Voor verdachte locaties kan de bodemkwaliteitskaart niet als milieuhygiënische verklaring worden gebruikt, omdat de kwaliteit van de locatie kan afwijken van de kwaliteit die op de bodemkwaliteitskaart staat aangegeven. Verdachte locaties dienen eerst te worden onderzocht conform de daarvoor bestemde strategieën uit de NEN5740 of de NEN5707. Als is aangetoond dat de locatie niet meer als verdacht hoeft te worden aangemerkt, kan de bodemkwaliteitskaart alsnog als milieuhygiënische verklaring worden gebruikt. Voorwaarde hierbij is wel dat uit het bodemonderzoek een vergelijkbare bodemkwaliteit naar voren komt als de bodemkwaliteitszone waarbinnen het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden.
Als uit het bodemonderzoek blijkt dat de kwaliteit van de grond afwijkt van de bodemkwaliteitsklasse op de bodemkwaliteitskaart, dan dient de kwaliteit van de te ontgraven grond te worden bepaald door middel van de uitvoering van een partijkeuring. In het navolgende stappenschema is bovengenoemde procedure in beeld gebracht.
Figuur 1.1 Stappenschema grondverzet verdachte locaties