Inleiding
De gemeente verstrekt vervoersvoorzieningen aan mensen met beperkingen die problemen hebben met het zich het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Door het verstrekken van vervoersvoorzieningen wordt de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie zoveel mogelijk behouden en verbeterd.
Eerst zal onderzocht worden of ondanks de beperkingen geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer of van (algemene) voorzieningen dichter bij huis die ondanks de beperkingen en zonder een maatwerkvoorziening wel bereikbaar zijn. In het algemeen geldt binnen Almelo dat de afstand tussen woonadres en de bushalte maximaal 400 meter bedraagt. Indien vastgesteld wordt dat de cliënt met of zonder hulpmiddelen zelfstandig 400 meter kan lopen ook redelijkerwijs zelfstandig in staat is het openbaar vervoer te gebruiken, verstrekt de gemeente geen vervoersvoorziening.
Als de cliënt redelijkerwijs niet in staat is het openbaar vervoer te gebruiken, gaat de gemeente uit van het primaat (voorrang) van collectief vervoer. Dit betekent dat de gemeente eerst nagaat of collectief vervoer volstaat. Als dat niet het geval blijkt te zijn, bekijkt de gemeente welke individuele vervoersvoorziening het goedkoopst compenserend is. Hierbij kan het ook zo zijn dat wanneer de cliënt slechts een zeer beperkte loopafstand kan afleggen, hij of zij in aanmerking kan komen voor een aanvullende vervoersvoorziening naast een collectieve vervoersvoorziening.
De compensatieplicht voor een vervoersvoorziening beperkt zich tot de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving. Dit is alleen anders in de uitzonderingssituatie waarbij het gaat om bovenregionaal contact dat uitsluitend door de cliënt zelf bezocht kan worden en het bezoek voor hem of haar noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen. Omdat de compensatieplicht van de gemeente veelal niet verder gaat dan lokale en nabije regionale bestemmingen subsidieert het rijk een bovenregionale vervoersketen (Valys), die mensen met een beperking naar bestemmingen buiten de lokale omgeving brengt. De kosten voor het bovenregionaal vervoer zijn gebaseerd op de kosten die verbonden zijn aan het reizen met het openbaar vervoer.
Ook bij vervoersvoorzieningen geldt dat wanneer de cliënt op grond van een andere wettelijke regeling aanspraak kan maken op een vervoersvoorziening, hij of zij in het algemeen niet in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening op grond van de Wmo.
Algemene criteria vervoersvoorzieningen
Om in aanmerking te komen voor een vervoersvoorziening moet er altijd gekeken worden of de cliënt voldoet aan de volgende criteria:
De cliënt is in staat op een verantwoorde wijze aan het verkeer deel te nemen; én
De cliënt heeft een frequente verplaatsingsbehoefte van minimaal 2 a 3 keer per week voor het doen van boodschappen voor dagelijks levensonderhoud, bezoeken van bibliotheek, kapper etc. en het onderhouden van sociale contacten in de directe woonomgeving, én
er is geen andere aanvullende vervoersvoorziening verstrekt met hetzelfde gebruiksdoel; en
de stalling moet mogelijk zijn; én
de woonomgeving moet geschikt zijn voor gebruik van de vervoersvoorziening; én
de cliënt moet uit eigen kracht op de vervoersvoorziening kunnen gaan zitten, en afstappen, en de cliënt moet in staat zijn zelfstandig het vervoermiddel te stallen.
Afschrijvingstermijn
Voor de vervoersvoorzieningen geldt een afschrijvingstermijn van 7 jaren.
Aanvullende criteria vervoersvoorzieningen
Hieronder zal per vervoersvoorziening worden uitgewerkt aan welke criteria getoetst zal worden om te beoordelen of de cliënt voor de vervoersvoorziening in aanmerking komt. De voorzieningen zijn op alfabetische volgorde omschreven.
Aankoppeldeel fiets
Dit is een vervoersvoorziening voor kinderen die niet zelfstandig kunnen fietsen. Middels een koppelstuk is deze voorziening achter een volwassenenfiets te plaatsen. Het kind kan meefietsen en bewegen, terwijl er niet gestuurd kan worden. Deze fiets is niet speciaal voor cliënt kinderen ontwikkeld, en is bovendien bij elke rijwielhandel te koop tegen een prijs die niet hoger ligt dan die van de gebruikelijke kinderfiets. Daarom wordt een dergelijke voorziening aangemerkt als een algemeen gebruikelijke voorziening.
