Naar hoofdinhoud

Artikel 3.2

Immateriële vaste activa

Onderdeel van Nota waarderings- en afschrijvingsbeleid 2019-2022

Immateriële vaste activa bestaan uit: Kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief. Ad.1: Het (dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. In dergelijke gevallen moet een lening voor het totaalbedrag van de aangegane schuld op de balans worden opgenomen en kan het verschil tussen dat schuldbedrag en het uitgekeerde bedrag, het (dis)agio, naar keuze al dan niet worden geactiveerd. Door de commissie BBV wordt aanbevolen de kosten van het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio niet te activeren en in één keer af te schrijven. Ad.2. De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd en in maximaal 5 jaar afgeschreven als: Het voornemen bestaat om het actief te gebruiken of te verkopen; De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren; De kosten betrouwbaar kunnen worden vastgesteld en goed in te schatten zijn. Hierbij is van belang dat het daadwerkelijk om kosten ter voorbereiding van de investering gaat, dat wil zeggen de voorwaarden van activeren dienen van toepassing te zijn op het actief waarop de kosten betrekking hebben. Mede hierdoor kunnen bijvoorbeeld de kosten voor de ontwikkeling van bestemmingsplannen niet meer geactiveerd worden, deze hebben namelijk geen directe koppeling met een specifiek actief. Een voorbeeld waarbij de kosten wel geactiveerd kunnen worden zijn de voorbereidingskosten ( zoals bodemonderzoek en bouwrijp maken grond) voor de bouw van een school. Indien de uitvoering, realisatie van het actief, niet plaatsvindt, mogen de voorbereidingskosten niet afgeschreven worden en dienen dus éénmalig ten laste van de exploitatie te worden gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel