bieden van twee opeenvolgende dagdelen is de (professionele) aanbieder niet verplicht een maaltijd aan te bieden. De (professionele) aanbieder staat het wel vrij om een maaltijd aan te bieden en eventueel een eigen bijdrage hiervoor te vragen aan de cliënt. Het college kan cliënten die ondersteuning behoeven in sociale zelfredzaamheid verwijzen naar lokale aanbieders van welzijnsactiviteiten. Deze voorzieningen zijn algemeen toegankelijk en hiervoor is dan ook geen beschikking van de gemeente vereist. Deze voorzieningen zijn voorliggend aan de maatwerkvoorzieningen OMD en OZL. Indien de medewerker van de gemeente beoordeelt dat een algemene voorziening niet aansluit bij de complexiteit van de uit te voeren activiteiten en/of aanwezige stoornissen en/of beperkingen van de cliënt, zal maatwerk (OMD of OZL) worden geïndiceerd. Ondersteuning maatschappelijke deelname bestaat uit 2 niveaus Ondersteuning maatschappelijke deelname niveau 1 De ondersteuning is erop gericht door stimulans en/of toezicht te zorgen dat de persoon in staat is zijn/haar leven zelfstandig vorm te geven. De ondersteuning biedt structuur en geeft een adequate invulling aan de dag. Er is doorgaans geen primaire noodzaak tot het overnemen van taken, bijvoorbeeld bij de dagelijkse routine. De persoon kan zelf om ondersteuning vragen, maar stimuleren en toezicht zijn wel nodig. Ondersteuning maatschappelijke deelname niveau 2 Ondersteuning wordt geboden bij het oplossen van problemen en het zelfstandig nemen van besluiten. De ondersteuning houdt er rekening mee dat de communicatie niet altijd vanzelf gaat doordat de persoon niet altijd begrijpt wat anderen zeggen en/of zichzelf niet voldoende begrijpelijk kan maken. De ondersteuning kan zich ook richten op het, tijdelijk, overnemen tot en met het aanleren van taken door een professional. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om ondersteuning bij voor de persoon complexe activiteiten die van de persoon moeten worden overgenomen. Ook het uitvoeren van eenvoudige taken en communiceren gaan moeizaam. De persoon kan niet zelfstandig problemen oplossen en/of besluiten nemen. De ondersteuning houdt er rekening mee dat de persoon mogelijk meer interventies nodig heeft door bijvoorbeeld gedragsproblemen. c. Ondersteuning mantelzorg door kortdurend verblijf Ondersteuning mantelzorg door kortdurend verblijf is vergelijkbaar met de oude Awbz functie kortdurend verblijf. Het doel van deze voorziening is het bieden van ondersteuning aan de mantelzorger(s) door tijdelijk verblijf (inclusief dagbesteding) buitenshuis van degene die van zorg afhankelijk is, mogelijk te maken. Het resultaat moet dan ook zijn dat de mantelzorger wordt ontlast waardoor ondersteuningsvrager langer thuis of zelfstandig kan blijven wonen. Bij de zorgverlener waar de cliënt kortdurend verblijft, wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Het kortdurend verblijf omvat in ieder geval bed, bad, maaltijden (3 per dag) en verblijf. Kortdurend verblijf is geen integrale voorziening. Ondersteuning maatschappelijke deelname en ondersteuning zelfstandig leven moeten apart worden geïndiceerd. Als ook verpleging of persoonlijke verzorging noodzakelijk is, moet een indicatie op grond van de Zorgverzekeringswet worden verkregen. De ondersteuningsvrager is in principe zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van eigen vervoer of van hulp uit het eigen netwerk. Is de ondersteuningsvrager hiertoe niet in staat, dan wordt het vervoer geïndiceerd en door de (Pgb) aanbieder georganiseerd. De omvang van kortdurend verblijf is 1, 2 of 3 etmalen per week; afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de ondersteuningsvrager of diens mantelzorger(s). Er is een maximum van 3 etmalen (72 uur) per week gesteld omdat het logeren betreft. Bij meer dan 3 etmalen in een instelling is er sprake van opname waarvoor een intramurale indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) moet worden gesteld. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt om verblijf van maximaal 14 dagen aaneengesloten mogelijk te maken, zodat de mantelzorger(s) op vakantie kan/kunnen gaan. Een belangrijke voorwaarde bij kortdurend verblijf is dat de ondersteuningsvrager geen beroep kan doen op een vorm van respijtzorg op grond van zijn of haar zorgverzekering. Als richtlijn voor ondersteuning maatschappelijke deelname wordt uitgegaan van 2 dagdelen per etmaal. Indien individuele begeleiding noodzakelijk is kan ondersteuning zelfstandig leven geïndiceerd worden (denk aan 1 op 1 begeleiding bij eten of bepaalde activiteiten). Beoordeeld moet dan worden hoeveel ondersteuning en welke vorm van ondersteuning nodig is tijdens het kortdurend verblijf. Hiervoor kan geen algemene richtlijn worden gegeven. d. Huishoudelijke ondersteuning Het doel van huishoudelijke ondersteuning is de ondersteuningsvrager zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving ondersteuning te bieden bij huishoudelijke taken waardoor zij (beter) in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen, het voeren van een gestructureerd huishouden en deelname aan het maatschappelijk verkeer. Huishoudelijke ondersteuning kent één basismodule en 5 aanvullende modules: Module extra hygiëne; Module wasverzorging; Module regie; Module maaltijdverzorging; Module zorg voor minderjarige kinderen. Het schoonhouden of schoonmaken