Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, wanneer de aanvraag binnen twee jaar nadat een eerder aan de aanvrager of een lid van diens huishouden verstrekte urgentieverklaring is vervallen of ingetrokken met de toepassing van artikel 4:8 of 4:9, dit betekent onder andere:
dat het huishouden van de aanvrager een urgentieverklaring heeft toegewezen gekregen en daarmee in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een woning heeft geaccepteerd;
dat het huishouden van de aanvrager tot twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een urgentieverklaring heeft toegewezen gekregen, maar toen geen passende woonruimte heeft geaccepteerd;
dat een aan het huishouden van de aanvrager toegewezen urgentieverklaring in de afgelopen twee jaar voorafgaand aan de aanvraag is ingetrokken.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.8