Met deze nota wordt beoogd inzicht te geven in welke gevallen en onder welke voorwaarden de gemeente in beginsel bereid is om medewerking te verlenen aan een afwijkingsprocedure zoals bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna te noemen Wabo) voor een (bouw)plan dat niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan. Door het formuleren van beleid wordt vooraf inzicht gegeven in de toetsing- en afwegingskaders die bij de afweging voor de verlening van een vergunning een rol spelen. Er is bewust gekozen voor het opstellen van beleidsregels voor de meest voorkomende (bouw-)activiteiten. Dit betekent dat niet alle afwijkingsmogelijkheden uit artikel 4, bijlage II Besluit Omgevingsrecht (hierna te noemen BOR) zijn uitgewerkt in algemene regels. Voor situaties die niet specifiek zijn voorzien zijn in deze beleidsregel algemene toetsingskaders opgenomen. Door middel van het afwegen van belangen en deze algemene toetsingskaders wordt bepaald of medewerking in de rede ligt.
De woorden in beginsel betekenen dat niet zonder meer vaststaat dat in het concrete geval altijd medewerking zal worden verleend. Aan een vergunning ligt altijd een belangenafweging ten grondslag. Het kan dus zijn dat op basis van deze nota de bereidheid om mee te werken aanwezig is, maar in een specifiek geval er een zwaarwegend argument is om dat in dat concrete geval juist niet te doen.
Op grond van de Wabo is een specifieke voorbereidingsprocedure van toepassing op de voorbereiding van besluiten tot vergunningverlening. In die procedure kunnen er argumenten van zwaarwegende aard naar voren komen, die het college kunnen doen besluiten tot het weigeren van de vergunning. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien blijkt dat privaatrechtelijke belemmeringen een rol spelen. Aanvragen Omgevingsvergunning moeten binnen een periode van acht weken worden verleend. Bij niet tijdig besluiten ontstaat een vergunning van rechtswege (Lex silencio positivo). In dat kader is het van belang om een helder en duidelijk beleid te hebben.
1.
Artikel 1.1