Naar hoofdinhoud

Artikel 3.3

Materiele vaste activa

Onderdeel van Nota waarderings- en afschrijvingsbeleid 2019-2022

Het BBV kent 3 soorten activa (art. 35) die op de balans afzonderlijk worden opgenomen onder de materiële vaste activa: Investeringen met een economisch nut; Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut; Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van kosten een heffing kan worden geheven. Het verschil tussen deze investeringen is dat investeringen met een economisch nut de mogelijkheid bieden middelen te genereren en/of verhandelbaar zijn, investeringen met een maatschappelijk nut hebben die mogelijkheid over het algemeen niet. Volgens art. 59 lid 1 BBV worden alle investeringen geactiveerd. Dit geschiedt voor het volledige bedrag van de investering. Dit betekent dat de reserves niet in mindering op het actief mogen worden gebracht. Ad .1. Investeringen in materiele vaste activa met economisch nutDit zijn alle investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven ( bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen, leges, prijzen) en/of te verhandelen zijn (bijvoorbeeld verkopen). Ook software valt als afzonderlijk actief onder de materiële vaste activa en ook de bijbehorende gebruiksrechten op software voor onbepaalde duur die in één keer in rekening worden gebracht vallen onder de materiële vaste activa zoals bedoeld onder art. 35 lid 1 BBV. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de mogelijkheid om middelen te verwerven of het actief te verhandelen. Het is dus niet nodig daadwerkelijk een (kostendekkend) tarief te heffen of het actief te verkopen. Dit betekent onder andere dat alle gebouwen een economisch nut hebben; er is immers een markt voor gebouwen. Alle investeringen met een economisch nut moeten geactiveerd worden. Een uitzondering op bovenstaande zijn kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde. Het gaat bijvoorbeeld om schilderijen van beroemde schilders. Deze worden niet geactiveerd. Ad.2. Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nutDit zijn investeringen die geen middelen genereren, maar wel duidelijk een publieke taak vervullen. Voorbeelden hiervan zijn investeringen in water, wegen en pleinen. Deze investeringen moeten we met ingang van 2017 ook activeren, conform het vernieuwde BBV. Dat betekent dat we voor dergelijke investeringen structurele dekking voor de kapitaallasten moeten opnemen. Dat kan eventueel via een onttrekking uit een reserve. Hierbij lopen de kapitaallasten gelijk op met de onttrekkingen. Een andere optie is om de investering ten laste van het saldo te brengen. Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van kosten een heffing kan worden gehevenInvesteringen voor riool en afvalstoffen moeten apart op de balans worden opgenomen, omdat de regelgeving over de verslaggeving van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing en de daaraan gerelateerde lasten tot onduidelijkheden in fiscale procedures hebben geleid. Mede gezien de juridische consequenties, die een onjuiste kostentoerekening aan deze taken kan hebben, is deze categorie in het leven geroepen. Deze heffing betreft ook rechten die op grond van artikel 229 lid 1a en b van de Gemeentewet geheven kunnen worden. Dit zijn rechten die maximaal kostendekkend mogen zijn, alleen besteed mogen worden aan het doel waarvoor de rechten zijn geheven en die ook een spaarbedrag voor vervanging van de betrokken activa mogen bevatten. Daarnaast zijn onder de materiële vaste activa ook de in erfpacht uitgegeven gronden opgenomen en grondposities die tot en met 2015 onder de voorraden vielen als niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG). De wijziging in BBV heeft als gevolg dat gemeenten niet in exploitatie genomen gronden hebben moeten herrubriceren naar terreinen en gronden bij de materiële vaste activa. Het activeren en bijschrijven van kosten is daarmee niet langer mogelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel