1.. Bij een aanvraag om urgentie door een mantelzorgverlener of mantelzorgontvanger moet:

  • - de vervangende huisvesting een wezenlijke bijdrage leveren aan de taakverlichting van de mantelzorgverlener;
  • - de afstand tussen de woningen van de mantelzorgontvanger en -verlener van mantelzorg worden verminderd tot een als redelijk te kwalificeren reisafstand;
  • - sprake zijn van dagelijkse zorg van minimaal 3 uur per dag waarbij het aandeel mantelzorg in deze zorg minimaal 10 uur per week bedraagt; en
  • - sprake zijn van langdurige ondersteuning, waarbij het de verwachting is dat de mantelzorgrelatie na de aanvraag nog minimaal 2 jaar in stand blijft.

2.. De bepalingen uit artikel 22, aanhef en onder c en d, artikel 23 en artikel 24, eerste lid onder a en d, zijn niet van toepassing bij een aanvraag om urgentie door een mantelzorgverlener of -ontvanger.

3.. Overeenkomstig artikel 24, tweede lid, moeten bij een aanvraag om urgentie door een mantelzorgverlener of -ontvanger de volgende aanvullende bewijsstukken worden aangeleverd:

  • - een kopie van een recent advies op grond van de Wet langdurige zorg of Zorgverzekeringswet en;
  • - een schriftelijke omschrijving van de hulp die wordt geboden en door wie.

4.. Per mantelzorgsituatie wordt eenmalig één urgentie afgegeven.