Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.4

Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder d, van de verordening

Onderdeel van Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar houdende beleidsregels omtrent urgentieverklaringen (Beleidsregel urgentieverklaringen Wassenaar 2019)

Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de aanvrager: diens huishouden heeft uitgebreid, zonder over een daartoe passende woonruimte te beschikken; een passende woonruimte heeft aangeboden gekregen en dit woningaanbod geweigerd heeft in de periode dat aannemelijk werd dat er sprake was van een huisvestingsprobleem in relatie tot de huidige woonruimte, tot tenminste twee jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag; geen beroep op huurbescherming heeft gedaan, terwijl de aanvrager hier recht op had; een passende zelfstandige woonruimte heeft achtergelaten; een woonruimte accepteert die, op grond van destijds bekende feiten en omstandigheden, niet past bij de woonbehoeften van diens huishouden; een huurovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan, waardoor de aanvrager de woonruimte dient te verlaten; de zelfstandige woonruimte waarvan deze huurder is, heeft onderverhuurd; anderen in diens zelfstandige woonruimte laat inwonen; de zelfstandige woonruimte, of een deel daarvan, verhuurt aan een ander; niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs tot diens mogelijkheden behoort om het huisvestingsprobleem te voorkomen of op te lossen.

Rechtspraak bij dit artikel