Het college verstrekt geen Pgb indien de kosten hiervan hoger zijn dan de kosten van maatwerkvoorziening in natura.
Het college weigert een Pgb te verstrekken als het college eerder een beslissing heeft herzien of ingetrokken omdat:
de cliënt of zijn Pgb-beheerder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de cliënt of zijn Pgb-beheerder niet heeft voldaan aan de aan de maatwerkvoorziening of het Pgb verbonden voorwaarden;
de cliënt of zijn Pgb-beheerder het Pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het is bestemd.
Het college verstrekt geen Pgb als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.5, dan wel ondersteuning die ambtshalve wordt verleend in de situatie als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
Het college verstrekt geen Pgb voor vervoer als de cliënt in deze behoefte kan voorzien door gebruik te maken van het collectief vervoer.
Het college verstrekt geen Pgb voor zover deze is bedoeld voor bemiddelings- of administratiekosten of een combinatie hiervan, in verband met de aanvraag of uitvoering van het Pgb, of een combinatie hiervan, al dan niet in combinatie met de kosten van de Pgb-beheerder.
Het college verstrekt geen Pgb voor ondersteuning van een Pgb-aanbieder die fraude heeft gepleegd.
Het college verstrekt geen Pgb voor ondersteuning van een zorgverlener indien er twijfels zijn over de integriteit van de zorgverlener, wat zich in ieder geval voordoet indien de zorgverlener:
betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de ondersteuning in gevaar brengen;
verdacht is geweest van strafbare feiten dan wel daarvoor veroordeeld is geweest;
bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft gekregen;
bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd heeft gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom;
er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de Pgb-aanbieder en/of zijn directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden;
zich niet professioneel gedraagt. Hiervan is onder andere sprake indien de Pgb-aanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn functie.
Verstrekking in de vorm van persoonsgebonden budget vindt niet of niet langer plaats als:
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de cliënt en/of zijn Pgb-beheerder problemen zal hebben bij het omgaan met een Pgb;
er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een Pgb in het verleden;
er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.4
Pgb niet mogelijk
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Almelo 2019