Aanpassing auto (rolstoelbus)
Dit is een vervoersvoorziening voor kinderen, waarbij het gaat om de aanpassing van de auto van de ouders. Ook hier geldt het primaat van het collectief vervoer, en/of goedkoopst adequate oplossing. Doordat er soms schrijnende beslissingen moeten worden genomen, is het van belang om hier eveneens de sociale aspecten mee te nemen. Stel moeder heeft de zorg over twee kinderen, waarvan 1 kind gehandicapt. Het collectief vervoer kan zich in dergelijke gevallen niet lenen voor het oplossen van het ondervonden mobiliteitsprobleem. Het kind moet op medische indicatie geen gebruik kunnen maken van het collectief vervoer, al dan niet met begeleiding door ouders.
Verschoningsproblemen spelen hierbij geen rol. Aangezien de vervoerplicht beperkt is tot vervoer binnen de regio. Met behulp van het moderne incontinentiemateriaal is een regionale rit (maximaal 40 minuten) bijna altijd haalbaar. Verschoning onderweg is dus vrijwel nooit nodig.
Toekenningscriteria voor autoaanpassing
Er is een medische indicatie voor individueel vervoer per eigen auto (elke vorm van taxivervoer is medisch niet verantwoord); of
Er is een indicatie voor individueel (rolstoel)taxivervoer; én
belanghebbende beschikt over een eigen auto die niet ouder is dan 5 jaar; en
het gebruik van de eigen auto is verantwoord; en
de kosten van aanpassing zijn niet hoger dan de kosten die uitgegeven zoude worden aan een andere geschikte vorm van individueel vervoer gedurende één jaar.
De kosten worden in dergelijke gevallen voor 100% vergoed. Indien er een indicatie is voor individueel (rolstoel) taxivervoer, kan als alternatief worden gekozen voor een autoaanpassing mits de aanpassingskosten lager zijn dan de uitgaven voor het individueel vervoer over een periode van één jaar.
Wijze van verstrekken
Autoaanpassingen worden als financiële tegemoetkoming verstrekt. De kosten van onderhoud, reparatie en (extra) verzekering worden niet vergoed. Er wordt uitgegaan van een afschrijvingsduur van zeven jaar. Daardoor wordt bij gelijkblijvende medische situatie van belanghebbende, slechts eenmaal per zeven jaar een tegemoetkoming verstrekt.
Uitsluiting van aanpassing
Faciliteiten die in ieder geval niet voor vergoeding in aanmerking komen (hoewel ze functioneel noodzakelijk kunnen zijn voor het gebruik van de auto door mensen met een handicap):
- automatische transmissie
- elektrische ruitenwisser en sproeier achter
- driepuntsgordels
- hoofdsteunen
- lendenstellen voorstoel verstelbaar
- kunststoffen bekleding
- buitenspiegel van binnenuit verstelbaar
- elektrisch bediende portierruiten
- neerklapbare achterbank (i.v.m. het meenemen van een rolstoel)
- uitneembare hoedenplank (in verband met het meenemen van een rolstoel)
- derde of vijfde deur (grote achterdeur i.v.m. het meenemen van een rolstoel)
- warmtewerend glas
- achteruitverwarming
- verstelbare stuurwielen
- verstelbare voorstoelen
- handgrepen bij passagiersplaats voorin
- standaard rembekrachtiging
- gelaagde voorruit
- interval op voor- en achteruitwisser
- verlengde slede
Collectief vervoer per Regiotaxi
De Regiotaxi is een open collectief vraagafhankelijk vervoerssysteem (CVV) voor vervoer per taxi (personenauto of bus) van deur tot deur tot maximaal 30 kilometer vanaf het huisadres. Vanaf 25 tot 30 kilometer geldt een hoger tarief per kilometer. De cliënt kan vanaf 25 kilometer met Valys reizen. Ook voor reizen met Valys heeft de cliënt een pas nodig. Let op: het aanvragen van de pas kan twee weken duren.
Ritten langer dan 25 kilometer zijn het voordeligst als de cliënt reist met Valys. Meer informatie hierover is te vinden op www.valys.nl of bel Valys via het telefoonnummer 0900-9630.
Voor dit vervoer bestaat in principe geen zorgplicht. Dit valt onder bovenregionaal vervoer.
Het vervoer is voor iedereen met een indicatie toegankelijk. Voor mensen die volledig rolstoel- gebonden zijn wordt, op indicatie, rolstoelvervoer ingezet. Een scootmobiel, rolstoel, rollator en/of een assistentiehond kunnen worden meegenomen. Het meenemen van huisdieren is verder niet toegestaan. De taxi’s zijn rookvrij. De chauffeur biedt hulp bij het in- en uitstappen; biedt begeleiding naar de taxi en, op de plaats van bestemming, naar de voordeur. Bij wooncomplexen geldt als voordeur de centrale toegangsdeur.
Criteria indicatie collectief vervoer
In het algemeen geldt als afstandscriterium voor het recht op een vervoersvoorziening, dat
een belanghebbende niet in staat is om – met of zonder hulmiddelen - zelfstandig lopend een afstand van 400 meter af te leggen. Verder bestaat er recht op een vervoersvoorziening collectief vervoer als:
Belanghebbende wel 400 meter kan lopen, maar aansluitend niet in staat is om 10
minuten staande te kunnen wachten; en/of
Belanghebbende niet kan verblijven in het openbaar vervoer; of
Belanghebbende door visuele problemen of verstandelijke handicap belemmerd is om zelfstandig gebruik te maken van het openbaar vervoer, en waarbij het collectief vervoer de zelfstandigheid van de cliënt vergroot, omdat hiervan gebruik kan worden gemaakt zonder (medisch noodzakelijke) begeleider.
Co-Pilot / Duofiets
Ook wel ouder-kind-tandem genoemd. Een Co-Pilot is een vervoersvoorziening welke in het kader van de Wmo vergoed kan worden. Het is bedoeld voor kinderen die niet zelfstandig kunnen fietsen en die tijdens het fietsen toezicht nodig hebben. Kinderen kunnen alleen meefietsen en in principe niet meesturen.
Procedure
De Co-Pilot is een vervoersvoorziening voor kinderen en kan in plaats van een collectieve vervoersvoorziening verstrekt worden. Dergelijke fiets wordt als natura-voorziening in bruikleen verstrekt dan wel in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Toekenningscriteria
In principe geldt het afstandscriterium van 400 meter, tenzij het een kind betreft met een verstandelijke handicap. In dat geval kan het afstandscriterium voor kinderen tot 15 jaar buiten beschouwing worden gelaten. Dan geldt als uitgangspunt dat dit kind moet kunnen meedoen met de activiteiten van het gezin. Aantoonbaar moet zijn dat een gehandicapt kind niet zelfstandig kan fietsen, zowel op een twee- als een driewielfiets.
Ook een aankoppelfietsdeel moet geen oplossing kunnen bieden. Het kind dient tijdens het fietsen toezicht van de andere berijder nodig te hebben. Voorts dient de aanvraag afgehandeld te worden conform een vervoervoorziening. In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk deze voorziening te verstrekken naast een driewielfiets. Daarbij moet er tenminste sprake zijn van een uiterst beperkte mobiliteit, d.w.z. een verplaatsingsmogelijkheid van minder dan 100 meter met of zonder hulpmiddelen.
Driewielfiets
Een fiets met drie wielen en meestal tevens een verlaagde en verbrede instap. Een driewielfiets is in verschillende maten en uitvoeringen verkrijgbaar.
Toekenningscriteria
Er is een indicatie voor een vervoersvoorziening in het kader van de Wmo omdat andere algemeen gebruikelijke verplaatsingsvoorzieningen geen oplossing bieden. De verplaatsingsmogelijkheden zijn, ook met gebruik van een loophulpmiddel beperkt tot maximaal 100 meter, én belanghebbende heeft een zelfstandige verplaatsingsbehoefte over de middellange afstanden.
Voor cliënten/ kinderen tot 15 jaar kan van het “100 meter criterium” worden afgeweken, indien de vervoersbehoefte bestaat uit het bezoeken van het basis- of vervolgonderwijs. In sommige gevallen bestaat dan tevens recht op een vergoeding op grond van de verordening leerlingenvervoer, mits aan de daarvoor geldende criteria voldaan wordt.
Wijze van verstrekken
Als een natura-voorziening in bruikleen of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Handbike
Een speciaal soort fiets waarvan de ‘pedalen’ (meestal) gelijkmatig worden voorbewogen door de armen of in ieder geval de bovenste extremiteiten. Dit in tegenstelling tot een ligfiets, die wordt voortbewogen door de benen.
Toekenningscriteria
Om in aanmerking te komen voor een handbike gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
De cliënt is aangewezen op een rolstoel;
De cliënt is niet in staat zich met behulp van een handbewogen (sport) rolstoel over een redelijke afstand (meer dan 400 meter) binnen redelijke tijd te verplaatsen;
De cliënt heeft de voorziening nodig in verband met een specifieke verplaatsingsbehoefte boven 400 meter, die niet anderszins kan worden opgelost;
De cliënt is redelijkerwijs in staat om met de handbike een middellange afstand af te leggen.
Wijze van verstrekken
Als een natura-voorziening in bruikleen of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Scootmobiel
Een elektrisch aangedreven driewieler speciaal voor gebruik buitenshuis. De gemeente Almelo verstrekt in principe scootmobielen van 10 tot 15 kilometer per uur en met een actieradius van maximaal 30 tot 35 kilometer.
Toekenningscriteria:
Er dient sprake te zijn van een balansprobleem, waardoor de cliënt ernstig beperkt is in zijn mobiliteit;
Het lopen of staan is zodanig beperkt, dat cliënt zijn bestemmingsdoel niet kan bereiken met een taxi of autorit;
De cliënt heeft een verplaatsingsbehoefte over de middellange afstanden.
De cliënt kan zich, met of zonder loophulpmiddel, minder dan 400 meter verplaatsen;
De beperkingen zijn langdurend van aard en de vervoersbehoefte is vrijwel dagelijks;
Er moet een stallingsruimte, voorzien van een geaard stopcontact van 230 volt aanwezig zijn of gecreëerd kunnen worden; en
De cliënt is in staat om –na instructie- op veilige wijze gebruik te maken van een scootmobiel.
Het systeem van een scootmobielpool heeft het primaat boven andere individuele vervoersvoorzieningen.
Procedure
Indien noodzakelijk wordt een extern medisch advies aangevraagd, tenzij het om een herverstrekking gaat bij onveranderde omstandigheden.
Het advies om tot verstrekking over te gaan dient te zijn gebaseerd op de volgende
onderzoekspunten;
Medische situatie in relatie tot regelmatig gebruik scootmobiel;
Lokale vervoersbehoefte;
Gebruiksdoel;
Beoordeling aanwezige (aangepaste) stalling en het zelfstandig kunnen stallen van de scootmobiel;
Bekendheid met scootmobiel gebruik en de zorg voor de accu;
Aanwezige recente ervaringen in het verkeer;
Geschiktheid directe woonomgeving voor het gebruik.
Wijze van verstrekken
Als een natura-voorziening in bruikleen of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Rijlessen
Iedereen die voor het eerst voor een scootmobiel in aanmerking komt dient eerst de scootmobiel lessen bij een ergotherapeut of bij de leverancier van de scootmobiel met goed gevolg te hebben afgelegd.
Tandem
Een tandem is een rijwiel voor twee personen achter elkaar. Een fietsmogelijkheid voor personen die zonder hulp van een bestuurder niet zelfstandig tot fietsen in staat zijn. Hierbij kan gedacht worden aan visueel gehandicapten (slechtziende of blind) of aan sommige groepen motorisch gehandicapten of aan verstandelijk gehandicapten, waarvoor het noodzakelijk is dat een ander een vast tempo aangeeft en het stuur ter hand neemt. Deze voorziening kan ook aan kinderen vanaf 15 jaar worden verstrekt in combinatie met het recht op collectief vervoer. Indien de begeleider niet over genoeg kracht beschikt, worden de meerkosten van de elektrische ondersteuning als algemeen gebruikelijk aangemerkt.
Procedure
Verstrekking als aanvullende vervoersvoorziening. Waarbij het primaat ligt bij collectief vervoer. Bij de behandeling van de aanvraag moet tevens de stalling/berging worden beoordeeld. De stallingmogelijkheid moet bij de afweging worden betrokken.
