Naar hoofdinhoud
De Wabo biedt door middel van artikel 2.12 aan burgemeester en wethouders de mogelijkheid om omgevingsvergunning voor afwijking van de bepalingen uit een bestemmingsplan te verlenen. In artikel 4 bijlage II Bor is aangegeven in welke gevallen burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid gebruik mogen maken. Om planologisch ongewenste situaties te voorkomen c.q. tegen te gaan verdient het aanbeveling om deze vergunningsbevoegdheid in de vorm van beleidsregels in te kaderen. Bovendien wordt door middel van het stellen van een kader inzichtelijk in welke gevallen de gemeente meestal bereid is mee te werken aan het verlenen van de benodigde omgevingsvergunning. Doordat het kader wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en vervolgens bekend wordt gemaakt zoals bedoeld in artikel 1:3 lid 4 van de Awb verkrijgt het kader de status van beleidsregels. Dit betekent dat de gemeente in eventueel latere juridische procedures zich zal kunnen beroepen op het op deze wijze algemeen bekend gemaakte en toegepaste beleid van het college en dat daarmee strijdige verzoeken kunnen worden afgewezen. Bij een eventuele afwijzing kunnen burgemeester en wethouders volstaan met de motivering dat het verzoek niet past binnen het beleid en dat er geen zwaarwegende redenen zijn om van deze beleidsregels af te wijken. (Deze beleidsregels worden gepubliceerd op wetten.overheid.nl)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel