De diffuse bodemkwaliteit van de landbodem in het beheergebied is over het algemeen schoon. Het generieke beleid biedt voldoende ruimte om milieuhygiënisch verantwoord grondverzet mogelijk te maken en is tevens het meest eenduidige wettelijke kader.
Door gebruik te maken van de generieke normen wordt voldaan aan de doelstellingen van eenduidigheid, eenvoud en duurzaamheid. Voor stoffen die niet zijn genormeerd hanteren we het standstill principe. Dit betekent dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem niet mag verslechteren.
Op enkele punten wordt er afgeweken van het generieke beleidskader. Onderwerpen die in regionaal verband zijn uitgewerkt zijn:
Karakterisatie gebiedseigen bodemkwaliteit (P80);
Keuzes bodemvreemd materiaal;
Asbest in grond en baggerspecie;
Grondverzet in waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden;
Toepassingen kwaliteitsklasse wonen in ondergrond;
Kabels en leidingen;
Toepassing in bodemkwaliteitszone wonen;
Gebiedspecifiek beleid gemeente Hoogeveen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Verantwoording gemaakte keuzes voor het te volgen beleid
Onderdeel van Nota bodembeheer