Toekenningscriteria
De cliënt ondervindt op medische gronden een mobiliteitsbeperking over een afstand van minder dan 100 meter;
Er is sprake van een aantoonbare gevarieerde vervoersbehoefte in de directe woonomgeving;
Er is een begeleider beschikbaar waardoor frequent gebruik mogelijk is.
Wijze van verstrekken
Als een natura-voorziening in bruikleen of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Opmerkingen
Indien de tandem alleen wordt aangevraagd voor ontwikkeling en ontspanning valt deze niet onder de Wmo zorgplicht.
Rolstoelvoorzieningen
Handbewogen rolstoel
Een handbewogen rolstoel is een voorziening die tot doel heeft beperkingen in de mobiliteit op te heffen. Beperkingen die op grond van ziekte of gebrek het dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken én waarvoor geen beroep kan worden gedaan op hulpmiddelen krachtens de Wet langdurige zorg dan wel Zorgverzekeringswet. Voorbeelden hiervan zijn loophulpmiddelen zoals wandelstokken, krukken, rollators en werkstoelen. Deze laatste zijn vaak voorzien van 4 zwenkwieltjes en uitsluitend geschikt voor gebruik binnenshuis.
Toekenningscriteria
De cliënt ondervindt op medische gronden ergonomische belemmeringen in het zich verplaatsen in en om de woning en is niet in staat om zich gedurende vijf minuten met een loophulpmiddel zoals wandelstok of rollator te verplaatsen. De maximale loopafstand, eventueel met hulpmiddel, bedraagt minder dan 100 meter. Daarnaast moet de situatie langdurig van aard zijn. Er zal op medische gronden een onderscheid gemaakt worden in het gebruiksdoel van de rolstoel.
Rolstoel voor kortdurend gebruik: de cliënt voldoet aan bovengenoemde criteria en is in staat om een transfer te maken. Bij meldingen voor het aanvragen van een rolstoel voor kortdurend gebruik, wordt de cliënt doorverwezen naar een thuiszorgwinkel om een incidentele transportrolstoel te lenen gedurende zes maanden. Deze zes maanden zijn voorliggend.
Rolstoel voor semi-permanent gebruik: de cliënt is niet of nauwelijks in staat om zonder hulp een transfer te maken naar een standaard stoel. Gelet op de aard van de beperking moet de rolstoel vaker en langduriger gebruikt worden. Een dergelijke rolstoel vereist meer zitcomfort.
Rolstoel voor permanent gebruik: cliënt is niet of nauwelijks in staat om een transfer te maken en is voor elke verplaatsing afhankelijk van een rolstoel. Dergelijke rolstoel vereist een optimaal zitcomfort.
Incidenteel gebruik van de rolstoel
Het kan zijn dat er niet voorwaarden wordt voldaan als bedoeld in artikel 3.7 lid 8 onder a en b wordt voldaan.
Selectiecriteria
Met de leverancier is een voorkeurpakket (kernpakket) overeengekomen en is een volgorde aangegeven van “goedkoopst adequaat” per type rolstoel.
Wijze van verstrekken
Als een natura-voorziening in bruikleen en in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Elektrische rolstoel
Een elektrische rolstoel is een voorziening die tot doel heeft beperking in de mobiliteit op te heffen. Beperkingen die op grond van ziekte of gebrek het dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en een handbewogen rolstoel/ duwwandelwagen geen adequate oplossing biedt. Bovendien kan geen beroep worden gedaan op een rolstoelvoorziening krachtens de Wet langdurige zorg. Het besturingsmechanisme wordt afgestemd op de beperkingen van de cliënt.
Toekenningscriteria:
De cliënt ondervindt op medische gronden beperkingen in het zich verplaatsen in en om de woning en is permanent afhankelijk van een rolstoel; én
De cliënt is niet in staat om zich over een afstand van meer dan 10 meter of 1 minuut achtereen lopend te verplaatsen.
Er kan op medische gronden een onderscheid gemaakt worden in het gebruiksdoel van de rolstoel in semi-permanent- of permanent gebruik. De keuze hangt af van de mogelijkheden van de cliënt tot het maken van een transfer. Daardoor wordt de tijd dat iemand in de stoel doorbrengt bepaald. De eisen aan het zitcomfort worden hierop afgestemd.
