Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien;
de aanvrager bij een huisvestingsprobleem in het verleden, vóór het doen van de aanvraag, met een urgentieverklaring in dezelfde urgentiecategorie is verhuisd naar een andere zelfstandige woonruimte en dit niet tot een oplossing heeft geleid;
het huisvestingsprobleem gerelateerd aan onderhoud- of overlastproblemen, zoals vocht, tocht óf schimmel;
het huisvestingsprobleem gerelateerd is aan een gebrek aan isolatie of beglazing;
het huisvestingsprobleem is gerelateerd aan overlast, zoals burenoverlast;
bedreiging aan een adres door ex-partner of een familielid de aanleiding is voor het huisvestingsprobleem, in het geval dat de toekomstige woonruimte naar verwachting ook bekend zal zijn.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.7