van de buitenkant van de woning zoals het ramen lappen aan de buitenkant, maakt geen deel uit van de huishoudelijke ondersteuning. Van de ondersteuningsvrager wordt medewerking gevraagd om de ondersteuning zo efficiënt mogelijk te kunnen organiseren. Dit betekent dat hiermee rekening wordt gehouden bij de inrichting van de woning en planning van huishoudelijke werkzaamheden. Te denken valt aan het ergonomisch verantwoord inrichten van de woning, het voorkomen van grote verzamelingen en het opruimen van de woning zodat het schoonmaken zo efficiënt mogelijk uitgevoerd kan worden. Bij het definiëren van de normen (activiteiten en frequentie) per module is gebruik gemaakt van het CIZ protocol en verschillende onderzoeken. Zo is gebruik gemaakt van: Onderzoek “Norm huishoudelijke ondersteuning in Twente” van HHM van 10 februari 2017; Verdiepend onderzoek prestatie wassen en strijken van HHM uit 2017; Onderzoek “Maatstaf hulp bij het huishouden Gemeente Amsterdam” van 28 februari 2017 Basismodule Het resultaat van de basismodule huishoudelijke ondersteuning is dat de ondersteuningsvrager beschikt over een schoon en leefbaar huis. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren. De basismodule heeft betrekking op de woonruimten die nodig zijn voor het normale gebruik van de woning en die daadwerkelijk dagelijks in gebruik zijn. In het algemeen zijn dit de volgende woonruimtes: Woonkamer; Slaapkamer(s), in gebruik bij de ondersteuningsvrager en huisgenoten; Badkamer; Toilet; Keuken; Verkeersruimten (hal, overloop, bijkeuken); Trap, mits één van de hierboven genoemde ruimten zich op een andere etage bevinden. Overige, niet in gebruik zijnde, ruimtes worden in principe niet schoongemaakt. Per woonruimte wordt aangegeven welke activiteiten met welke frequentie moeten worden verricht om het resultaat schoon en leefbaar huishouden te behalen. Het type woning, de grootte van de woning of het aantal bewoners hebben geen invloed op de frequentie van de activiteiten. De activiteiten en frequenties die vallen onder de basismodule zijn uitgewerkt in tabel 1 en 2 van bijlage 2. Aanvullende modules Wanneer als gevolg van objectiveerbare (medische) beperkingen de ondersteuningsvrager onvoldoende ondersteund worden door de basismodule bij het realiseren van een schoon en leefbaar huis of als er een ander noodzakelijk resultaat behaald moet worden, kunnen er aanvullende modules ingezet worden. Module extra hygiëne Het resultaat van de module extra hygiëne is dat de ondersteuningsvrager beschikt over een schoon en leefbaar huishouden waarbij het huis wordt schoon gehouden met een hogere frequentie omdat: In verband met medische en/of fysieke beperkingen (bijvoorbeeld bij COPD) een meer dan gebruikelijke hygiëne noodzakelijk is en een hoger niveau van schoon moet worden bereikt dan het algemeen aanvaard basisniveau van schoon. Deze beperkingen dienen objectief medisch aantoonbaar te zijn. In verband met medische en/of fysieke beperkingen het huis sneller vervuilt (bijvoorbeeld door gebruik van noodzakelijke hulpmiddelen). Deze beperkingen dienen objectief medisch aantoonbaar te zijn; Door de aanwezigheid van kinderen onder de 12 jaar het huis sneller vervuilt. Deze extra vervuiling dient door de ouders in redelijkheid tot het noodzakelijke beperkt te worden, maar kan aanleiding zijn aanvullende module toe te kennen. De grootte van een huishouden is in het algemeen geen aanleiding om de aanvullende module extra hygiëne toe te kennen. Ook de aanwezigheid van dieren (uitgezonderd hulphonden e.d.) zijn, in het algemeen, geen aanleiding voor het toekennen van deze aanvullende module. De extra werkzaamheden die hieruit voortvloeien behoren tot de eigen verantwoordelijkheid van de ondersteuningsvrager. De module extra hygiëne is qua activiteiten gelijk aan de basismodule. De frequentie wordt per ondersteuningsvrager op basis van maatwerk vastgesteld. Module wasverzorging Ondersteuning bij het wassen kan worden ingezet als het een ondersteuningsvrager niet lukt om zijn kleding, linnen- of beddengoed zelfstandig op orde en schoon te houden. De maatwerk module wasverzorging zal vanwege het voorhanden zijn van de algemene voorziening (wasdienst) alleen in uitzonderingssituaties (indien de algemene voorziening niet adequaat, passend of toereikend is) worden verstrekt. Van zo’n uitzonderingssituatie kan sprake zijn als een inwoner niet in staat is om zelfstandig regie te voeren op het op orde houden van kleding, linnen- of beddengoed. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in geval er tevens een indicatie is voor: - Regie - Beschermd wonen - OZL Het resultaat van de maatwerk module wasverzorging is dat de ondersteuningsvrager beschikt over voldoende schone en draagbare kleding en linnen- en/of beddengoed voor het volledige huishouden. Verwacht wordt dat ondersteuningsvrager er alles aan doet om de ondersteuning en het ontstaan van extra was zoveel mogelijk te beperken. Bijvoorbeeld door het aanschaffen van een wasmachine, wasdroger, het kopen van kleding die niet gestreken hoeft te worden en het gebruik van incontinentiemateriaal of anti-allergieproducten. Alleen in uitzonderingssituaties wordt ondersteuning geboden bij het strijken. De activiteiten en de frequenties die vallen onder de maatwerk module wasverzorging zijn genormeerd in tabel 3 van bijlage 2. Van de norm kan worden afgeweken als vaker moet worden gewassen vanwege: 1. Fysieke beperkingen zoals incontinentie, nachtzweten, speekselvloed; 2. Andere medische aandoeningen zoals bij bedlegerigheid; 3. Omvang en samenstelling van het huishouden (waaronder kinderen jonger dan 16 jaar). Module regie Het doel van de module regie is dat ondersteuning wordt geboden bij dagelijkse organisatie van het huishouden. Het resultaat is dat de ondersteuningsvrager langer zelfstandig kan wonen. Deze module kan worden ingezet als in redelijkheid niet meer van de ondersteuningsvrager verwacht kan worden dat deze zelfstandig beslissingen neemt ten aanzien van zijn huishouden of als disfunctioneren dreigt als gevolg van bijvoorbeeld dementie. Dat kan zich uiten in vervuiling (van de woning of kleding), verwaarlozing (eten en drinken) of ontreddering van zichzelf. Ook kan sprake zijn van een grote mate van afhankelijkheid van huisgenoten. Hierdoor wordt de ondersteuningsvrager zowel binnens- als buitenshuis belemmerd in zijn zelfstandig functioneren. De module kan ook worden ingezet voor het aanleren van huishoudelijke taken. Ondersteuning wordt dan voor de maximale duur van 6 weken ingezet voor het bieden van advies, instructie en voorlichting. Bij deze module worden niet alleen huishoudelijke taken overgenomen, maar heeft de helpende bij deze module ook taken op het gebied van aansturing en regie. Daarbij geldt voor de helpende een extra verantwoordelijkheid ten aanzien van het signaleren van ongewenste situaties of toenemende kwetsbaarheid. Bewaken of het nog verantwoord is dat de ondersteuningsvrager zelfstandig woont, is daarom onderdeel van deze module. Ook kan de ondersteuning bestaan uit het helpen handhaven, verkrijgen of herkrijgen van structuur in het huishouden. Bij de module regie moet worden overwogen of een andere maatwerkvoorziening, zoals ondersteuning zelfstandig leven, meer passend is. Een afweging die hierbij gemaakt moet worden is of de ondersteuning alleen gericht is op het huishouden of dat er ook ondersteuning op andere gebieden noodzakelijk is. Wanneer de ondersteuning gericht is op het toezien en stimuleren en er aanwezigheid gewenst is tijdens de uitvoering van de huishoudelijke taken dan kan deze ondersteuning vanuit de module regie worden uitgevoerd. Wanneer ook ondersteuning op andere gebieden noodzakelijk is en tevens gericht is op het plannen, stimuleren en organiseren van de huishoudelijke taken dan zal ondersteuning zelfstandig leven in het algemeen meer passend zijn. De module regie wordt in principe niet verstrekt in combinatie met de voorziening ondersteuning zelfstandig leven. De activiteiten en de frequenties die vallen onder de module regie zijn genormeerd in tabel 4 van bijlage 2. Module maaltijdverzorging Deze module zal vanwege het in ruime mate voorhanden zijn van algemene voorzieningen (maaltijdenservice, boodschappendiensten en boodschappenbus) alleen in uitzonderingssituaties worden verstrekt. Het resultaat van de module maaltijdverzorging is dat de ondersteuningsvrager kan beschikken over de benodigde dagelijkse maaltijden voor het volledige huishouden. Onder de module maaltijdverzorging valt zowel het doen van de boodschappen als de maaltijdbereiding en het klaarzetten en opruimen van de maaltijd. Deze module wordt ingezet wanneer de ondersteuningsvrager zelf of met hulp van zijn sociale netwerk, niet in staat is te zorgen voor de dagelijkse maaltijden. De maaltijdbereiding en het klaarzetten en opruimen ervan kan vallen onder huishoudelijke ondersteuning, ondersteuning zelfstandig leven of de functie persoonlijke verzorging in de Zorgverzekeringswet. Dit hangt af van welke vorm van ondersteuning nodig is. Dit geldt voor zowel de broodmaaltijden als de warme maaltijden. Daar waar ondersteuningsvragers nog zelfstandig kunnen eten en dit uit eigen beweging ook doen, valt de maaltijdbereiding onder huishoudelijke ondersteuning. Als ondersteuningsvragers weliswaar zelfstandig kunnen eten, maar gestimuleerd moeten worden om ook daadwerkelijk te gaan eten en toegezien moet worden op inname van de maaltijd, valt de maaltijdbereiding en het klaarzetten en opruimen ervan onder ondersteuning zelfstandig leven. Persoonlijke verzorging (Zvw) kan worden geïndiceerd als een ondersteuningsvrager niet langer in staat is zelf te eten of als zelf eten, bij bijvoorbeeld slikproblemen, een gevaar van verstikking kan opleveren. De ondersteuningsvrager moet dan gevoed worden. Het uitgangspunt bij broodmaaltijden is dat deze 1x per dag gemaakt worden. Broodmaaltijden die in de ochtend gemaakt zijn, kunnen tot ’s avonds in de koelkast bewaard en gegeten worden. Voor broodmaaltijden kan niet worden verwezen naar een voorliggende voorziening. Er zijn wel aanbieders van broodmaaltijden (denk aan bakkers) maar dit betreffen de meer luxe en uitgebreide ontbijten en lunches. Dit kan dan ook niet worden aangemerkt als een algemeen gebruikelijke voorziening omdat dit het gangbare bestedingspatroon van ondersteuningsvragers ver te boven zal gaan. Eigen keuzes, zoals de keuze voor speciaal voedsel dat maar beperkt wordt aangeboden, waardoor extra reizen nodig is of het doen van boodschappen in een groot aantal winkels, resulteert niet in extra ondersteuning voor boodschappen doen. De activiteiten en de frequenties die vallen onder de module maaltijdverzorging zijn genormeerd in tabel 5 van bijlage 2. Van de norm kan voor wat betreft de frequenties worden afgeweken in geval van: Huishouden met meer dan 4 personen; Thuiswonende kinderen jonger dan 12 jaar. Module zorg voor minderjarige kinderen Het doel van de module zorg voor minderjarige kinderen is dat door de geboden ondersteuning de dagelijkse zorg voor minderjarige kinderen is gegarandeerd. Het resultaat is dat het gezinsverband kan worden gehandhaafd. Het zorgen voor kinderen is een taak van ouders en/of verzorgers. Dat geldt ook voor ouders die door een beperking niet of moeilijk in staat zijn hun kinderen te verzorgen. Uitgangspunt is hierbij dat bij uitval van één van de ouders, de andere ouder deze zorg daar waar mogelijk overneemt. Een eventuele maatwerkvoorziening is er voor ouders die door acuut ontstane problemen een oplossing nodig hebben voor minderjarige, gezonde kinderen. De ondersteuning is dus per definitie tijdelijk, in afwachting van een structurele oplossing. Aan de hand van de criteria in de Verordening Kinderopvang om voor een sociaal medisch indicatie in aanmerking te komen, wordt beoordeeld of deze module wordt ingezet bij een cliënt. Deze module wordt afgegeven met een maximale duur van drie maanden om ouders/verzorgers de mogelijkheid te bieden een structurele oplossing te vinden. Van hen mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste zullen inspannen om die oplossing zo snel mogelijk te vinden. Daarbij dient ook betrokken te worden of de persoon aanspraak kan maken op ondersteuning via de zorgverzekering. Individuele ondersteuning voor structurele opvang van kinderen is niet mogelijk binnen de Wmo 2015. Het passen op kinderen valt niet onder dit resultaat. De activiteiten die vallen onder de module zorg voor minderjarige kinderen zijn: Naar bed brengen en uit bed halen Wassen en kleden Eten en drinken geven Babyvoeding Luier verschonen Naar school/kinderopvang brengen. De frequentie waarmee de activiteiten worden uitgevoerd, worden op maat vastgesteld. e. Woonvoorzieningen De gemeente verstrekt woonvoorzieningen om de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van personen met een beperking te bevorderen. Hierbij gaat het vooral om mensen die hulpmiddelen nodig hebben bij het normale gebruik van de woning. Met behulp van woonvoorzieningen kunnen personen met beperkingen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Hierbij valt te denken aan aanpassingen aan de woning (aanpassing van keuken of toilet) en voorzieningen in de woning (douchezitje, toiletstoel etc.). Daarnaast kan een financiële tegemoetkoming worden verstrekt voor de verhuis- en inrichtingskosten. Woonvoorzieningen hebben tot doel beperkingen, die het normale gebruik van de woning door de persoon met beperking in de weg staan, te compenseren. Wat wordt verstaan onder een woonvoorziening? Een woonvoorziening is een voorziening die de cliënt in staat stelt tot het normale gebruik van de woning. Onder het normale gebruik van de woning verstaat de gemeente de normale woonfuncties zoals slapen, eten, lichaamsreiniging, het doen van huishoudelijke werkzaamheden, keukengebruik en het zich verplaatsen binnen de woning. Onder het ‘normale gebruik van de woning’ verstaat de gemeente ook de veiligheid in en rond de woning en de toegang van de woning. De gemeente Almelo verstrekt o.m. de onderstaande woonvoorzieningen: • een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en (her)inrichtingskosten; • een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening; • overige woonvoorzieningen, zoals bijv. woningsanering. Voorwaarden voor het verkrijgen van een woonvoorziening In deze paragraaf komen de voorwaarden voor het verkrijgen van een woonvoorziening aan de orde. Net als bij alle andere voorzieningen geldt dat de gemeente de goedkoopst compenserende woonvoorziening verstrekt. De extra kosten voor een duurdere voorziening, betaalt de cliënt zelf. De gemeente verstrekt alleen een woonvoorziening voor de woonruimte waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft, dus niet voor een vakantiewoning of een tweede woning. Een uitzondering hierop is de situatie dat de persoon met beperkingen in een WLZ instelling woont en regelmatig een adres buiten de instelling bezoekt. Bijvoorbeeld in het ouderlijk huis. De gemeente kan dan een financiële tegemoetkoming verlenen in de kosten voor het bezoekbaar maken van de woning, onder de voorwaarde dat de woonruimte regelmatig wordt bezocht. Met het bezoekbaar maken van de woonruimte bedoelt de gemeente dat de cliënt de woonruimte, de woonkamer en een toiletvoorziening kan bereiken en gebruiken tot een maximum van € 1500,-. Geen recht op een woonvoorziening Algemeen gebruikelijk De gemeente verstrekt geen woonvoorziening die voor de cliënt algemeen gebruikelijk is. Het aanpassen van de woning aan de eisen van de tijd en/ of renovatie is algemeen gebruikelijk. Voorbeelden hiervan zijn: ander toilet doorspoelsysteem, extra kraan in de badkamer en weghalen van het lavet. Of een bepaalde woonvoorziening algemeen gebruikelijk is, beoordeelt de gemeente aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. Hierbij worden de persoonlijke omstandigheden en behoeften van de cliënt in aanmerking genomen. Als bijlage 3 is een lijst gevoegd van alle voorzieningen die in Almelo algemeen gebruikelijk zijn. Aard van de gebruikte materialen Wanneer de problemen die de cliënt ondervindt, het gevolg zijn van de gebruikte materialen in de woning, verstrekt de gemeente geen woonvoorziening. De gemeente wil hiermee voorkomen dat woonvoorzieningen moeten worden getroffen als gevolg van beperkingen die voortvloeien uit de in de woning gebruikte materialen, achterstallig onderhoud etc. Bij de woningeigenaar ligt immers de verantwoordelijkheid om de woning goed te onderhouden. Uitrustingsniveau sociale woningbouw De gemeente verstrekt geen voorziening die van een hoger niveau is dan het uitrustingsniveau van de sociale woningbouw. De gemeente gaat er vanuit dat het uitrustingsniveau van de sociale woningbouw voldoende compensatie biedt. Wil de cliënt dus een voorziening van een hoger niveau, dan moet hij dit zelf betalen. Verhuizing vanuit geschikte woning Wanneer de cliënt verhuist vanuit een geschikte woning en in zijn nieuwe woning beperkingen ondervindt, heeft hij geen recht op een woonvoorziening. Dit is alleen anders wanneer de cliënt verhuisd is vanwege een belangrijke reden. Een belangrijke reden kan bijvoorbeeld zijn, een echtscheiding. Verhuizing naar een geschikte woning Wanneer de cliënt niet is verhuisd naar een geschikte woning, in ieder geval in de basis geschikt, gezien zijn of haar beperkingen, verstrekt de gemeente geen woonvoorziening. Door te verhuizen naar een niet geschikte woning zijn er belemmeringen in het normale gebruik van de woning ontstaan. Als een persoon met beperking verhuist, moet hij, in relatie tot die beperkingen, zoeken naar een zo geschikt mogelijke woning. Hiermee wordt voorkomen dat men een ongeschikte woning kiest en vervolgens de rekening voor de aanpassingen bij de gemeente indient. Uitgangspunt is dat iemand met beperkingen moet verhuizen naar een geschikte woning en wanneer geen geschikte woning beschikbaar is, naar de woning die het goedkoopst geschikt te maken is. Primaat van verhuizen De gemeente gaat uit van het primaat (voorrang) van verhuizen. Dat betekent dat wanneer verhuizen in de situatie van de cliënt de goedkoopst compenserende oplossing is, verhuizen voor gaat boven het aanpassen van de woning. De cliënt krijgt dan in plaats van een aanpassing van zijn woning, een vergoeding voor de verhuis- en inrichtingskosten. De gemeente weegt hierbij alle belangen zorgvuldig af. Hierbij maakt de gemeente een kostenvergelijking tussen het aanpassen van de huidige woning en het verhuizen naar een andere woning. Ook de termijn waarbinnen kan worden verhuisd, speelt een rol. Of die termijn medisch aanvaardbaar is, blijkt uit het medisch advies. De gemeente maakt niet alleen een financiële afweging, maar kijkt naar alle individuele omstandigheden en woonbehoeften van de cliënt. Bij de afweging betrekt de gemeente onder meer de woonomgeving, de financiële gevolgen van de verhuizing, aanwezigheid mantelzorger, de sociale omstandigheden van de cliënt en beschikbaarheid van een andere woning. Dit betekent dat de gemeente zicht moet hebben op de woningvoorraad en de mogelijkheid om te verhuizen naar geschikte aangepaste of goedkoper aan te passen woning. Verhuis- en inrichtingskosten In de onderstaande gevallen verstrekt de gemeente geen voorziening voor verhuis- en inrichtingskosten: wanneer de cliënt voor het eerst zelfstandig gaat wonen; wanneer de verhuizing gelet op leeftijd, gezinssituatie, woonsituatie en gezondheidssituatie algemeen gebruikelijk is; wanneer de cliënt al is verhuisd voordat hij een aanvraag voor verhuis- en inrichtingskosten heeft ingediend; wanneer de cliënt geen belemmeringen in het normale gebruik van de woning ondervindt, tenzij hij verhuist naar een ADL-woning; wanneer de cliënt naar een WLZ instelling verhuist. De gemeente vindt dat een persoon met beperking in bepaalde gevallen geld kan reserveren voor de kosten van een verhuizing. Dit is zo in de situatie dat de persoon met beperkingen voor het eerst zelfstandig gaat wonen en hetzelfde geldt voor ouderen die kunnen anticiperen op hun woonsituatie. Vaak is een verhuizing in die gevallen te voorzien, wat betekent dat mensen daarop kunnen anticiperen door te reserveren. Voor de gemeente is het belangrijk om eerst de belemmeringen in de oude woning vast te stellen. De aanvraag moet daarom worden ingediend voordat de cliënt is verhuisd. Vanwege de medische noodzaak, geeft de gemeente een programma van eisen waaraan de nieuwe woning moet voldoen. Hiermee voorkomt de gemeente dat verhuisd wordt naar een ongeschikte woning. De financiële tegemoetkoming voor de verhuis- en inrichtingskosten betaalt de gemeente uit als er is verhuisd naar een voor de aandoeningen en beperkingen van de cliënt geschikte woning. Bovendien moet de cliënt uiterlijk binnen 6 maanden na datum van de beschikking tot toekenning van de financiële tegemoetkoming, zijn verhuisd. Het kan voorkomen dat iemand zonder beperking woont in een aangepaste woning. In dat geval kan de gemeente verhuis- en inrichtingskosten vergoeden aan deze persoon zonder beperkingen, met het doel om de woning vrij te maken voor een persoon met beperkingen. Aanpassen gemeenschappelijke ruimten Voor het aanpassen van de gemeenschappelijke ruimten in een wooncomplex heeft de gemeente geen of slechts een beperkte compensatieplicht. Het aanpassen van gemeenschappelijke ruimten in wooncomplexen voor ouderen of personen met een beperking valt niet onder de compensatieplicht, omdat dit tot het uitrustingsniveau van een dergelijk