Voor een elektrische rolstoel is daarnaast het gebruiksgebied van belang:
- uitsluitend voor binnen,
- binnen én buiten,
- uitsluitend voor buiten.
Selectie proces
Met de leverancier is een voorkeurpakket (kernpakket) overeengekomen en is een volgorde aangegeven van “goedkoopst adequaat” per type rolstoel.
Wijze van verstrekken
Als een natura-voorziening in bruikleen of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Verzekering
Voor elektrische rolstoelen voor gebruik buitenshuis wordt door de leverancier op het moment van aflevering een WA-verzekering afgesloten.
Sportvoorziening
Een sportvoorziening kan een sportrolstoel zijn. Een sportrolstoel is een specifiek voor sportbeoefening ontwikkelde rolstoel. Zoals b.v. de marathon -sprintrolstoel, de basketbalrolstoel en de tennisrolstoel. De sportrolstoelen zijn meestal niet bruikbaar in de gewone leefsituatie.
De verstrekking wordt afgestemd op het niveau van recreatiesport. De meerkosten van specifieke, duurdere sportvoorzieningen voor sportbeoefening op wedstrijdniveau komen voor rekening van de cliënt.
Procedure
Cliënt dient een bewijs van lidmaatschap van een gehandicapte sportvereniging of bewijs van betaling van de contributie aan een sportvereniging te overleggen. Indien het een aanvraag betreft voor vervanging van een bestaande sportrolstoel dient te worden nagegaan of:
- de voorziening verstrekt is via de gemeente en de gebruiksduur van drie jaar is verstreken;
- reparatie nog verantwoord is, zodat de aanschaf nog twee jaar kan worden uitgesteld;
- bewijs van lidmaatschap van een sportvereniging van de afgelopen drie jaar. Is de bestaande voorziening niet gebruikt: dan geen verstrekking.
Toekenningscriteria:
De cliënt maakt ook in het dagelijks leven gebruik van een loophulpmiddel of een verplaatsingshulpmiddel;
De cliënt is zonder sportvoorziening niet in staat tot sportbeoefening;
Beoefening van de gekozen sport is uitsluitend mogelijk met een specifieke sportvoorziening, beoefening is niet op een andere wijze mogelijk;
De cliënt is lid van een sportvereniging.
Wijze van verstrekken
Als forfaitaire vergoeding (PGB), uitgaande van de goedkoopst compenserende adequate voorziening. De hoogte is vermeld in het financiële besluit. Deze vergoeding geldt voor een periode van drie jaar. Indien de staat van de sportvoorziening na drie jaar nog zodanig is dat door reparatie de levensduur wordt verlengd en reparatie economisch verantwoord is kan een tegemoetkoming in de reparatiekosten worden verstrekt tot het maximum bedrag. De tegemoetkoming in de reparatiekosten dient vooraf met overleg van een offerte te worden aangevraagd.
Uitbetaling vindt plaats na toekenning en na overleg van de originele factuur. Indien het een volledige tegemoetkoming betreft, dient de factuur binnen zes maanden na de beschikkingsdatum ingediend te worden.
Kindervoorzieningen
Inleiding
Voor voorzieningen voor kinderen is een apart hoofdstuk opgenomen. Tijdens de groei en ontwikkeling van een kind met beperkingen, zijn vaak snel verschillende voorzieningen noodzakelijk. De gemeente wil hier graag tijdig op inspelen.
Het doel van het verstrekken van een kindervoorziening is dat het kind in staat wordt gesteld om deel te kunnen nemen aan het leven van alledag. Dat kan door:
de zelfverzorging van het kind mogelijk te maken;
het zich zelfstandig verplaatsen mogelijk te maken;
de woonsituatie zo in te richten, dat het kind mee kan doen met de dagelijkse activiteiten in huis.
Bij kindervoorzieningen gaat het om voorzieningen die ten behoeve van het kind worden verstrekt. Het kan gaan om woonvoorzieningen (bv. aankleedtafel), vervoersvoorzieningen (bv. duofiets) en rolstoelvoorzieningen (bv. kinderrolstoel). De cliënt zal in de meeste gevallen de ouder van het kind zijn die de voorziening ten behoeve van het kind aanvraagt.
Soorten kindervoorzieningen
Douche- toiletstoelen op wielen
Voor de dagelijkse verzorging van kinderen met beperkingen in de leeftijd van twee tot vijftien jaar zijn douchestoelen en gecombineerde douche- toiletstoelen op wieltjes ontwikkeld. Het zijn al dan niet kantelbare stoelen van kunststof dat goed schoon te houden is.
Zitondersteuningselementen
Voor kinderen met beperkingen die niet in een gewone kinderstoel kunnen zitten, zijn er zitondersteuningselementen. De specifieke kuipvorm van deze zitondersteuningselementen hebben als doel vergroeiingen te voorkomen en een juiste zithouding te bevorderen. De kuipen kunnen op een onderstel geplaatst worden. Er zijn twee soorten onderstellen beschikbaar: één met kleine wielen voor gebruik binnenshuis en één met grote wielen voor gebruik buitenshuis.
Buggy’s en wandelwagens
Wanneer een gewone buggy of wandelwagen niet voldoet, kan een aangepaste buggy of wandelwagen een geschikte voorziening zijn. Aangepaste buggy’s zijn breder en groter dan buggy’s voor kinderen zonder beperkingen.
Buggy’s en wandelwagens zijn voor jonge kinderen tot 4 jaar algemeen gebruikelijk. Dit is anders wanneer de buggy of wandelwagen nodig is voor een ouder kind met beperkingen.
Kinderrolstoelen
Het gebruik van een rolstoel kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen met een beperking. De rolstoel draagt bij aan de zelfstandigheid van het kind en zorgt ervoor dat het kind zoveel mogelijk gewoon mee kan doen en kan spelen met andere kinderen.
De selectie moet zorgvuldig gebeuren en de rolstoel moet op maat zijn voor het kind. Hierbij houdt de gemeente zoveel mogelijk rekening met het feit dat kinderen groeien, zodat niet elk jaar een nieuwe rolstoel nodig is. Dit kan bijvoorbeeld door een rolstoel te selecteren waarbij verschillende instellings- en aanpassingsmogelijkheden aanwezig zijn
Kinderfietsen
Een normale (kinder)driewielfiets wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd en wordt daarom niet door de gemeente verstrekt.
Alle driewielfietsen in bijzondere uitvoering voor kinderen kunnen wel verstrekt worden. Een andere fiets die wordt verstrekt is de duofiets. Dit is een speciale tandem waarbij het kind voorop fietst.
Autozitjes en fietszitjes
Voor kinderen met beperkingen zijn er speciale zitjes voor in de auto of op de fiets. Voor deze zitjes worden kuipvormige zitondersteuningselementen gebruikt. Deze voorzieningen maken het vervoer van kinderen op een verantwoorde manier mogelijk.
Rolstoelfiets
Een fiets waar een rolstoel aan gekoppeld kan worden, voor het vervoer van (bijna) rolstoelafhankelijke mensen.
Procedure
Zie algemene deel Vervoersvoorzieningen. Er dient een indicatie te zijn voor een vervoersvoorziening in de vorm van collectief vervoer. Een rolstoelfiets kan verstrekt worden als een aanvullende vervoersvoorziening, bijvoorbeeld voor kinderen tot 17 jaar, die een rolstoelindicatie hebben, maar door een lichamelijke of geestelijke handicap geen elektrische rolstoel kunnen besturen en zich dus buitenshuis niet kunnen verplaatsen.
Toekenningscriteria
Er is een indicatie voor een vervoersvoorziening in de vorm van collectief vervoer. Daarnaast is er sprake van een uiterst beperkte mobiliteit, d.w.z. zelfstandige verplaatsing over afstand tot 100 meter is niet mogelijk, zelfs niet met een elektrische rolstoel. Belanghebbende beschikt niet over een elektrische rolstoel voor binnen/buiten.
Wijze van verstrekken
Als een natura-voorziening in bruikleen of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Duur van de verstrekking
De gemeente verstrekt een kindervoorziening voor een bepaalde periode, of voor een onbepaalde periode zolang als de cliënt de voorziening nodig heeft. Bij het bepalen van de duur van de voorziening betrekt de gemeente alle individuele omstandigheden van de cliënt.
De gemeente kan op eigen initiatief een onderzoek starten om te bekijken of de voorziening nog noodzakelijk is voor een cliënt.
Hoofdstuk 3
Artikel f.
Vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Almelo 2019