wooncomplex behoort en daarmee algemeen gebruikelijk is. De gemeente moet hierbij wel onderzoeken of er sprake is van een specifiek op ouderen of personen met beperking gericht woongebouw. Voor overige wooncomplexen verstrekt de gemeente slechts aanpassingen als dat nodig is om de woning van de cliënt toegankelijk te maken. Want om normaal gebruik te kunnen maken van een woning, moet deze toegankelijk zijn. Hierbij gaat het om de volgende aanpassingen: het aanbrengen van elektrische deuropeners; de aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw; het plaatsen van drempelhulpen of vlonders; het aanbrengen van een extra trapleuning; het realiseren van een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het wooncomplex. De aanvraag voor elektrische deuropeners kent de gemeente alleen toe in wooncomplexen niet zijnde een woon-zorgcomplex, serviceflat of specifiek voor ouderen bestemd. Woonwagens, woonschepen en binnenschepen Wat geldt voor het aanbrengen van woonvoorzieningen in woningen, geldt in principe gelijk voor woonwagens en woonschepen. Vanwege de kenmerken en het karakter van dit type woningen gelden nog een aantal extra voorwaarden. De volgende voorwaarden gelden: Aanvragen voor een overdekte gang van de woonwagen naar het douche/toiletgebouw komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat één van de kenmerken van het wonen in een woonwagen is dat het toilet zich buiten de wagen bevindt. Een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget voor de aanpassing van een woonwagen verstrekt de gemeente alleen wanneer: de technische levensduur van de woonwagen minimaal 5 jaar is; de standplaats niet binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt; de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag bij de gemeente op de standplaats stond en; de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een bewoningsvergunning. Een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget voor de aanpassing van een woonschip verstrekt de gemeente alleen wanneer: de technische levensduur van het woonschip nog minimaal 5 jaar is; het woonschip nog minimaal 5 jaar op de ligplaats mag blijven liggen. Een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget voor de aanpassing van een binnenschip verstrekt de gemeente alleen wanneer: De aanpassing betrekking heeft op het voor de schipper, de bemanning en hun gezinsleden bestemde gedeelte van het verblijf van het binnenschip; het binnenschip te boek is gesteld en; bedrijfsmatig in gebruik is voor het vervoer van goederen (laadvermogen van minimaal 15 ton) of personen (minimaal 12 personen). Afschrijvingstermijn Voor een woningaanpassing in de vorm van een aanbouw, keuken en badkamer geldt een afschrijvingstermijn van 10 jaren en voor alle overige woonvoorzieningen geldt een afschrijvingstermijn van 7 jaren. Antislipvloer Omschrijving Ook wel stap-vast vloeren genoemd. Dit zijn vloeren, veelal in de natte cel, die als gevolg van de combinatie vocht en zeep, niet glijden waardoor valgevaar voorkomen kan worden. Deze voorziening kan bestaan uit het aanbrengen van nieuwe antisliptegels of het (chemisch) bewerken van de bestaande vloer. Beide voorzieningen zijn adequaat, echter, de situatie is bepalend welke oplossing de goedkoopste is. De algemene stelregel is dat in bestaande situaties een behandeling (Slidex) de goedkoopste oplossing is. Bijkomend voordeel hierbij is dat het aanbrengen zeer snel gebeurt. In nieuwbouw situaties is het aanbrengen van antisliptegels algemeen gebruikelijk en conform de richtlijnen van aanpasbaar bouwen. In dergelijke situaties wordt daarvoor geen vergoeding gegeven. Toekenningscriteria De cliënt heeft als gevolg van verminderde sensibiliteit in de voeten problemen bij het grip krijgen op de vloer bij het opstaan of gaan zitten Wijze van verstrekken Als financiële tegemoetkoming. Berging (ten behoeve van stalling vervoermiddel) Omschrijving Extra ruimte die geschikt is voor het stallen van een Wmo-vervoermiddel indien de bestaande berging niet bruikbaar is voor dit doel en er geen andere ruimte beschikbaar is om het middel te stallen. Alvorens dit aan de orde is, dient belanghebbende zelf alle maatregelen te hebben getroffen om ruimte te creëren voor de stalling van het vervoermiddel. Vervolgens worden de volgende oplossingsmogelijkheden volgens onderstaande volgorde afgewogen op “goedkoopst adequaat”. 1. Afdakje op een beschutte(binnen)plaats; 2. Eenvoudig houten schuurtje (bouwpakket). Toekenningscriteria Cliënt heeft recht op een Wmo-vervoermiddel op grond van beperkte mobiliteit; De bestaande berging is niet met eenvoudige ingrepen als het verbreden van de toegangsdeur en/of het nivelleren van drempels geschikt te maken om als stalling te dienen; en Er is geen enkele andere acceptabele mogelijkheid om het vervoersmiddel nabij de woning te stallen. Wijze van verstrekken De tegemoetkoming te baseren op de kosten van aanschaf en plaatsing een eenvoudige houten berging, eventueel inclusief bestrating en aanleg stopcontact t.b.v. de oplader. Douchestoel Omschrijving Een woonvoorziening die wordt ingezet om de ergonomische belemmeringen bij het staande douchen te verminderen of op te heffen. Dit kan een vaste voorziening zijn, te bevestigen aan de wand of een verplaatsbare - roerende - voorziening. Deze laatste categorie is weer onder te verdelen in douchestoelen zonder wielen, met geremde zwenkwielen of voorzien van grote wielen (zelfbeweger). Elk type douchestoel kan naar individuele maatvoering besteld worden met diverse aanpassingen en opties. In sommige situaties kan een douche- toiletstoel meer adequaat zijn. Procedure Een passing kan nodig zijn om de meest geschikte voorziening te selecteren. Natura voorzieningen worden in bruikleen verstrekt. Daarbij wordt een bruikleenovereenkomst in tweevoud getekend, waarvan één exemplaar achterblijft bij de cliënt. Toekenningscriteria Cliënt ondervindt belemmeringen bij het staande douchen. Opgemerkt hierbij dient te worden dat een douchestoel veel ruimte kan innemen in een natte cel. Is belanghebbende ernstig beperkt en krijgt hij hulp bij het douchen dan kan indien de ruimte te krap is gekozen worden voor het verstrekken van een vast douchezitje eventueel voorzien van rugleuning en armleggers. Deze is opklapbaar en geeft meer ruimte voor verzorging. Wijze van verstrekken Het primaat ligt bij het verstrekken van een losse douchestoel. Dit is de goedkoopst adequate voorziening. Dergelijke stoel is een roerende (natura) voorziening en wordt in bruikleen verstrekt. Een vaste douchezitting is een onroerende woonvoorziening. Daarvoor geldt een financiële tegemoetkoming. Opmerkingen Bij de keuze voor een vaste of een verplaatsbare voorziening dienen ook de belemmeringen bij het gebruik van het toilet afgewogen te worden. Als roerende woonvoorziening is de douchestoel tegen geringe meerkosten ook als toiletstoel aan te passen, waardoor gecombineerd gebruik mogelijk is (bijvoorbeeld als douchestoel en 's nachts als toiletstoel naast het bed). Eveneens bestaat er de mogelijkheid om zogenaamde steunpoten te leveren bij vaste voorzieningen; deze wordt voor aan de zitting gemonteerd voor extra steun tijdens het gaan zitten bij zwaardere cliënten. Indien belanghebbende zelfstandig zittend kan douchen, dient de douchekop op een lager niveau te hangen. De goedkoopst adequate oplossing hierbij is het verstrekken van een tweede ophangpunt voor de douchekop, zodanig aan te brengen dat de gebruiker zowel de kraan als de douchekop kan bereiken vanaf de stoel. Douche/toiletstoel Omschrijving Woonvoorziening die is bedoeld om de belemmeringen die cliënt ondervindt bij het staand douchen, staan bij de wastafel, of het opstaan of het gaan zitten t.b.v. het toiletgebruik, op te heffen of te verminderen. Meestal is het een verrijdbare voorziening, waardoor het aantal transfermomenten tot een minimum beperkt wordt. Procedure Behandelen als aanvraag natura woonvoorzieningen. Toekenningscriteria Cliënt is zeer beperkt in zijn/ haar mobiliteit; én ondervindt problemen bij het staande douchen, bij het staan aan de wastafel, en bij het opstaan en gaan zitten t.b.v. het toiletgebruik, én het maken van transfers geeft zodanige problemen dat deze momenten tot een minimum beperkt moeten worden. Wijze van verstrekken Als natura-voorziening in bruikleen. Drempelhulpen Omschrijving Een woonvoorziening om de toegankelijkheid /doorgankelijkheid van een woning of leefruimte te bevorderen. De meest ondervonden problemen zijn de afhankelijkheid van een loophulpmiddel of rolstoel in combinatie met te hoge drempels. Bij rollatorgebruikers wordt afgewogen of de belemmering weggenomen kan worden door het (in eigen beheer) plaatsen van een zogenaamde “bob-up”, een accessoire aan de rollator waardoor drempels, maar ook stoepranden gemakkelijker kunnen worden “genomen”. Drempelhulpen zijn een alternatief voor het verwijderen van drempels of het ophogen van de tegels bij de deur. Naast het uitgangspunt goedkoopst adequaat, dient hierbij onderscheid te worden gemaakt tussen huurwoningen en woningen in eigendom. Voor deze laatste kan het verstrekken van drempelhulpen zinvol zijn, indien het een woning betreft die niet specifiek geschikt is voor ouderen. De voorziening kan ingenomen worden, als de woning verkocht wordt. Voor huurwoningen die specifiek geschikt zijn voor ouderen en/of mensen met beperkingen, zal eerder voor een meer permanente oplossing gekozen worden, aangezien de woning daarmee blijvend geschikt wordt voor de doelgroep. Procedure Behandelen als aanvraag voor een natura woonvoorziening. Toekenningscriteria Cliënt ondervindt ergonomische belemmeringen bij het verlaten en binnengaan van de eigen woning of leefruimten. De drempelhulp is de goedkoopst adequate oplossing in relatie tot het verwijderen van (de) drempel(s) of het laten ophogen van de bestrating. Bij huurwoningen die bijzonder geschikt zijn voor ouderen, verdient het laten aanbrengen van een permanente voorziening de voorkeur. Wijze van verstrekken Hetzij in bruikleen (huurwoningen) hetzij in eigendom (eigenaren). Opmerkingen Vaak bestaat de aanvraag uit “het verwijderen van de drempels in de woning”; hierbij moet nagegaan worden of het noodzakelijk is om alle drempels in een woning te verwijderen. In principe moet alleen de voordeur of alleen de achterdeur van een oprijdplaat worden voorzien. Een individuele afweging is hierbij aan de orde. Dubbele woonlasten/tijdelijke huisvesting Omschrijving Vergoeding van kosten van tijdelijke huisvesting en/of dubbele woonlasten omdat belanghebbende niet in zijn/haar woning kan blijven wonen of nog niet een nieuwe woning kan betrekken gedurende de tijd dat de woning aangepast wordt en nog niet bewoonbaar is. Toekenningscriteria Belanghebbende ondervindt op medische gronden ergonomische belemmeringen in de woning en de woning moet ingrijpend aangepast worden. Op medische gronden is het niet mogelijk dat de belanghebbende in de aan te passen woning kan gaan/blijven wonen. Indien dit tot gevolg heeft dat de bewoner gedurende een bepaalde periode dubbele woonlasten moet betalen, kan een financiële tegemoetkoming worden verleend indien: de hoofdbewoner redelijkerwijs niet kan voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten heeft; de tijdelijke huisvesting langer dan één maand*) duurt, en indien deze kosten gemaakt worden in verband met het aanpassen van de woning. tijdelijk betrekken of langer moeten aanhouden van zelfstandige woonruimte of tijdelijk betrekken of langer moeten aanhouden van een niet zelfstandige woonruimte. *) Bij verhuizing is één maand dubbele woonlasten algemeen gebruikelijk. Wijze van verstrekken Als tijdelijke tegemoetkoming in de extra woonlasten voor maximaal twee maanden. Deze termijn kan eenmalig met twee maanden worden verlengd. In het financieel besluit zijn hiervoor normbedragen opgenomen. Primaire woonfunctie van een gebouw (verbouwingen en aanpassingen aan) Omschrijving Wij vergoeden geen aanpassing van ruimten die niet als primaire woonruimte gebruikt worden. Slechts bij grote uitzondering kan tot toekenning van een dergelijke aanvraag worden overgegaan. Denk hierbij aan het verbouwen van bijvoorbeeld een garage of berging tot een uitraaskamer, een slaapkamer en/ of een natte cel. Keukenaanpassingen Omschrijving Een aanpassing en/of verbouwing van de keuken, bijvoorbeeld: • verhoging/verlaging van het aanrecht; • het ophangen van keukenkastjes op een andere hoogte; • het gedeeltelijk onderrijdbaar maken van het aanrecht (weghalen van kastje); • het in hoogte verstelbaar maken van het aanrecht; • het aanbrengen van werklicht met een hoge lux-waarde (bij slechtzienden); • en indien van toepassing het creëren van vervangende kastruimte; verrijdbare kasten. Voordat de keukenaanpassing verstrekt wordt, kunnen de volgende alternatieven eerst worden nagegaan: Indeling en situering van kasten en/of de koelkast; Welke praktische oplossing zonder kosten realiseerbaar is, bijvoorbeeld verplaatsen van meubelstukken, een tafeltje bijzetten, etc. De mogelijkheden van de hoofdgebruiker *) De aanwezigheid van meerdere personen in huis en daarmee de noodzaak tot het zelf bereiden van maaltijden. Bij (oudere) alleenstaanden kan tevens het aanbod van de maaltijdvoorziening bij de afweging worden betrokken. Deze vorm van dienstverlening is juist bedoeld is om het zelfstandig wonen van mensen met beperkingen mogelijk te maken. Aangezien de aanpassing van de keuken een kostbare oplossing is, speelt tevens de medische prognose een rol betreffende alle functiebeperkingen van belanghebbende in relatie tot de vaardigheden /mogelijkheden tot het zelfstandig doen van boodschappen en/of het onderhouden van sociale contacten *) Hoofdgebruiker De keuken wordt alleen aangepast als het een aanpassing is die betrekking heeft op de lichamelijke beperkingen van de hoofdgebruiker van de keuken. Voor een keukenaanpassing geldt dat deze noodzakelijk is voor degene die hoofdzakelijk gebruik maakt van de keuken voor het bereiden van de maaltijd en afwassen. Eenvoudige verrichtingen zoals koffie/thee zetten en brood klaarmaken kunnen (in een andere, aangrenzende ruimte) aan een tafel worden uitgevoerd. Afhankelijk van de woningindeling en de beperkingen van de cliënt vinden deze eenvoudige verrichtingen in de keuken of in een andere ruimte plaats. Uitvoering keuken Uitgangspunten bij de aanpassing zijn de eisen van de sociale woningbouw. Uitgegaan wordt van een maximumprijs voor een basiskeuken voor de sociale woningbouw. Alle overige extra’s die de cliënt wenst, en die niet noodzakelijk zijn in het kader van de Wmo, komen niet voor vergoeding in aanmerking. (Inbouw) apparatuur valt niet onder de Wmo, omdat dit algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn. Bij vervanging in verband met de handicap geldt altijd het uitgangspunt prijsniveau sociale woningbouw. Renovatie / vervanging Indien de keukenaanpassing samenvalt (of kan samenvallen) met een renovatie of vervanging van een economisch afgeschreven keuken, komen de kosten van de nieuwe keuken voor rekening van de woningeigenaar. Slechts de meerkosten t.o.v de standaard keuken (kwaliteit en uitvoering niveau sociale woningbouw) worden dan vergoed. Vervanging van keukenapparatuur valt niet onder de compensatieplicht, omdat deze worden aangemerkt als “algemeen gebruikelijk”. Procedure Voor het vaststellen van eisen van een standaard keuken wordt uitgegaan van de normen voor de sociale woningbouw. Toekenningscriteria Belanghebbende is in staat om de gebruikelijke werkzaamheden in een aangepaste keuken uit te voeren en dit ook meerdere malen per dag te doen; én Belanghebbende is de aangewezen persoon voor het bereiden van de maaltijden en kan dit niet van de andere aanwezige huisgenoten verlangen; én Belanghebbende kan redelijkerwijs geen beroep doen op de maaltijdvoorziening; én De medische situatie is zodanig stabiel dat de aangepaste keuken belanghebbende langdurig in staat stelt de gebruikelijke werkzaamheden te verrichten; én Belanghebbende kan een aantal van de overige in het huishouden te vervullen taken nog uitvoeren.

Rechtspraak bij dit artikel